Betalen

Nog steeds zijn inkomens gebaseerd op het kostwinnersprincipe, wat betekent dat één werkend persoon in staat moet zijn zichzelf, een andere volwassene en eventuele kinderen te onderhouden. Wie kinderen heeft, ontvangt los van eigen inkomsten een vast bedrag aan kinderbijslag. Dit is op zichzelf onvoldoende om kinderen volledig van te voeden en te kleden, het is een gebaar waarmee de overheid uitdrukt dat het materiële welzijn van kinderen mede een verantwoordelijkheid is van de hele maatschappij.

Het kostwinnersprincipe staat ter discussie, zowel onder druk van feministen die vinden dat de economische afhankelijkheid van de vrouw ermee in stand wordt gehouden, als ook van snoeiers en bezuinigers. Het loslaten van het kostwinnersprincipe opent immers ongekende mogelijkheden tot het verlagen van lonen en uitkeringen. Voor de rest is niemand er echt enthousiast voor, omdat er een diepe weerzin bestaat tegen de arbeidsplicht voor vrouwen. Hoewel mensen meer dan ooit doordrongen zijn van het belang voor meisjes om een goede opleiding te volgen, en hoewel een leven als huisvrouw en moeder niet meer als een nastrevenswaardige bestemming geldt in klassegesprekken, noch in de opvoeding van dochters, noch in overheidsboodschappen, zitten in de praktijk talloze vrouwen voor een kortere of langere periode in hun leven thuis met de kinderen en zijn dus financieel afhankelijk.

Het aantal werkende vrouwen groeit, maar behalve in het geval van alleenstaande vrouwen, al dan niet met kinderen, is het idee er niet uit te rammen dat dit werk een soort extraatje is, een vrijwillige keuze die wordt ingegeven door leukheidsoverwegingen (ik houd van mijn werk) of door financiële motieven (het gezin heeft behoefte aan een caravan, gebitsregulatie, een nieuw bankstel). Op de een of andere manier verstoort het idee van de arbeidsplicht voor vrouwen een even irrationele als diepgewortelde rechtvaardigheidsstandaard. Meestal wordt hier de supermarktcaissière bijgehaald, die de keus heeft tussen haar dagen doorbrengen met wandelingetjes naar het park en thuis wat met de baby aanrommelen, terwijl op de achtergrond de wasmachine vredig sopt en de koffie pruttelt, of aan de andere kant het weinig verheffende werk achter de kassa (spaart u zegels?) en de baby in de crèche.

Maar voor hoger opgeleide vrouwen is de prioriteit van het werk evenmin vanzelfsprekend. Er zijn heel wat radiolaborantes, vrouwelijke computerprogrammeurs, logopedistes die geen zin hebben hun kind naar de crèche te brengen, zelfs niet als het betaalbaar zou zijn, wat het vaak niet is. Ze zitten liever een paar jaar thuis, wat niet betekent dat ze voor de rest van hun leven verloren zijn voor de arbeidsmarkt. Werk en heel jonge kinderen laten zich alleen lastiger combineren dan werk en iets oudere kinderen, al zal ook dan de voorkeur voor parttime-banen nog steeds onevenredig groot zijn. Dat geldt trouwens ook voor de supermarktcaissière. Wanneer haar kinderen eenmaal onder de pannen op school zitten, komt het werk in een ander perspectief te staan: geestelijk verheffend is het nog steeds niet, maar het kan aantrekkelijk zijn iets nuttigs te doen, waar je ook geld mee verdient. Het sociale contact met collega's kan blikverruimend werken en bovendien is het niet alleen voor mannen en kinderen maar ook voor vrouwen prettig er een leven buiten het gezin op na te houden. Dat houdt de geest fris.

Er zijn maar weinig vrouwen die echt afwillen van het kostwinnersprincipe. Afschaffing ervan zou hun keuzevrijheid reduceren, in het geval van de lagere inkomens zelfs tot nul. De hele constellatie van voordelen die werkende getrouwde vrouwen genieten (de extraatjes binnenbrengen, het accelereren of juist gas terugnemen al naar gelang de behoefte, de zelfontplooiing, de wetenschap dat je kunt vertrekken zonder onmiddellijk tot armoede te vervallen) zou in één klap weggevaagd worden als het werken voor hen verplicht zou zijn.

Er zit iets onaangenaams achter de denkwijze dat iedereen voor zichzelf moet werken en dat het onbehoorlijk is financieel afhankelijk van een ander persoon te zijn. Nooit in de geschiedenis werkten mensen alleen maar voor zichzelf. Ook vrijgezellen of oude ongetrouwde dames vermaken hun spaarcentjes liever aan een achterneefje dan dat ze hun bezittingen aan de staat laten vervallen. Kinderen zullen altijd economisch afhankelijk zijn van hun ouders, zelfs in het imaginaire scenario dat opvoedingskosten geheel voor rekening van de kinderbijslag zouden komen, want de meeste ouders willen hun kinderen iets meer toestoppen dan alleen eten en kleren.

Ongelijke financiële verantwoordelijkheid is nauwelijks te vermijden in gezinnen omdat het maar weinig voorkomt dat beide partners evenveel verdienen. Een rolwisseling beginnen (de vrouw maakt carrière, de man doet het zoetjesaan met werk en zorgt voor de kinderen) kan in individuele gevallen een leuke oplossing zijn, maar maakt de verdeling er niet minder scheef op. De meest verdienende dwingen om parttime te werken, zodat de minst verdienende ook parttime kan werken is een irreële optie.

Zolang het goed gaat in een huwelijk hoor je niemand klagen over financiële afhankelijkheid en scheve verhoudingen. Dit begint pas bij de echtscheiding. Vandaar de terechte vermaningen aan meisjes om hun toekomst in hemelsnaam veilig te stellen door middel van een opleiding. De kans is niet denkbeeldig dat ze inderdaad hun eigen brood moeten verdienen. Voor een vrouw in de lage-inkomensregionen met kleine kinderen is dat niet makkelijk, maar gelukkig is daar de bijstandsregeling.

Er is veel protest tegen het (gedeeltelijk) verhalen van deze bijstandsuitkering op de gescheiden man, want die mannen willen niet betalen en bovendien willen die vrouwen niet meer van die ellendeling afhankelijk zijn. Maar waarom wel in goede en niet in slechte tijden? Een aanzienlijk gedeelte van een bijstandsuitkering gaat op aan de verzorging van kinderen. Het is toch wel eigenaardig dat het sommige mannen zo makkelijk wordt gemaakt niet te betalen omdat het hun ex-vrouwen geestelijk beter uitkomt van de staat afhankelijk te zijn. Of de gescheiden vrouw werkt of niet, of ze samenwoont of een lat-relatie onderhoudt met een rijke vriend doet helemaal niet terzake. Een gescheiden vader heeft de morele plicht een bijdrage te leveren aan het onderhoud van zijn kinderen tot ze volwassen zijn. Dat is de implicatie van het kostwinnerschap, waar niemand vanaf wil.