Schiphol

Het gaat niet aan met betrekking tot de toekomst van Schiphol net te doen of er niets aan de hand is.

Tegenover de slachtoffers en hun nabestaanden is dat moreel verwerpelijk; en tegenover de vele duizenden, die nu zijn geconfronteerd met het dodelijk gevaar dat hen voortdurend boven het hoofd hangt, onverantwoord. Bij het bepalen van het beleid zal men wel rekening moeten houden met de mogelijkheid van herhaling, want de ervaring leert dat een ongeluk zelden alleen komt.

De discussie die in de jaren zeventig is gevoerd over de (of een tweede) nationale luchthaven, zal moeten worden heropend. Daarbij zullen opnieuw alle aspecten - nu tegen de achtergrond van de vliegramp - aan de orde moeten worden gesteld, met inbegrip van een mogelijke verplaatsing. Als er twintig jaar geleden was geluisterd naar de stemmen, die pleitten voor inpoldering van de Markerwaard om daar een nieuwe luchthaven te kunnen stichten, had de ramp zich vrijwel zeker niet voltrokken.

De Schiphollobby zal zich met hand en tand tegen heropening verzetten. Daarbij gesteund door het Amsterdamse commerciële en financiële mandarijnendom. Maar daarvoor hoeft men uiteraard niet te wijken. De mateloos ambitieuze uitbreidingsplannen van Schiphol zullen in de ijskast moeten; anders heeft zo'n discussie geen zin.

En er zal paal en perk moeten worden gesteld aan de geriefelijke gewoonte om in afwachting van de uitslag van rapportages, procedures of vergunningaanvragen alvast zijn gang te gaan.