Het en-en-probleem (1)

Op de vraag: wat heeft de wereld de laatste tientallen jaren het meest veranderd, kan niemand de verdamping van het communisme in Oost-Europa vergeten. Ik durf te gokken dat het dagelijks leven in het Westen directer is beïnvloed door de veranderende rol-verdeling tussen mannen en vrouwen. Je hoort steeds vaker dat mensen tussen pakweg twintig en vijftig het daar eindeloos over hebben. Wereldbrand of niet, dàt is het enige waar zij iets aan kunnen doen. Bijna niemand weet wat.

In het Academisch ziekenhuis in Utrecht wordt vandaag een symposium gehouden over één van de gevolgen van de gevoels-revolutie die ook dit land onherkenbaar heeft veranderd. Het gaat over het verschijnsel dat vrouwen steeds later kinderen krijgen. Dat heeft allerlei nadelen, vandaar de titel van de bijeenkomst: "Een slimme meid krijgt haar kind op tijd'. Heel verstandig, al is het corrigeren van één symptoom. Er is veel meer aan de hand.

De revolutie was in de jaren '60 en '70 op gang gebracht door enkelen die het licht hadden gezien. In New York was het Gloria Steinem, die het hele huwelijk wegspotte: “I wouldn't want to breed in captivity”. In Nederland waren het felle vrouwen als Joke Kool-Smit, actie-verenigingen als "Dolle Mina' en "Man Vrouw Maatschappij'. Radicale geluiden die nu vrij gematigd aandoen.

We moesten allemaal veranderen, dat wel. Het streven heette "emancipatie', vrouwen hadden recht op gelijke kansen. Het was zo'n ideaal dat het tot een staatssecretariaat bracht. Milieu kreeg een minister, kennelijk was dat nog alarmerender.

Een meeslepend woord heb ik het nooit gevonden, emancipatie, het klonk zo streng technisch, en had iets van ontmannelijken. Het was ook een open deur. Weinig weldenkende mensen kunnen met een stalen gezicht uitleggen dat vrouwen zich vooral niet moeten ontplooien. Als je toen twintig of dertig was, hoefde je er niet zo lang over na te denken om het anders te willen doen dan vroeger gewoon was. Strijken en koken waren de kleine proeftuintjes. Kinderen - dat was de lakmoesproef van het nieuwe ouder- en partnerschap.

Het was wel lachen, wanneer ik in het midden van de jaren '70, met een kindje op de arm binnenstapte bij het Consultatiebureau voor zuigelingen, of later in enige andere wachtkamer in de peuterbranche. De meeste andere moeders werden dan opeens zo stil dat zelfs de blokken en de beren even tot rust kwamen. Nauwelijks verhuld medelijden ging uit naar het hummeltje dat kennelijk al zo jong een moeder moest missen. In sommige blikken proefde je als ouder-van-dienst ook een stil verzet tegen de kennelijke aanval op de gevestigde gezinsorde: "is het dan niet goed zoals wij moeder zijn?'

Dat er nu een speciale dag wordt gehouden over het late moederschap, is een symbool van wat één generatie emancipatie zoal heeft opgeleverd. “Jullie hebben het maar makkelijk met die pil”, liet mijn moeder zich een keer ontvallen, op een leeftijd dat ik aan het eventuele gebruik van die uitvinding door met mij gelieerde personen nog geen gedachte had gewijd. Zij had wel gelijk, lang nadenken over kinderen-krijgen had pas zin sinds de komst van de pil (en haar zuster-middelen).

Maar later-kinderen-krijgen is niet meer dan een bijverschijnsel. Al heeft het een paar gevolgen. Het trekt families wat uit elkaar, opa en oma staan verder weg van de kleinkinderen. Die verdunning van het familieweefsel kan door een kindje meer te krijgen worden gecompenseerd. Een voordeel is dat "doordachte' kinderen misschien een warmer welkom krijgen. Voor het overige is het vooral een kwestie van vruchtbaarheid en het voorkómen van kwalen. Daarom wordt het symposium ook in een ziekenhuis gehouden.

Het is overigens volstrekt duidelijk waarom er steeds meer en langer gewacht wordt met zwanger raken. Het emancipatie-gehalte van iedere (om nauwkeurig te zijn hetero-seksuele) verhouding wordt pas zichtbaar als er één of meer kinderen zijn. Voor iedereen die nu zit met de vraag wel-of-geen-kinderen, zijn de argumenten vóór en tegen gesneden koek: als ik kinderen heb, kan ik niet meer even vrij als nu werken/een tijdje weg/uitgaan/me bedenken over deze partner. Als ik langer wacht, wordt kinderen krijgen steeds moeilijker. Als ik nu ophoud met werken heb ik nog niet genoeg naam gemaakt om later terug te kunnen komen. Enzovoort, er wordt heel wat wakker gelegen dank zij de bevrijding.

Uit allerlei onderzoek blijkt dat die vragen tot nog toe vooral leven in de hoofden van eventuele aanstaande moeders. Cijfers wekken de indruk dat mannen nog weinig zijn veranderd. Of zij niet willen meedoen, of geen mogelijkheden zien in het woud van rolverwachtingen, ongeschreven carrière-regels en fiscale belemmeringen, is moeilijk vast te stellen.

Vrouwen die besluiten toch maar aan kinderen te beginnen, doen dat vaak in de hoop werk, moederschap en leuk partnerschap te kunnen combineren. Toen zij in 1988 hoogleraar in de vrouwenstudies werd, heeft Christien Brinkgreve dat al aangeduid als "de mythe van de supervrouw'. “Het verlangen op al die fronten goed en haperingsloos te functioneren komt neer op een grootheidsgedachte, die onvermijdelijk tot frustraties en een chronisch gevoel van tekortschieten leidt.”

Die woorden hebben vier jaar later weinig aan actualiteit verloren. De Emancipatie Commissie was deze zomer bijna opgeheven, en mag uiteindelijk nog één periode adviseren. Daarna moet het overheidsbeleid het maar weten, is de redenering. Bij bezuinigen komt er vaak iets verdacht doelmatigs in de blik van bewindsmensen. Maar deze revolutie is natuurlijk nog lang niet af, en gaat door met of zonder overheid.

De regel-deken drukt overigens nog zwaar op mensen die hun leven anders willen inrichten. Wie een deel van de week kinderopvang nodig heeft, komt in de gekste zijstraten van subsidie-ongelijkheid en fiscale aftrekbaarheid terecht. Wie in deeltijd wil gaan werken, om de verantwoordelijkheid voor kinderen te delen, stuit vaak op openlijke weerstand. Het systeem heeft dat gedoe liever niet. Om maar te zwijgen van de gevolgen van de oude bevoordeling van het kostwinnerschap. Dat zijn allemaal dingen die het moeilijk kunnen maken om de bevrijding van vrouwen, en van mannen als ze dat zo zien, in de praktijk te beproeven.

Maatschappelijke weerstanden worden ook aangegrepen als vijgeblad. De grootste strijd zit in de binnenkamer. Wie voorop loopt, riskeert eenzaamheid. Weinig mannen weten daar raad mee. Vrouwen die toch verder willen, ontkomen niet aan het En-En-Probleem.