Administratie RSM "al jaren gebrekkig'

ROTTERDAM, 15 OKT. De financiële controle en administratie bij de Rotterdam School of Management (RSM) zijn al jaren zeer gebrekkig, zo blijkt uit het accountantsrapport van Paardekooper & Hoffman. “Uit de omvangrijke notulen van de bestuursvergaderingen kan de besluitvorming van dit college moeilijk worden getraceerd. Dit bemoeilijkt de controle op de uitvoering van genomen besluiten en gemaakte (reis)kosten”, aldus het rapport.

Zo bestaat er over de jaren 1985 en 1986 “geen zelfstandige financiële verantwoording” van de opleiding. Volgens de accountants Paardekooper & Hoffman is nader onderzoek nodig in de administratie van de universiteit, die van meet af aan de subsidie van het ministerie in een apart fonds heeft beheerd. Toen de RSM in 1987 zelf de administratie ter hand nam, bleef de financiële organisatie gebrekkig door slechte communicatie bij de RSM intern en onduidelijke afspraken tussen de school en het college van bestuur van de universiteit.

Hoe rooskleurig de RSM zelf de jaarcijfers afschilderde, blijkt uit de gang van zaken in 1991. In de begroting ging de school nog uit van een positief saldo van 314.000 gulden. De concept-jaarrekening vertoonde vervolgens een tekort van 430.213 gulden. Uiteindelijk moest de directie een verlies van 1,4 miljoen gulden noteren.

Niet bekend

Het vorig jaar begonnen uitwisselingsprogramma met de universiteiten van Boedapest, Warschau en Praag groeide in ieder geval uit tot een verliesgevend project: de lasten overtroffen de opbrengsten, waaronder 1,1 miljoen gulden overheidssubsidie. Een verlies van nog eens bijna acht ton leed de RSM vorig jaar bij het zogeheten MBI-programma, een gecombineerde cursus voor management en informatica.

“Er bestaat onduidelijkheid over de vraag in hoeverre de beloning van docenten, instituten en functionarissen zich verhoudt tot het bepaalde in het Algemeen Rijksambtenarenreglement en de Uitvoeringsregeling Werk voor Derden van de Erasmus Universiteit”, schrijft Paardekooper's ervaren accountant drs. H. Slob, door de Tweede Kamer destijds ingehuurd voor de paspoortenquête. Hij werpt de vraag op in hoeverre de RSM als een derde kan worden beschouwd.

Slob besluit zijn conclusies met de onderkoelde opmerking: “In overleg met het ministerie van onderwijs en wetenschappen zal duidelijkheid moeten worden verkregen over de definitieve afrekening van de subsidie.” Minister Ritzen liet vorige maand in antwoord op Kamervragen weten niet op de hoogte te zijn geweest van financiële problemen bij de RSM.

Het accountantsrapport is gisteravond overlegd aan de commissie-Langman. Het rapport is tevens overhandigd aan een commissie onder leiding van de bekende bewindvoerder prof.mr.drs. H.P.J. Ophof, hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit. De commissie-Ophof begeleidt het accountantsonderzoek.

Door de affaire is het bij de RSM de afgelopen maanden een komen en gaan van bestuurders geweest. In mei moest de directeur van de RSM, drs. J. de Smit, het veld ruimen. Zijn opvolger, prof.dr.ir. G. Broekstra, stapte na een ambtstermijn van amper vijf maanden op. De voorzitter van het bestuur van de stichting RSM en dekaan van de faculteit bedrijfskunde, prof.dr. P. van Berkel, moest begin vorig maand zijn functie neerleggen. Hij is weer opgevolgd door prof.dr. G.G.J.M. Poeth, hoogleraar financieel management.

De problemen bij de RSM hebben er ook toe geleid dat plannen voor een fusie met de universiteit voor bedrijfskunde Nijenrode onlangs zijn opgeschort. Volgens deze vergevorderde plannen zou de MBA-opleiding uit Rotterdam verdwijnen.