Museum moet "ogb' betalen

ARNHEM, 14 OKT. Het Nederlands Openlucht Museum (NOM) in Arnhem moet jaarlijks toch enkele tienduizenden guldens aan onroerend goedbelasting (ogb) betalen. Dat hebben B en W van Arnhem gisteren beslist.

Het museum betaalde vroeger altijd ogb, maar als rijksmuseum merkte het daar niets van. Toen het NOM twee jaar geleden werd geprivatiseerd, was de directie stomverbaasd een belastingheffing voor de gebouwen te ontvangen.

Museumdirecteur J. Vaessen vindt dat de gebouwen in het Openluchtmuseum beschouwd moeten worden als schilderijen of beeldhouwwerken in andere musea. Bovendien, vindt de directeur, wordt ogb geheven op basis van economische waarde van de gebouwen. De huizen, boerderijen, fabrieken en molens in het NOM hebben geen economische waarde meer, omdat ze als Nederlands cultuurbezit tentoongesteld staan.

B en W van Arnhem vinden dat er een precedent wordt geschapen als het NOM vrijstelling krijgt. Andere Openluchtmusea, zoals in Enkhuizen en Barger Compascuum, betalen ook ogb, stelt het college. Wel is de gemeente bereid een andere berekeningswijze te hanteren.