Maij geeft uitleg over rol Luchtvaartdienst

ROTTERDAM, 14 OKT. Minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) zal de Tweede Kamer schriftelijk uitleg geven over de rol van de Rijksluchtvaartdienst (RLD) in het onderzoek naar de oorzaak van de ramp met de Boeing 747 van El Al.

Dat heeft het PvdA-Kamerlid Feenstra vanochtend bevestigd. Hij toonde er zich gisteren verbaasd over dat de minister de leiding van het onderzoek in handen heeft geplaatst van de RLD, omdat deze dienst mogelijk verantwoordelijk is voor de oorzaak van het ongeval.

Feenstra wist anderhalf jaar geleden met steun van de voltallige Kamer de minister te dwingen in de nieuwe Luchtvaartongevallenwet een bepaling op te nemen dat de leiding van onderzoek naar luchtvaartrampen niet langer bij de RLD mag worden geplaatst, maar bij een onafhankelijke partij. Deze nieuwe wet, die door de Staten-Generaal is goedgekeurd, is om formele redenen nog niet van kracht.

Feenstra verklaarde vanochtend dat de minister hem inmiddels heeft toevertrouwd dat er geen onafhankelijk onderzoek kan plaats hebben “omdat de organisatie daartoe nog niet is uitgerust”. Feenstra vindt nu “dat de minister een en ander duidelijk op papier moet zetten. Dat heeft ze me gisteren ook toegezegd.”

Het ministerie laat inmiddels weten dat “reeds zoveel mogelijk in de geest van de toekomstige wet” wordt gehandeld. Deze wet schrijft voor dat een vooronderzoek naar een ramp onder verantwoordelijkheid van de onafhankelijke Raad voor de Luchtvaart moet geschieden. Volgens het ministerie is de Raad reeds vorige week maandag door de Luchtvaartinspectie bijeen geroepen om te beraadslagen over het onderzoek. Vrijdag vergadert de Raad, aldus het ministerie, opnieuw over de voortgang van het onderzoek. Daarnaast heeft de Raad, zegt het departement, ingestemd met de benoeming van de directeur van de Luchtvaartinspectie, ir. H.N. Wolleswinkel, als leider van het vooronderzoek.

In kringen rond de Raad wordt een en ander weersproken. De Raad houdt afstand van het onderzoek, zegt men, zoals de nu geldende Luchtvaartrampenwet voorschrijft. Volgens die wet wordt de Raad pas bij het onderzoek betrokken op het moment dat de Luchtvaartinspectie haar vooronderzoek heeft afgerond. Tot die tijd wordt geen enkele opdracht door de Raad uitgevaardigd, aldus een lid van de Raad. Minister Maij heeft de Kamer vorige week in een brief aan de Kamer eveneens gemeld dat de Raad pas wordt ingeschakeld als het vooronderzoek van Wolleswinkel is afgerond.