Winnen als acteur in tijdrit tegen de taal; "Prachtig zoals hij als niet toneelspeler de tekst meteen beetnam'; Voormalig coureur valt op in Alpentopje van cultuur

MAASTRICHT, 13 OKT. De straat in Maastricht lijkt op de Muur van Geraardsbergen in de Ronde van Vlaanderen: een omhooglopend wegdek van kasseien en een lichte draai naar rechts. Maar hier heet het Hoogfrankrijk. Aan de voet van de klim ligt het theatertje Het Kruis van Bourgondië: een klein Alpentopje van cultuur.

Op het toneel een vier meter lange tafel met aan het ene uiteinde een vrouw en aan het andere een man met elk een leeslampje en een bundeltje tekst, die elkaar in redelijk gespierde taal toespreken. De man is de oud-profwielrenner Peter Winnen: in 1981 en 1983 winnaar op de Alpe d'Huez, in 1991 opgehouden als broodfietser, sinds kort studerend aan de Academie voor industriële vormgeving in Eindhoven; in het peloton al een buitenbeentje omdat hij schildert en boeken leest en gisteravond eenmalig acteur in een eenakter van Gerardjan Rijnders: Pick-up.

“In Pick-up leveren twee mensen een heftige woordenstrijd. Een tijdrit tegen de taal. De strijd is allang gestreden, alleen de woorden draaien nog door”, zoals de korte uitleg van het stuk luidt. De act maakt deel uit van een serie van vijf toneelstukken, waarbij een min of meer bekende Nederlander wordt gezet tegenover een beroepsacteur en de tekst leest zoals men dat in een gezelschap bij de eerste repetitie doet. Het vinden bij het uitspreken van de juiste toon staat daarbij centraal. De serie noemt men in Maastricht De Klassiekers. Gisteravond was het de beurt aan Peter Winnen.

Zijn waarschijnlijk nog altijd gespierde kuiten gaan schuil in een spijkerbroek, de voeten zijn geschoeid met roodachtige Van Bommels gaatjeschoenen. Het rossig Peterke met zijn lange wimpers en de op en neer dansende ademsappel voert met de vrouw (Lineke Rijxman van onder meer de Toneelgroep Amsterdam) een nogal bizarre conversatie. Was Winnen altijd een langzame starter? Ik weet het niet, maar gaande het spel groeit hij, zoals men dat wel zegt.

De kleine Limburgse bergkoning gooit er tegen het einde zelfs een tandje bovenop. Lakoniek, maar onvervaard, leest hij zijn tekst voor met woorden als “vieze vuile gore teringhoer, kankerhaard, gifwolk, uitzaaiing, afscheiding enz.” Dat alles uitgesproken met een soms te zachte stem, maar wel met des te fermer oogopslag naarmate de meet in zicht is.

“Je moet het”, zegt hij na afloop, een tuiltje bloemen in de hand, “zo zien: in deze twist gaat het zoals tussen twee mensen op kop in een wielerwedstrijd. Je bent tot elkaar veroordeeld, want je hebt een gezamenlijk doel: winnen, Maar je wil ook van elkaar af.” De uitleg is even diepzinning als de glimlach van deze Venrayse oud-pédaleur. “Het was zo'n moeilijke tekst dat ik soms pas na drie of vier regels in de gaten had waar het om ging.” Thuis had hij hem slechts luttel tijd mogen inkijken en vooral niet mogen oefenen met zijn vrouw. Zoals een rank racefietswiel slipt in het wegsplit, zo is er tijdens de voorstelling één moment 'n uitglijder na alweer een lelijk woord van drie letters. Dan wendt Winnen zich verontschuldigend tot de (redelijk gevulde) zaal: “Dit doe ik even opniew, hier ging ik in de fout.”

Lineke Rijxman is na afloop vol lof. “Het is geen eenvoudige tekst, maar hij heeft hem toch gevoelig en intelligent uitgesproken. Hij durfde de dingen te zeggen die er stonden en dat was tenslotte niet mis.”

De idee/vormgever Lex Berger: “Prachtig zoals hij als niet-toneelspeler de tekst meteen beetnam.” Winnen zelf: “Voor mij was het een behoorlijke inspanning. Zo moe als op de Alpe d'Huez? Dat is wat overdreven.” Wat hij er vooral van vond was dat hij “zijn blikveld eens kon verruimen”: binnenfietsen in de wereld van de cultuur en niet alleen maar winkels openen. Bijkomend voordeel: de “tijdrit tegen de taal” duurde slechts veertig minuten. Toen stond men weer op de kasseien van Hoogfrankrijk, die lagen te glimmen in de maneschijn.

    • Max Paumen