Het schaaktoernooi in Tilburg is opgezet als een ...

Het schaaktoernooi in Tilburg is opgezet als een tennistoernooi. Iedere ronde valt de helft van de spelers af.

In theorie waren zestien topgrootmeesters automatisch "geplaatst' voor de tweede ronde. Daar werd eén uitzondering aan toegevoegd. De toppers zijn bij de loting voor de volgende ronden beschermd, zodat bijvoorbeeld de nummers een en twee elkaar pas in de finale kunnen ontmoeten. In de eerste ronde zijn er 47 mindere goden afgevallen. Na de tweede ronde zijn er nog 32 spelers over.

Van de eerste acht op de plaatsingslijst is alleen Karpov al uitgeschakeld. De lijst is als volgt: 1. Ivantsjoek (Oek), 2. Karpov (Rus), 3. Sjirov (Let), 4. Anand (Ind), 5. Gelfand (Rus), 6. Short (Eng), 7. Timman, 8. Kamski (VS).

De schakers beginnen hun gevecht om een plaats in de volgende ronde met twee normale partijen. Eén dag met de witte stukken en een dag met de zwarte. Zij krijgen ieder twee uur voor de eerste veertig zetten en daarna een uur extra voor de rest van de partij. Als deze match gelijk eindigt valt de beslissing in de barrage op de derde speeldag.

Het speeltempo wordt daarbij opgevoerd. De schakers vervallen niet in zogenaamde "vluggertjes' met vijf minuten per persoon voor de hele partij, maar spelen "rapid-partijen'. Ze beginnen met twee partijen waarin ze elk een half uur bedenktijd krijgen. Vervolgens spelen ze eventueel met maximaal een kwartier per speler. Eerst een derde mini-match over twee partijen, daarna beslist de eerste overwinning. In deze "sudden-death' loten de spelers voor iedere partij over de kleurverdeling.