Kemira schrapt 200 banen bij fabriek Pernis

ROTTERDAM, 14 OKT. De Finse kunstmestproducent Kemira schrapt 200 banen bij de fabriek voor mengmest in Pernis. De helft daarvan heeft plaats in de vorm van gedwongen ontslagen.

Dat heeft de Nederlandse Kemira-directie gisteren bekendgemaakt. De vakbonden hebben verbaasd op de plannen gereageerd.

Kemira heeft het afgelopen halfjaar al verschillende reorganisaties doorgevoerd. Bij de kunstmestfabriek in Rozendaal moesten begin januari honderd banen verdwijnen. Kort daarop kondigde de directie van Hydro Agri, een andere dochteronderneming van Kemira, een afslanking van 200 banen aan. De reorganisatie van de mengmestfabriek in Pernis valt samen met de verkoop van een ammoniakfabriek aan de chemie-onderneming Air Products.

De sluiting van de mengmestfabriek in Pernis is een gevolg van de slechte situatie op de markt voor deze produkten. “Vooral vanuit Oost-Europa is de concurrentie enorm toegenomen”, zegt algemeen directeur J. ten Berge van Kemira. De prijzen die de Oosteuropese producenten voor hun eindprodukten rekenen, liggen volgens Ten Berge zelfs lager dan de prijzen die de Nederlandse concurrenten voor hun grondstoffen moeten vragen. Oorzaak daarvan is volgens hem dat in Oost-Europa de energieprijzen, die een belangrijk deel van de kostprijs van kunstmestprodukten vormen, heel laag liggen.

De kunstmestmarkt kampt tegelijkertijd met een teruglopende vraag. “Boeren schakelen steeds vaker over op het gebruik van natuurlijke mest”, zegt Ten Berge. Hoewel deze ontwikkeling volgens hem niet direct problemen hoeft op te leveren voor Kemira, moet de onderneming zich wel voorbereiden op andere marktomstandigheden.

Ook bij de vakbond CNV ziet men de noodzaak van de reorganisaties in. De vakbond is echter fel tegen het voornemen van de directie om werknemers van Kemira Pernis gedwongen te ontslaan. Bovendien maakt de bond zich ernstig zorgen over het voortbestaan van het restant van de fabriek in Pernis. “Het reorganisatieplan zit vol mitsen en maren”, zegt CNV-bestuurder P. Fortuin. De directie verbindt volgens hem allerlei voorwaarden aan het voortbestaan van de fabriek, zoals het verkrijgen van een nieuwe lozingsvergunning van de Nederlandse overheid. Daarnaast gaat de Nederlandse directie van Kemira er in het plan vanuit dat de Finse moedermaatschappij met geld voor investeringen over de brug moet komen. “Wij willen dat er een goed sociaal plan komt”, zegt Fortuin, “voor nu, maar ook voor het geval het straks toch helemaal fout gaat”.