"Birmingham' bestemd voor de burger; Extra EG-top moet geruststellende woorden opleveren, geen beslissingen; "Het mooiste is als de verklaring van Birmingham zó het Jeugdjournaal in kan'

BRUSSEL, 15 OKT. Morgen staan ze weer klaar voor de groepsfoto: de elf regeringsleiders en dat ene, almaar breekbaarder ogende Franse staatshoofd. Maar deze keer zijn de Twaalf niet onder elkaar. In Birmingham is morgen de belangrijkste aanwezige niet zichtbaar: de Europese burger.

Er is immers iets geknapt in Europa. Nationale tegenstellingen zijn opgebloeid. De grond onder de Europese Unie van Maastricht is gaan schuiven. Half Frankrijk kwam in opstand tegen het verdrag, waarbij nationalisme en anti-Duitse ressentimenten hand in hand gingen. De Denen zeiden in een referendum nee tegen Brussel en vooral ja tegen zichzelf. De Britse Conservatieven gaven zich in Brighton over aan Eurofobie, die premier Major alleen met groot vertoon van vaderlandsliefde de baas kon. De Duitse animo voor de Europese hereniging in ruil voor de mark nam snel af toen de hereniging in eigen land al zoveel duurder bleek dan verwacht. De financiële markten roken snel dat "Maastricht' lag te bederven en dwongen het pond en de lire uit het stelsel van stabiele wisselkoersen.

De Twaalf zullen morgen proberen om de scheuren provisorisch te dichten. Het wordt vooral een oefening in public relations; een poging om het vertrouwen van de burger en de geldhandelaren in het Europese project te herstellen. Er zullen beloftes klinken over een "transparanter' en zelfs "democratischer' Europa. Er komen fraai klinkende garanties voor behoud van eigen identiteit en vooral tegen "inmenging' door de EG in nationale aangelegenheden. Tegelijk zal de vorming van de Europese unie nog dit decennium plechtig worden bevestigd.

Het verdrag zal worden voorgesteld als een soort spoorboekje dat de lidstaten nog ruime keuzemogelijkheden biedt - niet de glijbaan naar een Europese Superstaat waar Lady Thatcher zich zo over opwond. De Europese Unie gaat door, maar we hebben ons lesje geleerd, zal de centrale boodschap zijn. De nood is zo hoog gestegen dat de regeringsleiders hebben beloofd deze keer "gewone mensentaal' te zullen spreken. “Het mooiste is als de Verklaring van Birmingham zó het Jeugdjournaal in kan”, zegt een diplomaat.

Gedetailleerde beslissingen over een nieuwe machtsverdeling tussen de lidstaten en Brussel worden intussen uitgesteld tot de volgende Europese Raad, half december in Edinburgh. Datzelfde geldt voor een eventuele hervorming van het Europese Monetaire Stelsel. De uitnodiging aan de ministers van financiën heeft premier Major ingetrokken “om geen verwachtingen te wekken” bij de financiële markten. Maar in werkelijkheid ook om verdeeldheid te vermijden.

Zowel over de toekomst van het EMS als over de precieze inhoud van het "subsidiariteitsbeginsel' dat de "bemoeizucht' van Brussel aan banden moet leggen, zijn de lidstaten het nog lang niet eens. Dat zou morgen maar slecht uitkomen. Als Europa ooit verenigd moet lijken dan wel in Birmingham. De "crisis-top' wordt een therapeutisch middagje Europa promoten voor de gewone man, in de hoop dat de Denen nu "ja' zullen stemmen, de Duitsers hun mark toch maar aan Europa overdragen en het Britse Lagerhuis akkoord zal gaan met "Maastricht'.

Achter de schermen gaat het gevecht om de toekomst van de EG intussen door. Er zijn vage aanwijzingen voor de vorming van een "mini-Europa', bestaande uit Duitsland, Frankrijk en de Benelux, mocht "Maastricht' uiteindelijk toch te ambitieus blijken. Groot-Brittannië lijkt stilletjes naar de reservebank te worden verwezen, evenals de "armere lidstaten' waarvoor de Commissie steeds maar extra subsidies wil uittrekken. De arrogante manier waarop de Britten weigerden het pond te devalueren en vervolgens de Bundesbank de schuld gaven toen het pond uit het EMS vertrok, heeft de Britse positie in de EG sterk ondermijnd.

