Fundamentalisten snel in actie voor daklozen in Kairo

KAIRO, 14 OKT. In de arme Kaireense volkswijk Seyyida Zeinab is alleen een moslim-fundamentalistische hulporganisatie aan het werk gegaan om de mensen te helpen die na de aardbeving van maandag dakloos zijn geworden. In de schaduw van de 10de-eeuwse Ibn Tulun moskee hebben bebaarde jonge mannen tien tenten opgezet, die nu uitpuilen van dakloze gezinnen. Een spandoek tussen twee tenten verkondigt de leus van de Moslimbroederschap: “Islam is de Oplossing”.

De reddings- en hulpactiviteit van de autoriteiten concentreerde zich gisteren op het totaal verpulverde flatgebouw - hoger dan toegestaan opgetrokken door de bouwer, die volgens een buurtbewoner bovendien deels zand had gebruikt in plaats van cement - in de relatief rijke voorstad Heliopolis, waar naar schatting nog 120 mensen onder het puin begraven lagen. Ook daar werd geklaagd over de trage reactie van de autoriteiten: reddingswerkers kwamen pas vier uur na de instorting van het 14 etages tellende gebouw opdagen. Maar de minder in het oog springende tragedies in de stoffige straatjes in de arme districten kregen nog minder aandacht, en nog trager.

Mohammed Abdel-Fattah Mustafa, een man van middelbare leeftijd uit Seyyida Zeinab, was in paniek nadat het dak van het gebouw waarin hij een appartement heeft, bijna 36 uur na de aardbeving was ingestort. “Ze (de plaatselijke autoriteiten) zeiden dat ze alleen kwamen als er iemand onder het puin lag”, zei hij. “Moeten we wachten tot er iemand onder het puin ligt?”

Veel geschokte mensen die hun woning hebben verloren of die niet in de talloze ernstig gescheurde gebouwen durfden te blijven, kampeerden zo'n beetje op straat, in onzekerheid wie hun gaat helpen hun leven weer op te bouwen. President Mubarak heeft alle daklozen hulp beloofd, “dat is onze verantwoordelijkheid, met staatsgeld”, zei hij gisteren, in Heliopolis. Maar in Seyyida Zeinab klaagde Kawthar Gouda el-Said voor het half-ingestorte huizenblok waar ze woonde: “ik heb het politiebureau ingelicht, ik heb het hoofd van de plaatselijke raad ingelicht, maar niemand is gekomen om te vragen hoe het met ons is”. “Ik heb alleen de gallabiya die ik aan heb. Ik heb mijn kinderen. Ik heb geen geld.” Een oudere vrouw vroeg: “Wat moeten we doen? Moeten de kinderen op straat slapen?” “We slaan een tent op voor het ministerie van binnenlandse zaken, als dat ons niet ergens onderbrengt”, dreigde de mecanicien Hassan Abdu. Ook hij klaagde dat “tot nog toe niemand ons is komen helpen het puin te ruimen”.

De enige praktische hulp die deze mensen meer dan een dag na de aardbeving hadden gekregen was die van de moslim-fundamentalisten, die voor een groot deel dank zij hun formidabele gezondheids- en onderwijsdiensten de belangrijkste oppositiemacht in Egypte zijn geworden. Moskeeën begonnen binnen uren na de ramp geld in te zamelen voor de slachtoffers, en twee door de fundamentalisten beheerste vakbonden, die van de artsen en van de ingenieurs, lanceerden onmiddellijk een hulpoperatie. Mohammed Ali Bashr van de Bond van Ingenieurs wees erop dat “de slachtoffers klagen dat er geen geld wordt betaald (..) we willen snelle actie, geen snelle publiciteit.”

In een noordelijke sloppenwijk wees de directeur van het Nijl-ziekenhuis op een bericht in een ochtendkrant dat Saoedi-Arabië 50 miljoen dollar had geschonken voor hulp aan de slachtoffers van de aardbeving. “Kijk, alles is onder controle, en al onze vrienden in het buitenland helpen ons”, zei hij tot een eerbiedig luisterende groep buurtbewoners die er het geld kwamen halen die de autoriteiten als compensatie voor dode (150 dollar) en gewonde (60 dollar) verwanten hebben beloofd. Zodra hij weg was, beschuldigden aanwezige lage ambtenaren hun superieuren van corruptie. Ze betwijfelden of de Saoediërs het geld daadwerkelijk zouden sturen. En als dat gebeurde, vroegen ze zich af, zou dat dan de slachtoffers bereiken? (Reuter, AP, AFP)