Sluiting dreigt voor Noorse olieplatforms wegens onveiligheid

ROTTERDAM, 13 OKT. Het Noorse Petroleum Directoraat (NPD), een overheidsinstantie die waakt over de veiligheid van olie- en gasinstallaties, dreigt de installaties op het belangrijke Ekofisk-veld op de Noordzee te sluiten als er niet spoedig wordt besloten tot ingrijpende verbeteringen van de veiligheidsvoorzieningen.

NPD heeft de Phillips Groep die de produktie van het Ekosfisk-veld verzorgt, een officiële aanwijzing gegeven om binnen drie weken een plan voor nieuwe investeringen in verbetering van de veiligheid bekend te maken, anders gaat Ekofisk vóór het winterseizoen van 1995-1996 dicht.

Ekofisk, 200 kilometer ten zuidoosten van Stavanger, kwam als eerste olieveld van Noorwegen in de jaren '70 in produktie. Nog steeds is het een van de grootste Noorse olievelden, met een dagelijkse produktie van 600.000 vaten olie per dag en 56.000 kubieke meter aardgas. Het geconstateerde veiligheidsprobleem zit vooral in de centrale tankopslaginstallatie, die fungeert als een verdeelpunt voor het grootste olie- en gastransportsysteem ter wereld. Olie wordt voornamelijk via pijpleidingen naar Groot-Brittannië getransporeerd, en aardgas naar het Noordduitse Emden, via de "Norpipe'. Sluiting van dit systeem zou tijdelijk een enorme terugval beteken voor de Noorse olieproduktie.

Woordvoerder J. Moën van het NPD-kantoor in Stavanger zei vanochtend dat een sterke veroudering van de installaties, slecht onderhoud en een aanhoudende daling van de zeebodem aanleiding geven tot grote zorgen over de veiligheid van het personeel en het Noordzeemilieu. Phillips Petroleum in Oklahoma, de grootste participant in het Ekosfisk-veld, acht het “ongelukkig” dat NPD “de nieuwsmedia gebruikt om deze kwestie te behandelen, die wij in directe discussies willen oplossen”. Volgens woordvoerder Rob Phillips is het concern als geruime tijd in discussie met NDP over aanvullende veiligheidsvoorzieningen. Op de beurs in Brussel daalden de aandlenkoersen van Petrofina, de twede partner in de Phillips-groep, vrijdag met 7 procent in waarde door de waarschuwing van NPD.

In de jaren '80 heeft Phillips samen met zijn partners, dochterbedrijven van het Belgische Petrofina, het Franse Elf Aquitaine en een groep Noorse bedrijven, honderden miljoenen guldens geïnvesteerd in Ekofisk. Phillips bouwde een extra beschermingsmuur rondom de olie-opslagtank van Ekofisk. Die constructie was nodig om de tank, die 100 meter onder het wateroppervlak op de bodem van de Noordzee rust, te beschermen tegen de krachten van de dalende bodem en de golfslag.

Alle produktieplatforms op het veld werden tegelijkertijd verhoogd en verstevigd. Tussen 1972 en 1992 is de bodem ter plaatse 5,2 meter gedaald. Volgens Phillips wordt nu nauwkeurig bestudeerd welke aanvullende veiligheidsvoorzieningen nodig zijn. “Veiligheid blijft onze eerste prioriteit”, zei John Whitmore, vice-president van Phillips vrijdag in een eerste commentaar. NDP-woordvoerder Moën zei vanochtend dat de beste oplossing zou zijn een complete vervanging van de tankinstallatie van Ekofisk, die oorspronkelijk alleen als opslag was bedoeld maar geleidelijk is uitgebreid met een aantal installaties voor behandeling van olie.

De Noorse economie is sterk afhankelijk van de export van energie. Met een totale produktie van bijna 2,5 miljoen vaten olie per dag is het land nu de vierde olieproducent ter wereld, vergelijkbaar met middelgrote Opec-producenten als Venezuela en de Verenigde Arabische Emiraten.

    • Theo Westerwoudt