Nieuwe scenario's

In de Koude Oorlog is het "scenario' tot ontwikkeling gekomen. Daarvoor bestond natuurlijk ook al een veronderstellend causaal denken: als er dit gebeurt dan moet rekening worden gehouden met mogelijkheden a, b en c die reacties x, y of z kunnen veroorzaken. Maar pas nadat de kernbewapening tot een zekere ontwikkeling was gekomen, werd het scenario-denken tot een gebruikelijke, op den duur in de politiek van alledag gepopulariseerde manier om een eventuele toekomst beter voorstelbaar te maken. Intussen heeft het woord een betekenis gekregen die zweeft tussen plan en denkbaar spel van het lot - ook voetbaltrainers hebben voor hun elftallen scenario's opgesteld - maar uit de internationale politiek is het nagenoeg verdwenen. In de Koude Oorlog bevatte het scenario een grootschalig, meestal afschrikwekkend toekomstbeeld. Als het politieke scenario nu zo schaars is, kunnen we daaruit afleiden dat òf de toekomst niet meer om grootschalige verbeelding vraagt, òf dat we niet meer rekening houden met afschrikwekkende ontwikkelingen, òf dat welke mogelijke toekomst dan ook niet meer als dusdanig afschrikwekkend wordt gezien om er de verbeeldingskracht voor aan het werk te zetten.

Er zijn wel aanlopen genomen. Zo heeft de niet te stuiten Joegoslavische burgeroorlog grof gezegd drie soorten reacties veroorzaakt. De eerste is de humanitaire die snel tot de conlusie leidt dat "het zo niet langer kan,' maar waaraan het praktisch vervolg - hoe het dan anders zou moeten - ontbreekt. De tweede is de politiek-militaire, die bestaat uit een verscheidenheid aan pogingen om er een eind aan te maken waarbij de gemeenschappelijke noemer is dat ze alle niet ver genoeg gaan omdat het mankeert aan de overeenstemming voor een verder reikende interventie. De derde reactie, speculatief, weinig doordacht, bestaat hierin dat de gevolgen van de halve passiviteit tegenover het conflict pas later duidelijk zullen worden. Wat nu in Joegoslavië gebeurt, zo wordt volgens deze reactie geredeneerd, betekent het moreel failliet van de Westerse democratische gemeenschap. De politieke praktijk van het Westen in de afgelopen anderhalf jaar komt hierop neer, dat het vroegere Joegoslavië in quarantaine is gezet, dat de strijdende partijen daardoor de facto een vrijbrief tot moorden hebben gekregen en dat de beschaafde wereld wel zal zien wat zij gaat doen als de slachtpartij is afgelopen.

Het feitelijk tolereren van de slachtpartij, de quarantainepolitiek, wijst op de afwezigheid van het scenario-denken. Het is een ad hoc gestommel, van de ene conferentie naar de andere, van de ene rechtvaardiging voor afzijdigheid naar de volgende. Degenen die dit ad hoc denken zijn toegedaan, hebben het gelijk, of de schijn van gelijk aan hun kant. Immers: er zijn daar weliswaar met hun ethnic cleansing barbaren aan de slag die concentratiekampen hebben ingericht en die vrouwen en kinderen vermoorden, maar ze zijn geen Hitlers, ze hebben geen ideologie die zich over Europa zou kunnen verspreiden. En het mag waar zijn dat ze een volksverhuizing op gang hebben gebracht die in andere landen ongure toestanden veroorzaakt, maar tenslotte heeft de politie de zaak weer in de hand. In laatste aanleg overheerst de overtuiging dat alles tijdelijk en plaatselijk is. Als de verbeeldingskracht een scenario levert waarin duurzaam, infecterend en daardoor internationaal de hoofdmomenten zouden zijn: zouden we dan nu anders op deze burgeroorlog reageren? Dan zou onze verbeeldingskracht daarvoor eerst opnieuw moeten worden geprogrammeerd (om in scenariotaal te blijven).

In het moderne Westerse politieke denken zijn "etnische minderheden' en geloofsverschillen misschien oorzaken van binnenlandse vraagstukken, maar niet meer de grootheden die internationale verhoudingen bepalen. Met andere woorden: we kunnen ons geen scenario voorstellen waarin het Joegoslavische "model' buiten zijn oevers zal treden. Ook dit heeft weer zijn oorzaak. De Koude Oorlog heeft ons geleerd in blokken te denken en daarin was voor allerlei nationalistische, etnische of religieuze problematiek hooguit een ondergeschikte betekenis gereserveerd.

Het wordt nu duidelijk dat de politieke verbeeldingskracht van het Westen aan een herscholing toe is. Naarmate de Joegoslavische burgeroorlog langer duurt, terwijl nationalistische en tegenstellingen in andere delen van Europa verscherpen, wordt "Joegoslavië' meer tot een praktisch voorbeeld: het blijkt niet alleen mogelijk te zijn, regionaal geweld te gebruiken; het lokt bovendien geen doorslaggevende sancties uit. Tegen deze betekenis van Joegoslavië zijn de politieke leiders van het Westen al ettelijke malen gewaarschuwd. Nu worden deze waarschuwingen ook geschraagd door de eerste scenario's van na de Koude Oorlog.

Een stevig doortimmerd scenario van dit type vindt men in de International Herald Tribune van 13 oktober; daarvoor gepubliceerd in The Washington Post. Het is van de Praagse journalist Jan Urban, vroeger voorzitter van de Tsjechoslowaakse beweging Burgerforum. Hij werkt daarin het denkbeeld uit wat er zou kunnen gebeuren als de Slowaken, geleid door de behoefte aan eigen energiebronnen en nationaal prestige, de Donau wilden omleiden. Het plan alleen al zou een kettingreactie veroorzaken waarbij weldra Hongarije en de Oekraïne betrokken zouden raken. Wat doen Polen en Roemenië? Kan Duitsland temidden van de herboren chaos "werkeloos blijven toezien"? Bij de nieuwe ontwikkelingen in Midden-Europa komen ook weer zulke oude vertrouwde uitdrukkingen van pas.

“Verbazingwekkend”, schrijft Urban, “zijn de onverschilligheid en de passiviteit waarmee de ontbinding van Tsjechoslowakije in het Westen wordt gadegeslagen.” Zien we, vraagt hij zich af, “een Kafka-achtige herhaling van de jaren twintig?"'

Ook dat hoort tot de scenario's van na de Koude Oorlog; tot de meest voor de hand liggende.

    • H.J.A. Hofland