Wereld hunkert naar Gatt-impuls

Als de al zes jaar slepende Gatt-onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel één ding demonstreren, dan is het wel de machteloosheid van het politieke leiderschap. De zogenoemde "Uruguay-ronde' had al twee jaar geleden moeten worden afgesloten. Talrijke "deadlines' voor een succesvolle afronding zijn elkaar opgevolgd. Even zovele malen gingen de onderhandelaars zonder resultaat uiteen. Zo ook afgelopen weekeinde in Brussel, waar vertegenwoordigers van de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten vergeefs probeerden hun conflict over de landbouwsubsidies bij te leggen.

Voor de wereldeconomie staat er veel op het spel, juist nu de economische groei stagneert en de onzekerheid door de monetaire onrust toeneemt. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) hebben hun groeivoorspellingen al verschillende keren naar beneden moeten bijstellen. Bevordering van de wereldhandel is op dit ogenblik het meest voor de hand liggende instrument om de economie uit de dreigende recessie te halen. Voor forse renteverlagingen is immers nog geen ruimte. En de meeste overheden zien wegens een budgettekort al evenmin kans om de economie met een ouderwetse Keynesiaanse impuls te stimuleren. “De speelruimte voor beleid is zeer beperkt”, zo stelde het IMF in haar jongste World Economic Outlook dan ook vast.

Het lijkt geen toeval dat groei van de wereldhandel vorig jaar door alle onzekerheid voor het derde achtereenvolgende jaar vertraagde tot een magere 1,5 procent. Dat was het laagste percentage sinds 1985.

Een paar cijfers illustreren welk een enorme economische impuls er van een vrijere wereldhandel kan uitgaan. De wereldhandel in goederen en diensten is inmiddels de 4.000 miljard dollar gepasseerd. Het dienstenverkeer neemt hiervan een bijna een vijfde voor zijn rekening. De Oeso becijferde dit voorjaar in het rapport Trade Liberalisation: What's at stake dat een Gatt-akkoord met (voorgestelde) tariefreducties van zo'n 30 procent de Oeso-landen (24 rijke industrielanden) binnen tien jaar 195 miljard dollar oplevert. De Oosteuropese en ontwikkelingslanden zouden er meer dan 90 miljard dollar op vooruitgaan. Een volledige afschaffing van alle handelsbarrières zou het wereldinkomen volgens de Oeso in tien jaar tijd met 477 miljard dollar opvoeren, dat is meer dan het hele nationale inkomen van de volksrepubliek China.

De wereldleiders lijken maar al te goed te beseffen wat er op het spel staat. Daarvan hebben ze althans in woorden meer dan eens blijk gegeven. “Een snelle afronding van de Uruguay-ronde zou onze economieën versterken, het hervormingsproces in Oost-Europa bevorderen en nieuwe kansen geven voor het welzijn van andere landen, in het bijzonder de ontwikkelingslanden”, aldus de slotverklaring van de G-7 (de zeven rijkste industrielanden) afgelopen juli in München. Volgens hen was een Gatt-akkoord “binnen handbereik”. Ze spraken dan ook de verwachting uit dat nog voor het eind van dit jaar een akkoord kon worden bereikt.

Maar de wereldleiders lijken zich in de eerste plaats te laten leiden door het belang van de eerstvolgende verkiezingen. In München werd een principe-akkoord over de wereldhandel geblokkeerd door het Franse referendum in september. De Duitse bondskanselier Kohl, die er alles aan gelegen is de Frans-Duitse as in stand te houden, wilde Mitterrand toen niet laten vallen. Nadien kreeg president Bush haast, omdat hij de Amerikaanse kiezers (waaronder vooral de boeren) vóór de presidentsverkiezingen van 3 november een goed Gatt-akkoord wil verkopen. Waarop enkele EG-bewindslieden, onder wie minister Bukman, weer lieten weten zich niet voor het Amerikaanse verkiezingskarretje te laten spannen.

Vooral uit de mond van de Franse minister Dumas (buitenlandse zaken) klonk dat afgelopen weekeinde nogal hypocriet. Dat Parijs opnieuw geen concessies op landbouwgebied wil doen is vooral ingegeven door de angst bij de eerstvolgende verkiezingen in maart nog meer steun op het Franse platteland te verspelen. Dat Frankrijk op termijn veel meer te winnen heeft bij een Gatt-akkoord, vooral in de dienstensector, kan de regering kennelijk niet aan de kiezers uitleggen.

De aanstaande EG-top in Birmingham zal ook weer over de Gatt-onderhandelingen praten. Niets is uitgesloten, maar te vrezen valt dat het een nieuwe demonstratie van politieke machteloosheid wordt.

    • Hans Buddingh'