Kabinet in "Vak K' bijeengedreven

DEN HAAG, 14 OKT. Alleen tijdens de algemene beschouwingen is het kabinet op volle sterkte aanwezig in de Kamer. Daarom viel pas gisteren goed op dat in de nieuwe halfronde zaal de bewindslieden als een soort schoolklasje in drie rijen bijeen gedreven zitten in het ommuurde "Vak K', schuin voorin de zaal. De nieuwe vergaderzaal van de Tweede Kamer geldt als een zaal die aansluit bij het dualistische karakter van het Nederlandse bestel. Maar bij een volle zaal lijkt de locatie van de bewindslieden meer op die van een onafhankelijke jury bij turnwedstrijden dan op die van een regering die verantwoording moet afleggen. De Kamerleden, sprekend vanaf het naast Vak K gelegen katheder, zien in de nieuwe zaal de kabinetsleden niet langer in het gezicht, maar de collega-Kamerleden. Ruimtelijk gezien is er zo eerder sprake van parlementair egocentrisme dan van een confronterend dualisme.

In de oude rechthoekige zaal zaten de ministers aan een grote u-vormige tafel, die in het centrum van de benauwde arena gepropt stond. Kamerleden op de voorste bankjes konden toen gemakkelijk in gesprek raken met een minister die vlak voor hen zat. Aan alle kanten werd het kabinet belaagd door parlementaire aanwezigheid, ook de Kamervoorzitter keek de premier recht in de ogen. Nu zien de Kamerleden het kabinet onbereikbaar ver naast de voorzitter zitten. De voorzitter zelf moet opzij kijken om te zien of het kabinet er nog zit. En als de ministers onderling spreken is dat niet langer binnen oorbereik van de oppositie.

Officieel geldt er voor de ministers een tafelschikking: volgens het nummer van de begrotingshoofdstukken. In de oude zaal was de minister van WVC dan altijd de dupe, want diens begroting had nummer 16. Lange tijd stonden de uiteinden van de tafel iets lager dan de rest van de tafel. Omdat de ministers van WVC en Sociale Zaken (nr.15) daarom telkens op de plaats van een ander gingen zitten, en dan weer terug gestuurd werden, werd een jaar of zes geleden een vlonder aangeschaft en onder de uiteinden geschoven. In de nieuwe Kamer geldt officieel nog de oude indeling maar gisteren gold: wie het eerst komt wie het eerst maalt. Alleen zit premier Lubbers natuurlijk midden vooraan, geflankeerd door vice-premier Kok ter linkerzijde en minister Van den Broek van buitenlandse zaken ter rechterzijde. Gisteren wisten verder de ministers Maij, De Vries en Ter Beek een plaatsje op de eerste rij te veroveren. De staatssecretarissen zijn net als vroeger het beste af. Vroeger zaten ze op slordig tegen de achterwand en in nissen gestrooide zetels, en ook nu kunnen ze, achterin het klasje in vak K, bijna ongezien gezellig kletsen of de kranten doornemen.

    • Hendrik Spiering