VPRO op zoek naar rebelse onderstroom in jongerenwereld

Tegendraadse jeugdcultuur is altijd het troetelkind geweest van de VPRO-televisie. Terwijl Veronica en TROS zich richten op "normale' jongeren haakt de VPRO in op de rebelse onderstroom in de jongerenwereld. Hoogtijdagen beleefde de omroep dan ook in de vroege jaren tachtig. De subcultuur van punk, new wave en no future was een onuitputtelijk jachtterrein voor VPRO-cameraploegen op zoek naar verdoolde, berooide, verslaafde, mismaakte of gewoon van huis weggelopen jongeren. Kolonnes zwart-leren punkers met kapsels vol stijfsel en waterstofperoxyde trokken aan de kijker voorbij. Memorabel was onder meer een thema-uitzending waarin een punk-tienermeisje vanuit haar kraakpand terugkeerde naar de wijk in Rotterdam-Zuid waar ze was opgegroeid, ondervraagd door de interviewer als was ze een overlevende van de Tweede Wereldoorlog.

Naar die formule werd een reeks VPRO-jongerenprogramma's gemaakt: harde muziek, graffiti, een nerveuze cameravoering. Het leverde in de begindagen verrassende, zij het niet altijd vrolijk stemmende televisie op, met het programma Neon als belangrijkste voorbeeld. De romantiek van de hopeloze toekomst werd tot grote hoogten gevoerd.

Tien jaar later zijn de sporen van deze succesformule nog te vinden in het nieuwste jongerenprogramma van de omroep, VPRO's TV Nomaden, waarvan gisteren de tweede aflevering werd uitgezonden. Het programma wordt gemaakt vanuit een 13 meter lange Belgische stadsbus en is even "dicht op de huid' gefilmd als de voorgangers Neon en het latere magazine Onrust! Gebracht werden gisteravond onder meer een ironische reportage over een dansmarathon van 110 uur, een akoestisch optreden van de zangeres/gitarist van de Amerikaanse band The Throwing Muses en een portret van de nieuwste "poète maudit', de 24-jarige Henk Verhaeren uit Rijsbergen.

Laatstgenoemde betoonde zich een aandoenlijk puberaal warhoofd, grossierend in clichématige schimpscheuten over de “fatsoensrakkers met simpele, afgebakende levens” bij hem in het dorp, vrouwen en het leven in het algemeen. In een jongerencafé te Breda komt hij, opgezweept door de plattelandspunk, ook nog in opstand tegen zijn nieuwe vrienden van de VPRO. Stomdronken gaat hij op de vuist met de cameraploeg, onder het motto: “Ik heb jullie niet nodig!”. “Doe nou even normaal”, roept een geschrokken lid van het VPRO-team dat de jonge kunstenaar die dag heeft gevolgd langs een Mariabeeldje, op een begraafplaats, in het ouderlijk huis en door nachtelijk Breda. “Een rustige jongen”, besluit zijn vader de reportage.

Zulke “angry young men” zijn van alle tijden en de VPRO kan nog tot na het jaar 2000 jongerenprogramma's vullen met hun tirades. De programma's zullen in deze vorm alleen iets te veel naar de zompige punk-kelders van de vroege jaren tachtig blijven ruiken. Na tien jaar is het wiebelende camerawerk weinig meer dan een maniertje, klinkt de rauwe grote-stads-rock wat al te bekend - en maakt de opwinding van de net iets te oude presentatoren vooral moe. Wie weet ligt er dus voor de jongere Verhaeren nog een carrière bij de omroep in het verschiet.

    • Sjoerd de Jong