Het Britse voorzitterschap van de Raad van ministers maakte tot nu toe vooral een partijdige indruk. De Britse kabinetsleden die de Europese raden voorzitten maken van de extra spreektijd dankbaar gebruik om Britse posities nog maar eens te verdedigen. Van een neutrale "communautaire' opstelling is zelden sprake. “De Britse diplomatie hier heeft de opdracht er boven alles voor te zorgen dat er geen ènkele supra-nationale beslissing door Brussel wordt genomen”, zucht een hoge Commissie-ambtenaar. Dat lijkt te lukken. Het wetgevend werk van Raad en Commissie ligt zo goed als stil. EG-ambtenaren die een plan of een nieuwe maatregel naar buiten willen brengen krijgen van hun eigen woordvoerders “sorry” te horen. “We moeten voorlopig zo onzichtbaar mogelijk blijven”.

De Britten twijfelen aan "Maastricht' en laten dat merken ook. Na de krappe overwinning in Frankrijk bepleitte premier Major voor de tv-camera's een "heroriëntatie' op de koers van Europa. Met de grootste moeite konden de Britten vervolgens in New York achter een EG-verklaring worden gedwongen waarin de Franse uitslag een steun in de rug voor een snelle ratificatie werd genoemd. Daarna toonde Major zich alleen bereid het verdrag bij het Lagerhuis in te dienen als het "Deense probleem' zou zijn opgelost, hetgeen nog maanden kon duren. Pas nadat de geruchten over de vorming van een "mini-Europa' door uitspraken van Commissievoorzitter Delors gewicht kregen, stuurde Major bij. Kanselier Kohl moest hem ook nog waarschuwen dat Groot-Brittannië alle geloofwaardigheid zou verliezen als het verdere ratificatie zou vertragen. Nu lijkt Major dan besloten om de Eurosceptici in zijn partij te overwinnen, maar vooral omdat zijn eigen positie als premier in het geding is. “De Britten leiden de Gemeenschap niet maar worden er door vooruitgeduwd”, zo vat een diplomaat de toestand samen.

De discussie over het "subsidiariteitsbeginsel', dat lidstaten moet beschermen tegen overdreven regel- en bemoeizucht van "Brussel', zorgt ook voor onverwachte moeilijkheden. Al maanden roepen de lidstaten dat "subsidiariteit' het antwoord is op alle angsten van de burger over het "monstre froid' van Brussel. Maar pogingen om objectieve criteria te verzinnen voor de toepassing van het beginsel liepen vast. Steeds werd geconstateerd dat aan kiezen voor EG-optreden een subjectieve politieke afweging vooraf gaat en geen objectieve juridische. De Commissie zelf slaagde er deze week niet in om het eens te worden over een 23 pagina's dikke nota die onder meer een lijst bevat met nieuwe grondregels voor EG-optreden. Een spoed schorsingsprocedure voor "ongewenste' Commissie-voorstellen in de Raad waarover op diplomatiek overeenstemming was, liep ook vast. Aan een procedure zonder criteria hebben we nog niks, zo lieten de ministers hun ambassadeurs weten.

In het Europese parlement verzuchtte Commissievoorzitter Delors gisteren dat het onderwerp een "mijnenveld' blijkt. Hij loofde ter plekke 200.000 Ecu uit voor wie erin slaagt om in één pagina uit te leggen hoe subsidiariteit toegepast kan worden.

De animo bij de lidstaten is inmiddels gezakt. Het beginsel kan zowel voor als tegen Brussel gebruikt worden: wat voor de ene lidstaat "inmenging' betekent, is voor de andere lidstaat juist integratie. Daarmee is het vertrouwde politieke conflict tussen de federalisten en de intergouvernementalisten binnen de EG weer terug. Londen wil het liefst dat de Europese Commissie een aantal bevoegdheden "teruggeeft' aan de nationale regeringen en voortaan toestemming vraagt bij de lidstaten voordat het een wetsvoorstel indient. Andere lidstaten willen zich beperken tot formele afspraken over een meer terughoudende manier waarop de Commissie van de bestaande bevoegdheden gebruik mag maken. Vooral de kleinere landen vrezen dat de Gemeenschap wordt uitgehold en dat het evenwicht tussen de EG-instellingen verstoord raakt, als de lidstaten "Brussel' onder curatele stellen.

Om deze zware problemen op te lossen rest Londen nog krap twee maanden voordat de "echte' Europese Raad begint, half december in Edinburgh. Dan zullen er duidelijke teksten op tafel moeten liggen waarin de fraaie woorden van "Birmingham' juridisch zullen moeten zijn onderbouwd. Pas dan kan de burger beoordelen of het weer vertrouwen in het Europese project kan hebben.

    • Folkert Jensma