"Domme Cao's' bemoeilijken jubileumgeschenk voor Lubbers

ROTTERDAM, 15 OKT. "Domme contracten' noemde minister De Vries (sociale zaken) de tweejarige CAO's waarin voor volgend jaar een loonsverhoging van gemiddeld 4,5 procent zit. Toen hij die diskwalificatie uitsprak, was de inflatie al gedaald tot onder de 4 procent. De jongste inflatieraming (2,25 procent) van het Centraal Planbureau zal zijn oordeel niet milder stemmen. Want op grond daarvan kunnen de circa 1 miljoen betrokken werknemers volgend jaar meer dan 2 procent reële loonsverhoging tegemoet zien.

De Vries mag dat onverantwoord veel vinden, het ziet er niet naar uit dat werkgevers en werknemers aanstalten maken de betreffende CAO's open te breken. "Contract is contract' roepen zij in koor onder het motto "wie dan leeft, die dan zorgt'. Bovendien, voorspellingen pakken ook wel eens anders uit en dan laten ze CAO's toch ook intact!

De botsing is illustratief voor de ongemakkelijke relatie tussen CAO's en macro-economie. Toen de loonvorming nog sterke centralistische trekken vertoonde, lag dat anders. "Den Haag' dicteerde de lonen of, toen dat niet meer ging, gebruikte looningrepen als het resultaat van CAO-overleg niet beviel. Maar sinds het "Akkoord van Wassenaar' in 1982 - over afschaffing van de automatische prijscompensatie, rendementsherstel en herverdeling van werk - is het zwaartepunt in de loonvorming verschoven naar de bedrijfstakken en de grote ondernemingen. En beperkt de minister van sociale zaken zich, al dan niet knarsetandend, tot commentaar aan de zijlijn.

De keerzijde van deze "decentralisatie' is dat de overkoepelende organisaties van werkgevers en werknemers inboetten aan macht en invloed op het vlak van arbeidsvoorwaarden. Dat weerspiegelde zich in een andere rol voor hun gezamenlijke Haagse platform, de uit 1945 daterende Stichting van de Arbeid. In plaats van vaste dirigent werd zij gast-adviseur, al bewees het "Gemeenschappelijk Beleidskader' dat eind 1989 met het kabinet-Lubbers/Kok overeen werd gekomen, dat men aan die bescheidener positie nog steeds moest wennen. Maar liefst 22 aanbevelingen telde het document. En bijna allemaal nog even actueel, want als ze al door de adressanten werden opgepikt, dan verliep de vertaalslag tergend langzaam.

De gebrekkige naleving van "centrale afspraken' leverde de afgelopen jaren een hele reeks incidenten op. Toen de beloofde lastenverlichting uitbleef, schortten werkgevers het overleg op. Toen de WAO abrupt onder het mes ging, keerde de vakbeweging Den Haag de rug toe. Toen de vakbonden negatieve verzuimprikkels tegenhielden, schreeuwden de werkgevers moord en brand. Toen de toegezegde banen voor werkloze allochtonen uitbleven, dreigde het kabinet met strengere regelgeving. Toen de loonmatiging niet langer meer werk opleverde, verhoogden de vakbonden hun looneisen.

Zo verslechterde, synchroon met de somberder economische vooruitzichten, het overlegklimaat en luidde de diagnose steeds vaker dat de Nederlandse overlegeconomie in een crisis was beland, doordat de sociale partners hun maatschappelijke verantwoordelijkheid ontliepen. “Wie bij voorbeeld denkt dreigende overheidsingrepen te kunnen afwenden met zelfregulering om vervolgens de zelfgemaakte regels niet in de praktijk te brengen, heeft het aan de verkeerde eind”, berispte minister De Vries eind vorig jaar.

Sindsdien is sprake van een kentering, mede geïnspireerd door de baanbrekende studie "Een werkend perspectief' van de WRR, waarin de relatief lage arbeidsparticipatie genadeloos werd blootgelegd als Nederlands achilleshiel. Voorzitter A.G.H. Rinnooy Kan van de werkgeversorganisatie VNO beet het spits af met een pleidooi voor een nieuwe vorm van centraal overleg met als oogmerk “een brede nationale consensus” over het beleid op middellange termijn.

In het voorjaar sloot voorzitter J. Stekelenburg van de vakcentrale FNV zich daarbij aan: “Wij blijken decentraal niet in staat de participatiegraad echt te verhogen. En dus denk ik dat decentrale onderhandelaars meer centrale boodschappen mee moeten krijgen”. Het vergde binnenshuis de nodige massage, maar uiteindelijk stemden de aangesloten bonden in met een aanpassing van de FNV-koers die bij bedrijven moet leiden tot meer financiële ruimte voor uitbreiding van de werkgelegenheid.

Minister De Vries haakte er deze zomer op in met een adviesaanvrage aan de Sociaal-Economische Raad. “Ik denk dat de internationalisering van de economie, de toekomstige Economische en Monetaire Unie en de vergroting van de arbeidsparticipatie de gemeenschappelijke vraagstukken zijn, die we in samenhang met elkaar zouden moeten bespreken. Ik zou er een voorstander van zijn om met elkaar tot een gemeenschappelijke oriëntatie op het beleid op deze terreinen te komen.” Impliciet staat daarbij de nabije toekomst van de overlegeconomie op het spel.

De komende weken moet duidelijk worden of het iets oplevert. Een formule die zowel loonmatiging, als lastenverlichting, als verhoging van de arbeidsparticipatie (in het bijzonder ten behoeve van de "onderkant' van de arbeidsmarkt) omvat, is denkbaar. In de politiek zijn de verwachtingen tamelijk hooggespannen, zo bleek deze week tijdens de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer. “Begin november viert de minister-president zijn tienjarige ambtsjubileum. Ik twijfel er niet aan wat het fraaiste geschenk is dat hem ten deel kan vallen”, zei PvdA-fractieleider Wöltgens.

Maar meer nog dan tien jaar geleden bij het "Akkoord van Wassenaar' het geval was, hangt zo'n eventuele doorbraak af van de discipline binnen de overkoepelende organisaties. Dat vergt een ingewikkelde spagaat tussen centrale coördinatie en wisselwerking met decentrale onderhandelaars, want de behoefte aan individualisering en flexibilisering maakt verdergaande differentiatie in arbeidsvoorwaarden ("CAO op maat') onomkeerbaar.

Als dat kunstje lukt, is ook de overlegeconomie gered. Maar voorlopig komt de typering, die de vroegere hoogleraar arbeidsverhoudingen huidige burgemeester van Rotterdam, Peper, in 1973 van de toenmalige Nederlandse arbeidsverhoudingen gaf, voor herhaling in aanmerking: “Het nieuwe systeem is nog niet uitgekristalliseerd, het oude werkt op vele punten niet meer, het is nogal chaotisch”. Domme CAO's horen daar kennelijk bij.

    • Joop Meijnen