Kabinet als toeschouwer

EEN WEEK LATER dan de bedoeling was, maar eigenlijk nog een maand te vroeg. Zo kunnen de gisteren in de Tweede Kamer begonnen algemene politieke en financiële beschouwingen het best worden gekarakteriseerd. De vliegramp in de Bijlmer leidde er toe dat het debat op hoofdlijnen over troonrede en miljoenennota met een week werd uitgesteld. Op de dag dat anders de algemene beschouwingen zouden zijn afgesloten, afgelopen donderdag, kwam het Centraal Planbureau met nieuwe, somberdere voorspellingen over de economie. Aan de cijfers in de miljoenennota kon niet te veel waarde meer worden gehecht. Het kabinet erkent dat, getuige de brief van afgelopen maandag aan de Tweede Kamer waarin wordt gesproken over “niet onaanzienlijke bijstellingen” die in de begroting zullen moeten worden aangebracht.

De wetenschap dat de vier weken oude miljoenennota reeds een verouderd stuk is heeft de algemene beschouwingen een bijzondere dimensie gegeven. Alles wat nu wordt gezegd is voorbarig. Maar tegelijkertijd is dit hèt moment om het kabinet te binden. CDA-fractievoorzitter Brinkman deed dat gisteren dan ook door aan te dringen op het spoedig treffen van maatregelen om de tegenvallers op te vangen. Woorden die een schril contrast vormden met de sussende opmerkingen die van PvdA-zijde werden gemaakt. Een toekomstig conflict tussen beide coalitiepartners lijkt zodoende op het eerste gezicht al weer geconcipieerd. Maar daarmee in strijd is de houding die CDA en PvdA gisteren op alle andere punten jegens elkaar aannamen.

DE LEDEN VAN het kabinet konden gisteren aanschouwen hoe de twee regeringsfracties vooral respect voor elkaar toonden. Kortom, de normale stemming in een relatie waar liefde ontbreekt, maar strijd (nog) niet aan de orde is. Het was matheid troef in een debat waarbij van het kabinet nauwelijks iets werd gevraagd. Het gebruikelijke ritueel van "Kamer vraagt, kabinet zegt nee, Kamer eist, kabinet komt gedeeltelijk tegemoet' kan dit jaar geheel achterwege blijven. De partijen zijn dezer dagen vooral met zichzelf bezig.

De eerste dag van de algemene beschouwingen was eigenlijk alleen de rol van CDA-fractievoorzitter Brinkman opmerkelijk. Hij manifesteerde zich als de verdediger van het kabinet en hij ging in de meeste gevallen het debat met de oppositie aan. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens viel op door passiviteit. Slechts in de eerste fase van het betoog van VVD-fractievoorzitter Bolkestein ging hij even in de aanval. De rest van de dag liet hij het verdedigingswerk over aan zijn collega van het CDA. De PvdA-fractie heeft blijkbaar in alle opzichten gekozen voor rust, want ook de redevoering van Wöltgens zelf droeg daar de sporen van.

Voor de oppositie valt er - nu de gelederen in het regeringskamp weer zijn gesloten - weinig eer te behalen. Maar de oppositieleider bij dit debat heet Bolkestein en niet Van Mierlo. Zo scherp als de VVD-leider zo nu en dan opereerde, zo weinig sprankelend was het optreden van de D66-aanvoerder. Voor hem leek het debat voorbij nadat hij van CDA-fractievoorzitter Brinkman de toezegging had gekregen dat de parlementaire commissie die een onderzoek doet naar staatkundige vernieuwing alsnog het referendum in de studie mag betrekken.

EN ZO ZAL HET kabinet Lubbers-Kok ook deze algemene beschouwingen moeiteloos doorstaan. Niet omdat PvdA en CDA dit kabinet zo graag willen, maar omdat ze het niet weg willen sturen. Met enthousiasme spraken de fractievoorzitters over de toekomst, slechts omdat het moest over het beleid van nu. Het werk van het kabinet kabbelt voort en ondertussen komen de reguliere verkiezingen steeds dichterbij.