Aannemers: ondergrondse spoorlijn kost 10 miljard; "Betuwelijn in tunnel haalbaar'

ROTTERDAM, 15 OKT. Een ondergrondse Betuwespoorlijn zou nog geen 10 miljard gulden hoeven te kosten. Dat zeggen aannemers in de Stuurgroep Ondergrondse Vervoersinfrastructuur, die de aanleg van een ondergrondse Betuwelijn onderzoekt.

De kosten van een bovengrondse Betuwelijn worden vooralsnog geraamd op 5 miljard, maar deze kunnen oplopen tot ten minste 7 miljard onder druk van milieu- en veiligheidseisen. De Stuurgroep, deze zomer op initiatief van Rijkswaterstaat gevormd, bestaat uit vertegenwoordigers van de ministeries van economische zaken en verkeer en waterstaat, de Nederlandse Spoorwegen en het bedrijfsleven. Doel van de Stuurgroep is uitsluitsel te geven over de kosten en baten van tunnelen. Het rapport wordt over een jaar verwacht. Omdat de besluitvorming over de Betuwelijn dan al voor een groot deel achter de rug is, heeft het Kamerlid G. Leers (CDA) in september aan minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) om een "tussenrapportage' over een ondergrondse Betuwelijn gevraagd. Die moet nog deze maand verschijnen.

In de Stuurgroep is over deze "tussenrapportage' inmiddels enige beroering ontstaan. De aannemers die in de stuurgroep zijn vertegenwoordigd en al eerder hebben gezegd dat een tunnel "technisch haalbaar' is, menen dat het nog te vroeg is om in de vorm van een tussenrapportage een oordeel te geven over de kosten van ondertunnelung.

Volgens projectleider van de studiegroep boortunnels C.P. Fransen van de Hollandsche Beton- en Waterbouw bv, een onderdeel van de HBG, ”kunnen kosten zo hoog of laag uitvallen als je zelf wilt”. Hoewel 100 miljoen gulden per kilometer (10 miljard voor honderd kilometer Betuwelijn, het door de Nederlandse Spoorwegen gehanteerde bedrag voor een tunnel "in het open veld') hem “aan de hoge kant” lijkt, wijst Fransen erop dat “het gaat om de randvoorwaarden”. “Als er hoge eisen worden gesteld aan veiligheid en lawaaibestrijding kan een bovengrondse spoorlijn ook heel duur worden.”

Pag 2: Onenigheid over kosten van "tunnelen'

Ook Th. Mulder, algemeen directeur van Ballast Nedam Beton- en Waterbouw en lid van de stuurgroep, vindt 100 miljoen gulden per kilometer voor een tunnel “veel”. Net als Fransen meent hij echter dat er nog geen eenduidig antwoord op de vraag naar de kosten van een tunnel mogelijk is. Mulder noemt het “jammer” en “vervelend” dat er een tussenrapportage komt. “Wat hebben onze bevindingen nog voor zin als de besluiten al worden genomen?”

Voorzitter J.C. Slagter van de stuurgroep, voor zijn vervroegde uittreding werkzaam bij Rijkswaterstaat, weigert het woord 'tussenrapportage' te gebruiken: “Ambtenaren op het ministerie maken die rapportage, wij niet”. Volgens Slagter is tunnelen een complexe materie, waarover pas na veel plussen en minnen iets zinnigs kan worden gezegd. Bedoeling van de stuurgroep is om ook kosten en baten zichtbaar te maken die tot nu toe niet in miljoenen worden uitgedrukt, zoals het maatschappelijk voordeel en de milieuwinst van tunnelen. De stuurgroep heeft zes werkgroepen ingesteld, die zich moeten buigen over onderwerpen als de economische effecten, de milieu-effecten en de procedurele en juridische kanten van tunnelen.

Andere leden stellen dat de stuurgroep niet is ingesteld om een besluit over de Betuwelijn te nemen, maar om een “afweegtechniek te ontwikkelen”. Volgens J. Stuip, directeur van het Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving (CUR) in Gouda, “moet je zoiets niet opjutten”. “Die tussenrapportage is een ambtelijk stuk, wij komen met een methodiek op wetenschappelijke grondslag”.

De Nederlandse Spoorwegen en het ministerie van verkeer en waterstaat hebben steeds gezegd dat een ondergrondse Betuwelijn enkele malen duurder is dan een bovengrondse. Uitgaande van het oorspronkelijk voor de Betuwelijn gehanteerde bedrag van 2,5 miljard gulden, kwamen de NS uit op ”4 à 5 keer zo duur”. Bij de behandeling van haar begroting in de Eerste Kamer, maart van dit jaar, verklaarde minister Maij-Weggen wegens de kosten “niets te zien” in een tunnel. Eerder had ir. W. Leeuwenburg, hoofd van de onderafdeling Ordening, Ontwerp en Voorzieningen Rijkswegen bij Rijkswaterstaat, op persoonlijke titel in het blad "Mobiliteitsschrift' geschreven dat “de Betuwelijn ondergronds kan en moet worden aangelegd”.

PvdA-Kamerlid J.J. Feenstra, woordvoerder voor de Betuwelijn voor zijn fractie, vindt dat “als de kosten van een ondergrondse en een bovengrondse spoorlijn bij elkaar in de buurt komen, heroverweging van de Betuwelijn voor de hand ligt”. Feenstra zal volgende week, bij de behandeling van de begroting van het ministerie van VROM, vragen om “meer aandacht voor ondergronds bouwen”.

Het Kamerlid wijst op experimenten van het door Verkeer en Waterstaat gesubsidieerde ISDS, dat onder leiding van de Delftse hoogleraar R. van der Hoorn een systeem van "hoge snelheid tunneltransport' ontwikkelt. Volgens de Delftse onderzoekers hoeft bij dit systeem een tunnel niet meer dan 40 miljoen gulden per kilometer te kosten.

CDA-Kamerlid Ger Leers vindt de optie van de aannemers “interessant om naar te kijken”. Leers wil weten hoe de aannemers het bedrag van ten hoogste tien miljard hebben onderbouwd. Ondergrondse aanleg mag volgens hem evenwel niet tot al te grote vertagingen leiden.“Ik vraag me wel af of het ondergronds niet langer gaat duren. Als het tien jaar langer gaat duren dan bovengrondse aanleg, zitten we met een probleem.”

    • Gretha Pama