Verbijstering in Groot-Brittannië over sluiting van mijnen

LONDEN, 14 OKT. In Groot-Brittannië is met woede en verbijstering gereageerd op de sluiting van 31 mijnen en het verlies van 30.000 banen in de kolenindustrie. De Britse vakbeweging overweegt gezamenlijke actie en prominente industriëlen hebben gewaarschuwd voor sociale onrust.

Regeringsgetrouwe kranten hebben opgeroepen tot een programma voor nationaal herstel en beschuldigen premier Major opnieuw van gebrek aan leidinggevende kwaliteiten, nu hij midden in een diepe recessie de banen van naar schatting 100.000 (waarvan 70.000 indirect) werknemers op de tocht zet.

Minister Heseltine (handel en industrie) zei gisteren bij de aankondiging van de diepste messnede ooit in de industriële produktie van het land, dat de beslissing om British Coal tot de helft van de bestaande capaciteit terug te brengen de moeilijkste was die hij ooit had moeten nemen. “Maar dat maakt de beslissing nog niet verkeerd”, voegde hij er aan toe. De regering stelt 1 miljard pond beschikbaar om de gevolgen van de ontslagen op te vangen.

De vakbonden van mijnwerkers, de gematigde UDM en de militante NUM, spreken van verraad en van een doelbewuste daad van vandalisme. NUM-baas Arthur Scargill, leider van de mijnwerkersstaking in 1984, zegt dat de regering bezig is met een wraakoefening jegens de mijnwerkers. UDM-voorman Roy Lynk is vol bitterheid over een dubbel verraad. Zijn mijnwerkers hebben in 1984 doorgewerkt en de regering-Thatcher zo geholpen de confrontatie met de militanten te winnen. “Als je hier gematigd bent, moet je kennelijk over je laten lopen. Dit is een opzettelijke poging om de mijnwerkers in de rug te steken.”

De bonden willen met alle mogelijke middelen proberen de sluitingen te voorkomen, maar British Coal heeft al gewaarschuwd dat staken tot gevolg zal hebben dat er geen afvloeiingssom wordt betaald. De eerste zes mijnen gaan vrijdag al dicht, negentien met kerstmis en de rest in maart. Sluiting betekent dat hele dorpen in South Yorkshire, Nottinghamshire en Wales van de kaart worden geveegd. Regio's die altijd hebben gedreven op de mijnbouw worden qua werkgelegenheid een woestenij.

Beloften van de regering over herscholingsprogramma's snijden weinig hout. De verwachting is dat het vrijwel afschaffen van de kolenindustrie nog jarenlang gevolgen zal hebben voor de Britse economie: elke verloren baan bij British Coal levert drie tot vier verloren banen in toeleveringsbedrijven op. Heseltine waarschuwde bovendien voor verdere ontslagen in de scheeps- en vliegtuigbouw en defensie-industrie.

De sluiting van de mijnen is volgens de topman van het staatsbedrijf, Neil Clarke, het gevolg van “economics of the madhouse” van de regering. Vastbesloten om nooit meer afhankelijk te zijn van de grillen van de (militante) mijnwerkers, richtte de regering-Thatcher haar energiebeleid op het ontwikkelen van zwaar gesubsidieerde kerncentrales. De privatisering van de elektriciteitsindustrie, in 1991, was de tweede klap voor de kolenindustrie. De nieuwe energiebedrijven, PowerGen en National Power, kregen de vrijheid om zo goedkoop mogelijk in te kopen. De import van goedkope steenkool en contracten met onafhankelijke, gasgestookte centrales ondermijnden de markt voor de Britse mijnindustrie.

De vakbeweging beschuldigt de regering ervan dat ze het hart uit de bedrijfstak snijdt ten voordele van (uiteindelijk duurder) gas en grotere winsten voor de energiebedrijven. Heseltines schaduw bij Labour, Robin Cook, wil dat de minister een voorbeeld neemt aan de Duitse regering, die twee weken geleden 1 miljard pond investeerde (3,5 miljard pond totaal in 1992) om haar kolenvelden te redden. De Britse kolenindustrie is de meeste effectieve, minst gesubsidiëerde kolenindustrie van heel Europa.

    • Hieke Jippes