RO-theater ontdoet Don Juan in parodie van roomse ballast

Voorstelling: Don Juan Tenorio van José Zorrilla y Moral. Vertaling: Jan Eijkelboom. Regie, bewerking en decor: George van Houts en Leopold Witte. Spel: Han Oldigs, Stefan de Walle, Joop Keesmaat, Ruurt de Maesschalck, Guus Dam en Paul R. Kooij. Muziek: Kees van der Vooren en Wilfrid Snellens. Gezien: 10/10 Kleine Zaal Rotterdamse Schouwburg. T/m 21/11 elders.

Tegen het midden van de vorige eeuw schreef José Zorilla y Moral een versdrama waarin de goddeloze vrouwenverleider Don Juan uiteindelijk hand in hand met zijn trouwe geliefde Doña Ines de hemelpoorten binnenwandelt. Dat is een grootmoedige daad vergeleken met de auteurs van voor zijn tijd, want die hadden Don Juan altijd zonder pardon naar de hel gestuurd. Zorilla's clementie is echter wel aan de eis verbonden dat de zondaar berouw toont. Dat komt op een knieval voor de clerus neer, terwijl er toch ook modernere varianten op de Don Juan-legende bestaan, waarin de held zich tegen de wetten van kerk en staat verzet.

Waarom koos het RO-Theater voor zijn nieuwste produktie uitgerekend Zorilla's door en door roomse versie? Belangrijker nog dan het happy end en de praktische overweging dat het stuk nog niet eerder in een Nederlandse vertaling is opgevoerd, is misschien wel het feit dat Don Juan bij Zorilla niet alleen staat met zijn idealen. Het stuk begint met de weddenschap die de held met zijn geestverwant Don Luis de Mejás is aangegaan: gewonnen heeft hij die het afgelopen jaar de meeste wandaden beging. Het tweetal ontmoet elkaar in een Sevillaanse kroeg, waar zich al diverse belangstellenden verzameld hebben, allemaal kerels, de een nog brutaler dan de ander. Om die onfrisse sfeer van mannen onder elkaar lijkt het de twee Rotterdamse regisseurs begonnen te zijn. Zij maakten een voorstelling met uitsluitend heren, volgens eigen zeggen omdat zij naar de romantiek verlangden die vrienden soms ervaren wanneer zij bijvoorbeeld met elkaar aan het voetballen zijn.

De zes acteurs compenseren het schrijnende gebrek aan middelen - stoelen zijn zowat de enige attributen waarover zij beschikken - door een haast buitensporig enthousiasme. Zij bootsen het gezellige amateurtoneel van een jongerenclub of studentenvereniging na. In zoverre gaat het verlangen van de regisseurs naar een warm mannen-onderonsje inderdaad in vervulling, maar daar houdt het dan ook wel mee op. De personages zelf zijn immers helemaal niet tot gezelligheid of vriendschappelijke gevoelens in staat. Veelzeggend is het krijgszuchtige tromgeroffel dat een deel van de scènes begeleidt.

Don Juan, de oorlogszuchtigste van allemaal, vernietigt niet alleen de levens van anderen, maar gaat ook zelf ten onder - aan een reputatie waar hij niet langer tegen opgewassen is. Met de overige mannen gebeurt in wezen hetzelfde. Ook zij denken uitsluitend in termen van winnen en verliezen, een weg die regelrecht naar het graf blijkt te leiden.

Uit angst zich belachelijk te maken met een stuk waarin de heldin niets meer dan het symbool van zuivere liefde is, lieten zij de rol van Ines door een man vertolken. Ines, gespeeld door Ruurt de Maesschalck, oogt snoezig met haar zwarte krullen en haar verbaasde kijkers, maar toch maken de nichterige gilletjes van de acteur haar ietwat ongeloofwaardig. Iets dergelijks geldt ook voor de overige, eveneens door mannen gespeelde vrouwenrollen.

Dat is geenszins als belediging aan het adres van het RO-Theater bedoeld, want zo wordt het stuk op aanvaardbare wijze van zijn roomse ballast ontdaan. Wat overblijft is een charmante parodie.

    • Anneriek de Jong