Cijfers over kapitaalstromen steeds minder betrouwbaar

WASHINGTON, 14 OKT. De statistieken over de internationale kapitaalstromen worden steeds onbetrouwbaarder. Daardoor kunnen regeringen worden misleid bij het uitstippelen van hun monetaire beleid en hun begrotingsbeleid. Dit is de verontrustende conclusie van een gisteren gepubliceerd rapport van het Internationale Monetaire Fonds (IMF), dat zelf de belangrijkste informatiebron op dit terrein is.

Het IMF stelt vast dat de liberalisering van het kapitaalverkeer de afgelopen jaren heeft geleid tot “een ongekende toeneming van het volume en de complexiteit van internationale financiële transacties”. De statistische methoden zijn hierdoor in een “crisistoestand” geraakt. Als er niet wordt ingegrepen, zal de kwaliteit van de cijfers verder verminderen, zo waarschuwt het IMF.

De statistieken over de jaren 1986-1989 geven aan dat er jaarlijks gemiddeld 40 miljard dollar meer aan kapitaal in landen binnenstroomde dan er wegvloeide, terwijl het saldo vanzelfsprekend nul moet zijn. In 1989 bedroeg het statistische verschil maar liefst 65,8 miljard dollar. De IMF-onderzoekers konden meer dan de helft daarvan traceren, maar er bleef een forse kloof.

Het bedrag dat jaarlijks wegvloeit via andere instellingen dan banken (verzekeringsmaatschappijen, effectenhandelaren, financieringsmaatschappijen) is volgens het IMF mogelijk 50 miljard dollar hoger dan uit de cijfers blijkt. Om aan dergelijke onvolkomenheden een eind te maken, moeten de afzonderlijke landen hun systemen voor het verzamelen van gegevens aanpassen. Verder dienen de bureaus voor statistiek meer macht en financiële middelen te krijgen.

Betere informatie over de kapitaalstromen kan de overheden volgens het IMF goed van pas komen bij hun beleid ten aanzien van de valutamarkten, vooral als de kapitaalstromen daar onmiddellijk een belangrijk effect hebben. Dat de autoriteiten wat dat betreft steeds machtelozer worden is vorige maand duidelijk gebleken bij de crisis in het Europese Monetaire Stelsel. De bedragen die de centrale banken kunnen uitgeven aan steunaankopen voor valuta's vallen in het niet bij de geldstromen die speculanten kunnen mobiliseren.

Voor de Amerikaanse minister van financiën, Nicholas Brady, waren de ervaringen op de valutamarkten vorige maand aanleiding om op de jaarvergadering van het IMF te pleiten voor een nieuwe studie naar de kapitaalstromen. Die moet worden uitgevoerd door de elf rijkste landen binnen het IMF, waaronder Nederland. Brady wees erop dat er op de wisselmarkten dagelijks bijna een biljoen dollar omgaat, ongeveer het dubbele van de gezamenlijke deviezenreserve van de industrielanden.

Het IMF-rapport is opgesteld door regeringsfunctionarissen en medewerkers van internationale instellingen. De groep onderzoekers stond onder leiding van Jean Godeaux, ex-president van de centrale bank van België. (KRF, ANP)