Koks zorgen

In het koersgeweld van de afgelopen weken konden de Franse franc en het Ierse pond zich met veel moeite handhaven. De Spaanse peseta devalueerde. En de Italiaanse lire en het Britse pond werden zelfs gedwongen het Europees Monetair Stelsel (EMS) te verlaten. Maar de Nederlandse gulden bleef fier overeind. Voor president Duisenberg van de Nederlandsche Bank is er alle reden om een beetje trots te zijn op die harde gulden. Maar onze minister van financiën moet er grijze haren van hebben gekregen.

Bij het opstellen van de Rijksbegroting maakt de minister gebruik van economische voorspellingen van het Centraal Planbureau (CPB). In de Macro Economische Verkenning (MEV) geeft het CPB aan hoe de Nederlandse economie zich in het komende jaar zal ontwikkelen. Bij het maken van zijn prognose gaat het Planbureau uit van een aantal veronderstellingen. Veronderstellingen die voor een groot deel betrekking hebben op het buitenland. Met hoeveel procent zal de wereldhandel in 1993 groeien? Met hoeveel procent gaan de prijzen van onze buitenlandse concurrenten omhoog? Wat doet de koers van de gulden ten opzichte van die buitenlandse concurrenten volgend jaar? Het CPB stopt de gemaakte veronderstellingen in een computermodel waarin de Nederlandse economie zo goed mogelijk is nagebootst. Op basis van die rekensom schetst het Planbureau een beeld van de Nederlandse economie in 1993. De belangstelling van minister Kok voor al die cijfers is begrijpelijk. Want naarmate onze economie beter draait, vloeien meer belastingguldens in de schatkist en wordt het overheidstekort kleiner.

Op de Derde Dinsdag in september dacht de minister zijn zaakjes nog prima voor elkaar te hebben. Hij kon op Prinsjesdag een begroting laten zien met een tekort van bijna 20 miljard gulden (3,75 procent van het nationaal inkomen). Precies volgens afspraak. Maar nog voordat de Tweede Kamer eraan toe was gekomen om met de regering te discussiëren over die begroting, begon het te spoken op de valutamarkten.

In de MEV was het Planbureau ervan uitgegaan dat de koers van de gulden in 1993 ongeveer 1 procent zou dalen ten opzichte van de buitenlandse concurrentie. Een depreciatie van de gulden, dus. Daardoor zouden Nederlandse exportprodukten iets goedkoper worden voor het buitenland. Dat zou onze export bevorderen. En daarmee ook de werkgelegenheid en de groei van het nationaal inkomen.

Maar door de koersdaling van de peseta, de lire en het Britse pond is de gulden juist in koers gestegen. Een appreciatie van de gulden houdt in dat het Nederlandse bedrijfsleven internationaal minder goed kan concurreren. Gevolg: de exportontwikkeling valt tegen en daarmee ook ons nationaal inkomen. En de schatkist deelt in de malaise: minder belastingontvangsten, een groter tekort.

Naast al deze minpunten levert de appreciatie van de gulden ook een pluspuntje op voor onze economie. Met een duurdere gulden kunnen wij goedkoper inkopen in het buitenland. Die goedkopere import van grondstoffen, halffabrikaten en eindprodukten werkt door in ons algemeen prijspeil. De gemiddelde prijsstijging, de inflatie, zal daardoor lager uitkomen dan het Planbureau aanvankelijk had voorspeld. Voor de burgers is de lagere inflatie een aardige opsteker. Hun koopkracht verbetert erdoor. Maar minister Kok schiet er niets mee op. Aan de uitgavenkant heeft hij door de lagere inflatie hier en daar wel een meevaller, maar daar staan tegenvallers tegenover aan de ontvangstenkant. Immers door een lagere inflatie komt er ook minder belasting binnen. Denk bij voorbeeld maar eens aan de opbrengst van de omzetbelasting (de BTW).

Daarmee zijn de verwachtingen voor 1993 op losse schroeven komen te staan. De MEV 93 kan in de prullenbak. En daarmee ook de Rijksbegroting. Uit voorlopige cijfers van het Planbureau, de officiële nieuwe prognose verschijnt begin volgende maand, blijkt dat het overheidstekort in 1993 drie tot vier miljard hoger uitvalt dan was gepland. Dan zit er maar een ding op: extra bezuinigingen. De Nederlandse gulden is dan wel ongeschonden uit de strijd gekomen, maar de Nederlandse economie heeft flinke schade opgelopen.

    • Jan Pleus