Achter de vitrage gisten de frustraties

Voorstelling: Monologue Intérieur. Concept, choreografie: Cecile van Deursen; beeldregie: Armand Perrenet, Van Deursen; camera: Paul Hosek; Gezien: 8/10 Theater Bellevue, Amsterdam. Verder: t/m december in Nederland. Van Onschatbare Waarde. Choreografie: Xander Vervoort; muziek: Rob Frey & Hore; vormgeving: Leon van Boxtel. Gezien: 11/10 Theater Bellevue, Amsterdam. Verder: 22/10 Nijmegen; 23/10 Utrecht.

CAROLINE WILLEMS

Choreografe Cecile van Deursen presenteerde een voorstudie van Monologue intérieur tijdens het Springdance Festival in Utrecht. Het is een dansproduktie met spel en film. De definitieve versie heeft er zowel plus- als minpunten bijgekregen. De struktuur is helderder geworden en het dansdeel heeft aan kracht gewonnen. Dit komt mede door de toegevoegde solo van de Braziliaanse danser Giovanni Luquini, wiens rol terecht is uitgebreid. De film van Armand Perrenet is ingekort en opnieuw gemonteerd, maar werd minder boeiend door die ingreep.

Van Deursens werk gaat meestal over de verhouding tussen vrouwen en mannen, zoals in Idee-Fixe (1989) en Maskeraden (1991). Van feministisch verzet is echter nauwelijks sprake. De vrouwelijke personages uiten eerst ongenoegen over hun lot, komen even in opstand en blijven treurend achter. In Monologue intérieur schetst Van Deursen de wereld van een vrouw die zich afvraagt “wie zij is, wie zij wil zijn en wat zij voor de ander betekent”.

Klagende vrouwenstemmen op de geluidsband begeleiden het onbehagen dat spreekt uit de bewegingen van de danseres Marja Braaksma. Haar voet glijdt eerst sensueel tastend over de grond, maar daarna snoeren de armen het lichaam in. Ook de verlangend opengespreide benen vouwen zich snel weer dicht. Binnenskamers, achter de vitrage en op het balatum, gist de frustratie.

Met de drie vrouwen op het filmbeeld (Braaksma, Micheline Gykiere en Marjolein van Nieuwkerk) is het al niet anders gesteld. Opgesloten in een wachtkamer roken zij pruilend in hun gehaakte, witte jurkjes tot een prins hen zal bevrijden. Driftig gooien zij het bovenlichaam naar voren en boren de benen in de vloer.

Die prins is Giovanni Luquini, een mooie jongen en een goede danser. Hij stapt uit het projectiedoek de kamer in. Blijft eerst een droomgestalte die achter het glasgordijn uni sono beweegt met Braaksma. Dan verleidt hij haar met een sensuele, roofdierachtige solo. Later ontstaat een hardhandig duet waaruit wederzijdse onderdrukking spreekt. Daarna scheiden de wegen zich.

De ideeën van Cecile van Deursen zijn altijd aardiger dan de uitwerking ervan. Zij is niet in staat om de spanningsboog constant te houden. In het bewegingsmateriaal zit geen echte ontwikkeling, waardoor Monologue Intérieur de zeurderigheid heeft van een oude vrijster.

Xander Vervoort is opgeleid als docent dansexpressie aan de Dansacademie Tilburg. Zijn werk ligt dicht bij het fysieke Vlaamse bewegingstheater. Ook in zijn zesde choreografie Van Onschatbare Waarde zijn invloeden te vinden van Wim Vandekeybus.

Vervoort gaat niet uit van een afgebakend thema of een verhalende lijn. Eerst verzamelt hij schetsmatig bewegingsmateriaal waaruit de uiteindelijke compositie ontstaat. Van Onschatbare Waarde is opgebouwd uit een aantal danssegmenten. Die onderscheiden zich nauwelijks door gevarieerde bewegingen of emotionele kleuring, maar voornamelijk door het grondpatroon en de wisselende opstelling van de vier dansers (Marieke den Dulk, Franka van Hoof, Rob Jansen en Peter Kho Sien Kie) op of buiten het speelvlak.

Dat speelvlak is een wit vierkant op een zwarte vloer. De achterwand suggereert een theaterbrandscherm. Links op de grond een aantal voetschakelaars, waarmee de dansers het lichtplafond bedienen van honderd gekleurde tl-buizen (ontwerp Leon van Boxtel). Het effect daarvan is nihil. Te veel kleuren maakt licht troebel en geïsoleerd gebruikt weer gewoontjes.

Xander Vervoort heeft pretenties. Zijn bewegingsmateriaal is ongepolijst: draaien, opspattende sprongen, heupzwaaien, wurggrepen, koprollen of schouderworpen. De dansers sleuren, smijten, verdrijven of bespringen elkaar in verschillende combinaties: kwartet, duet, trio of solo. Uit hun houding spreekt een innerlijke woede die aansluit bij de agressieve en oorverdovende rockmuziek van Rob Frey.