Z-China voorbeeld op partijcongres

PEKING, 14 OKT. De hoogste leiders van de Chinese Communistische Partij lijken niet van zins hun historische koerswijziging in de richting van een socialistische markteconomie aan de media uit te leggen, maar drie partijsecretarissen van economisch meer geavanceerde gebieden hebben dat vandaag in hun plaats gedaan.

Het waren de partijsecretaris van de aan Hongkong grenzende provincie Guangdong, Xie Fei (60), die van Shanghai, Wu Bangguo (51) en van de noordelijke kustprovincie Shandong, Jiang Chunyun (62). De drie zetten de superieure situatie in hun respectieve ambtsgebieden uiteen als paradijzen voor buitenlandse investeerders, met name nu de transformatie naar de markt voor de deur staat.

Zij beschreven de groeiende kloof tussen de relatief welvarende kustgebieden en het armere, moeilijker toegankelijke achterland als een tijdelijk verschijnsel dat zal worden opgelost volgens het principe van kameraad Deng Xiaoping: “Laat sommigen eerst rijk worden en bevorder daarna rijkdom voor allen.” Xie Fei vulde aan dat sinds kort de nieuwe formule "hervormingen in alle richtingen' geldt, die de instellingen van speciale economische zones over het hele stroomgebied van de Yangtse-rivier en alle grensgebieden voorstelt en alle provincies toestaat buitenlandse investeringen aan te trekken.

Tot dusver was Guangdong de grootste ontvanger van buitenlandse en Hongkong-investeringen, maar Xie maakte zich geen zorgen dat nu er steeds meer concurrerende kandidaat-gebied komen Guangdong zijn aantrekkingskracht zou verliezen. Guangdong wordt immers al minder aantrekkelijk voor investeringen in arbeidsintensieve industrieën omdat de lonen er twee maal hoger zijn dan in het Chinese achterland en het de overschakeling naar hoge technologie al aan het maken is.

Partijsecretaris Jiang van Shandong schetste de fenomenale ontwikkeling van Shandong, vanouds een arme provincie, met nu 80 miljoen inwoners, tot de grootste landbouwproducent van het land met 10,3 procent gemiddelde groei van 1979 tot 1990, 14 procent in 1991 en 16 procent gedurende de eerste helft van dit jaar. Jiang releveerde dat Shandong het geboorteland van de wijsgeren Confucius en Mencius was en dat de bevolking daar eerlijk is, de openbare orde goed en het misdaadpercentage een van de laagste van China.

Dit was een duidelijke steek onder water naar zijn collega's van Shanghai en Kanton, waar corruptie en misdaad de hoogste van China zijn. Hij zei dat er 270 Zuidkoreaanse investeringsprojecten zijn en dat dit nu nog sneller zal toennemen, nu China en Zuid-Korea diplomatieke betrekkingen zijn aangegaan. De drie partijbazen waren zeer terughoudend in antwoord op een vraag over de dreiging van sociale onrust als gevolg van de snelle sociaal-economische veranderingen.

Gisteren bemachtigde het persbureau Reuter een geheim document met instructies voor inzet van militaire middelen in geval van onrust. Jiang maakte zich ervan af met de dooddoener dat zo'n situatie drie jaar geleden wel bestond en zelfs ontaardde in een "contra-revolutionaire rebellie' in Peking, maar dat nu alles onder controle was. “De studenten hebben hun les geleerd, beseffen nu dat hun beweging verkeerd was. Zij beseffen nu dat de partij-lijn en leiding correct zijn.”

    • Willem van Kemenade