Asimov herinnerd

The Skeptical Inquirer. Fall 1992. Vol. 17, no. 1. Redactie-adres: Box 703, Buffalo, NY 14226-0703, USA. Jaarabonnement: $ 25.00.

Op 6 april jongstleden overleed, om half drie 's ochtends in zijn woonplaats New York, Isaac Asimov. In hem verdween een instituut, zowel op het gebied van de science fact als dat van de science fiction. Hij werd 72 jaar.

De ongelooflijke produktie van Asimov liep door tot vrijwel aan zijn dood. Stond de teller in 1980 nog op 215 boeken, in zijn laatste twaalf levensjaren liep hij door tot bijna 500. Dat betekende een output van ruim anderhalf boek per maand. Een groot deel hiervan was non-fictie en ging over de natuurwetenschappen. Alleen al zijn maandelijkse science essays in het Magazine of Fantasy and Science Fiction waren goed voor 25 bundels.

Sommige mensen kijken een beetje neer op Asimovs populair-wetenschappelijke pennevruchten. Ze vinden hem oppervlakkig. Nu blinkt inderdaad niet elk stuk van Asimov uit in informatie-overdracht en stijl. Maar dat had bij zo'n geweldige produktie ook moeilijk anders gekund.

De werkelijkheid is dat Asimov wanneer hij op zijn best was de meest ingewikkelde zaken simpel uit de doeken wist te doen. Hij deed dat met onnavolgbare souplesse, vaak oorspronkelijk in zijn onderwerpkeuze en invalshoek.

Hoe men trouwens ook over Asimovs non-fictieproza moge denken, het staat vast dat het vele jongeren nieuwsgierigheid heeft bijgebracht en heeft geïnspireerd tot een wetenschappelijke loopbaan. Alleen al om die reden is zijn overlijden een gevoelig verlies.

Asimov, van oorsprong biochemicus, was een onvermoeibaar pleitbezorger van rede en wetenschap. Hij was volkomen wars van alles dat zweemt naar pseudowetenschap, creationisme, New Age en geloof in paranormale verschijnselen. Toen dan ook in 1976 het Committee for the Scientific Investigation of Claims of the Paranormal (CSICOP) werd opgericht, een organisatie van voornamelijk wetenschapsmensen die paranormale aanspraken kritisch onderzoekt, was Asimov een van de Founding Fellows. Hij bleef dat tot aan zijn dood.

De CSICOP eert zijn weggevallen boegbeeld nu met een "huldiging' in het kwartaalblad The Skeptical Inquirer. Twaalf vrienden en mede-Fellows, onder wie science-fiction auteur Arthur C. Clarke, astronoom Carl Sagan, paleontoloog Stephen Jay Gould, publicist Martin Gardner en goochelaar James "The Amazing' Randi, blikken in persoonlijke in memoriams terug op Asimovs kleurrijke persoonlijkheid. Om de anekdotes die zij daarin ophalen, valt af en toe smakelijk te lachen.

Asimov was gezegend met een bijzonder groot ego. Op zijn visitekaartje, memomeert Martin Gardner, prijkte lang de vermelding "National Resource' - niet direct een blijk van valse bescheidenheid. Ook in de conversatie stak hij zijn zelfdunk niet onder stoelen of banken. Toen hij eens onder narcose moest worden geopereerd, waarschuwde hij de anaesthesist met de woorden: "Ik hoop dat u snapt dat dit geen gemiddeld brein is dat u op het punt staat in slaap te brengen.'

Daar staat wel tegenover, schrijft James Randi, dat als iemand recht had op een groot ego, het Asimov was. ""Elk onderwerp, van de bijbel tot de zon, kwam onder zijn aandacht en werd daar beter van.''

Beroemd is Asimovs pennestrijd met collega SF schrijver Arthur C. Clarke over wie van hen nu de betere science-fiction schrijver was en wie de betere science-fact schrijver. Na veel geplaag over en weer kwam het uiteindelijk tot een vergelijk, het Clarke-Asimov Verdrag. De uitkomst hiervan valt af te lezen aan de opdracht die Clarke aan een van zijn non-fictieboeken meegaf: ""In overeenstemming met het Clarke-Asimov Verdrag draagt de op één na beste science schrijver dit boek op aan de op één na beste science-fiction schrijver.''

Clarke heeft in 1974 ook eens voorgerekend dat Asimov tot op dat moment 5,6 x 10¹6 microhectare ontbossing op zijn geweten had - ""Al die prachtige bomen, omgezet in Asimov boeken''.

Behalve de Asimov-herinneringen en de gebruikelijke rubrieken bevat het herfstnummer van The Skeptical Inquirer artikelen over de Gaia hypothese, een runensteen uit Minnesota, vreemde ervaringen tijdens de slaap, "wetenschappelijk' creationisme, sterrenwaarneming bij daglicht door de schoorsteen en de samenstand van Jupiter en Venus op 17 juni 2 v. Chr., al dan niet herdacht op een oude joodse amulet. De skeptici op de wereld kunnen weer een kwart jaar vooruit.