Turbulentie op financiële markten raakt ook particulieren; Nederlandse spaarders keren termijndeposito's de rug toe

ROTTERDAM, 14 OKT. De turbulente ontwikkelingen op de financiële markten trekken diepe sporen. En niet alleen in de valutahandel. Ook de particuliere spaarders merken het. Massaal trekken ze zich terug uit termijndeposito's.

Lange tijd legde de particuliere spaarder voorkeur aan de dag voor het termijndeposito, een spaarvorm waarbij hij zijn geld voor een tevoren vastgestelde periode vastzet bij een bank. Enige jaren terug zat 26 procent van het Nerdrelandse spaargeld vast in termijndeposito's, terwijl 12 procent van het spaargeld in contanten werd aangehouden en als direct opvraagbaar tegoed. Hoe langer de termijn, hoe hoger de rente, zo luidde de vuistregel. De bank betaalt graag iets meer voor grotere zekerheid. Althans, tot voor kort.

Toen de Nederlandsche Bank vorige maand de officiële rentetarieven een kwart procentpunt verlaagde, grepen de banken de maatregel aan om de rentevergoeding op termijndeposito's aanmerkelijk sterker te verminderen. De rente op gewone spaarrekeningen, waarbij het gestorte geld vrij opneembaar is, veranderde niet en ligt nu rondom de 8 procent. De rentebewuste spaarder spaart nu dus "gewoon'.

Wie vijf weken geleden op een maanddeposito 25.000 gulden stortte, kon rekenen op een rente op jaarbasis van ongeveer 9 procent. Wie nu naar een willekeurige bank stapt en hetzelfde doet, krijgt hooguit 7,8 procent.

Volgens J. Riemens van het onafhankelijke spaaradviesbureau Interest in Amsterdam is momenteel sprake van een zogenoemde omgekeerde rentestructuur. Omdat de ontwikkeling van de rente op iets langere termijn onzeker is - als gevolg van de onvoorspelbare economische situatie in Europa en de Verenigde Staten - houden de banken hun "lange rente' laag. “Het gevolg is dat spaarders hun vrijgekomen deposito's omzetten in direct opvraagbare spaarrekeningen.”

A. Kuijper, hoofd produktgroep kredietgelden van de Rabobank, wijt de omgekeerde rentestructuur aan Duitsland. “Na de hereniging van Duitsland nam de geldhoeveelheid er fors toe. Daardoor dreigde de inflatie op te lopen. Om dit gevaar af te wenden, verhoogde de Bundesbank de korte-termijnrente. De Nederlandse economie, sterk afhankelijk van de Duitse, volgde dit voorbeeld.”

Als de rente omhoog gaat, staan de kranten meestal vol met allerlei aantrekkelijke spaaraanbiedingen. Nu de rente daalt, blijft het opmerkelijk stil. “Een autoverkoper maakt toch ook geen reclame als zijn wagens 3.000 gulden duurder en dus minder aantrekkelijk worden”, pareert rayondirecteur A. Munninghoff van de Verenigde Spaarbank (VSB) in Rotterdam. “En overigens hebben wij wel degelijk onze tariefswijzigingen publiek gemaakt.” Volgens Munninghoff gaat het trouwens maar om tienden van procenten. “Het is niet zo dat de spaarmarkt volledig is ingestort.”

Hoeveel de vergoeding op spaargeld bij de VSB is gedaald, hangt af van de spaarvorm. Voor een spaarrekening waarbij de tegoeden dagelijks opvraagbaar zijn is de renteverandering nihil geweest, maar voor spaarvormen met een minder vrijblijvend karakter ligt dat anders. “Bij een inleg van minimaal 25.000 gulden en met opnamerestricties ligt de rentevergoeding bij ons op maximaal 7,75 procent. Voor de rente-aanpassingen van de Nederlandse Bank was dat nog 8,25 procent. De hoogrenderende spaarrekeningen zijn dus het meest veranderd.” Munninghoff wijst erop dat de winstmarges bij de hoog renderende rekeningen voor de bank het kleinst zijn. “Als de Nederlandse Bank haar tarieven aanpast, zullen deze rekeningen dus het snelst volgen.”

Munninghoff constateert dat cliënten “steeds rentebewuster zijn”, en snel op de aanpassing van de rentevoet reageren. Nieuwe toetreders op de spaarmarkt, zoals Spaarbeleg en Robeco zijn zich hiervan bewust, aldus de rayondirecteur. “Niet zelden stappen cliënten over naar deze financiële instellingen, die zich volledig hebben toegelegd op dez spaarmarkt. Zij kunnen hogere rentepercentages bieden omdat ze niet werken met een uitgebreid kantorennet.”

Rabobank Nederland is met een aandeel van 40 procent de grootste partij op de spaar- en deposito-markt, die volgens Kuijper zo'n 200 miljard gulden groot is. “De concurrentie op deze markt is de laatste jaren sterk toegenomen. De Rabobank moet op zijn spaarprodukten steeds scherper prijzen om haar marktaandeel niet kwijt te raken en dat gaat ten koste van de winstmarges”, aldus Kuijper.