De eerste generatie Turkse vrouwen in Nederland

Werelden: engelen huilden om mijn lot, Ned. 1, 21.20-23.10u.

Eerst vertellen ze anecdotisch, ja zelfs met een zekere geamuseerdheid over hoe ze in Turkije alleen, soms met behulp van ouders en schoonouders de kinderen moesten opvoeden, terwijl hun man geld verdiende in Nederland. Maar allengs worden de verhalen somberder en slaat, nu de kinderen het huis uit zijn, de bitterheid en radeloosheid toe.

De Turkse Gülay Orhan heeft onder de titel Engelen huilden om mijn lot vijf Turkse vrouwen geportretteerd, die vaak na een moeilijke tijd in het moederland hun man achterna reisden, maar eenmaal in Nederland hun dromen zagen vervliegen. Ze vertellen hoe hun volwassen geworden kinderen van hen vervreemd raken en nauwelijks meer op bezoek komen. Ze voelen zich oud en lelijk; heimwee naar vroeger, met de schapen en de koeien op de bergweiden, verteerd hen.

Orhan belicht hiermee een aspect van de arbeidsmigratie naar West-Europa dat in de discussie over allochtonen, zoals de gastarbeiders van weleer inmiddels zijn gaan heten, onderbelicht is gebleven. Het gaat dezer dagen alleen nog maar om de tweede generatie, die zo moeilijk aan het werk kan worden geholpen. Af en toe komen de vaders, de oorspronkelijk gastarbeiders dus, ter sprake, maar de moeders bleven nagenoeg altijd buiten beschouwing. Toch hebben zij het minstens zo moeilijk gehad als de vaders, die hier jaren achtereen vies en ongeschoold werk hebben moeten doen, niet zelden ten koste van hun gezondheid. En dat allemaal met de hoop - van beide ouders - dat dit lijden in ieder geval een betere toekomst zou brengen voor hun kinderen. Misschien is dat laatste ook wel het geval, maar volgens de vijf vrouwen die aan het woord komen beleven zij daar zelf in ieder geval weinig plezier aan.

Doordat Orhan niet één moeder in haar programma heeft opgenomen die wèl tevreden is, of zelfs maar een beetje, wordt de suggestie gewekt dat het overgrote deel van hen hier diep en diep ongelukkig is. Maar een echte misser is dat Orhan nergens de vraag stelt waarom deze tragische mensen niet overwegen om terug te keren naar Turkije. Velen gingen hen voor, gebruikmakend van de bestaande, redelijk gunstige terugkeerregeling, waarvan mannen zodra zij vijftig jaar zijn geworden gebruik kunnen maken met behoud van uitkering. Als je deze vrouwen mag geloven, en er is geen reden dat niet te doen, kijken hun in Nederland ingeburgerde kinderen toch nauwelijks meer naar ze om.

Het is knap hoe Orhan de vijf vrouwen ertoe gebracht heeft zo openlijk over zichzelf te laten praten, maar wat minder nadruk op de bitterheid, zieligheid en verscheurde dromen had deze ducumentaire evenwichtiger en misschien ook wel wat geloofwaardiger gemaakt.

    • Peter Schumacher