Rabins èchte veranderingen blijven nog uit; Israel wacht geïrriteerd op een doorbraak

TEL AVIV, 13 OKT. In oktober 1976, toen Yitzhak Rabin ook premier van Israel was, liet hij in de Marokkaanse hoofdstad Rabat een kans op vrede met Egypte door zijn vingers glippen. Met een pruik en bril op vloog hij toen in gezelschap van onder anderen Yitzhak Hoffi, het hoofd van de inlichtingendienst Mossad, op uitnodiging van koning Hassan II naar Rabat. Het blad Yediot Ahronot publiceerde vorige week foto's van de duidelijk herkenbare Rabin op een balkon in Rabat en tijdens een onderhoud met de Marokkaanse vorst.

Hassan, die al lang in een Israelisch-Arabische vrede geloofde, legde Rabin bij die bijzondere gelegenheid dezelfde Egyptische vredesvoorwaarden voor die een jaar later door Moshe Dayan, uit naam van de toen aan de macht gekomen Likud-regering van premier Begin, eveneens tijdens een geheime ontmoeting in Marokko werden aanvaard. Rabin had volgens Yediot Ahronot twijfel over de vredesvoorstellen van president Anwar Sadat. Hij geloofde niet dat de Egyptische leider ze kon waarmaken. Of hij toen niet de hele Sinaï-woestijn voor de vrede met Egypte wilde opgeven is een geheim dat Rabin niet aan Yediot Ahronot heeft prijsgegeven. Menahem Begin deed dat wel, met een groots gebaar, en is daardoor als een met de Nobel-prijs bekroonde vredesstichter de geschiedenis ingegaan.

Als Rabin in oktober 1976 de Egyptische vredespolitiek zou hebben begrepen had Likud in mei 1977 de algemene verkiezingen hoogstwaarschijnlijk niet zo denderend gewonnen.

Uiteraard in een totaal ander internationaal klimaat staat Rabin ditmaal voor de beslissing de hele hoogvlakte van Golan tegen vrede met Syrië te ruilen. Hij hoeft geen pruik op te zetten om te weten wat zijn Syrische tegenspeler Hafez al-Assad voor ogen staat. In Washington is dat wel duidelijk geworden. Als Rabin Begins voorbeeld volgt en de hele Golan inzet, krijgt hij van Assad vrede volgens het Israelisch-Egyptische recept.

In de eerste honderd dagen van zijn bewind heeft Rabin althans in het openbaar geen woord gezegd dat de indruk zou kunnen wekken dat hij zover wil gaan. Betekent dat, dat hij denkt dat vrede met Syrië haalbaar is op voorwaarden die principieel anders zijn dan die Sadat van Begin kreeg? Heeft hij de les van zijn mislukte missie in 1976 naar Marokko niet geleerd? Het is nog te vroeg deze en andere vragen betreffende het vredesoverleg met Syrië te kunnen beantwoorden. Eén ding is echter duidelijk: ondanks zijn voorzichtige toenaderingspolitiek tot de Syriërs en Palestijnen op basis van principes waarvan Likud gruwt, heeft Rabin de kans op een dramatische doorbraak in het “maken van vrede” zoals hij tijdens de verkiezingscampagne beloofde (nog) niet waargemaakt.

De Palestijnen beschuldigen hem er zelfs van in Washington voort te borduren op de Likud-politiek. Zij zien het als een slecht voorteken dat Rabin nu weer niets wil weten van een wijziging van de wet die contacten met de Palestijnse Bevrijdings Organisatie, de PLO, verbiedt. Socialististische ministers die dat wel willen, hebben van hem opdracht gekregen een wetsvoorstel van deze strekking op de planken te houden. Zijn argument dat een dergelijke wetswijziging de deur opent voor een hervatting van de dialoog tussen de VS en de PLO wordt in ieder geval door de sterke duiven-factie in zijn partij niet erg gewaardeerd.

De machtswisseling in Jeruzalem van de afgelopen zomer heeft Israels internationale positie onherkenbaar verbeterd en geleid tot de Amerikaanse kredietgarantie van 10 miljard dollar in ruil voor gedeeltelijke bevriezing van de nederzettingenpolitiek. Rabin is op de internationale ladder hoog gestegen, maar thuis verliest hij politieke hoogte omdat de “echte verandering” die hij tijdens de verkiezingscampagne beloofde, nog op zich laat wachten. Zijn huidige naleving van sabbat-regels - op sabbat wandelt hij nu in plaats van van zich per auto te verplaatsen - doet de orthodoxe regeringspartij Shas plezier maar maakt hem in de ogen van velen nogal belachelijk.

Yael Dayan, de kleurrijke dochter van Moshe Dayan, heeft al genoeg van Rabin. In een vlijmscherp artikel onder de kop “Misschien wil hij dat ik in de zee verdrink” in de krant Hadashot valt deze vrouw, die voor de Arbeidspartij in de Knesset zit, Rabin ongekend fel aan. “Israel, dat op Rabin wachtte en ook voor hem koos, wilde een echte verandering, een doorbraak en is ook bereid een prijs voor zo'n moedige verandering te betalen. Tot nu toe hebben we kosmetische veranderingen gekregen en het lonken naar een andere coalitie.”

Yael Dayan omschrijft Rabin als een autocratische leider die alle critici met een beroep op “het maken van vrede” met een kluitje in het riet stuurt. Met haar pro-PLO instinct en anti-religieuze opvattingen - op Grote Verzoendag werd ze op het strand gesignaleerd - voelt Yael Dayan zich machteloos onder Rabins leiderschap.

Rabin is er inderdaad ingeslaagd de duiven in zijn regeringscoalitie (de linkervleugel in zijn partij en Merets) van het vredesproces te isoleren. Zelfs minister van buitenlandse zaken Shimon Peres, wiens persoonlijke relatie met Rabin nogal veel te wensen overlaat, wekt af en toe de indruk maar een slag te slaan naar de diplomatieke zetten van Rabin. Diens vertrouwen geniet hij in ieder geval niet.

Rabins politieke kracht leek aanvankelijk te schuilen in de diplomatieke solo die hij in het vredesproces wilde spelen. Had het volk op 23 juni in de eerste plaats niet voor hem gekozen? Maar als resultaten uitblijven, het maken van vrede een oefening in pas op de plaats lijkt te worden, wekt zoiets ook in eigen kring irritatie op. Yael Dayans artikel spreekt boekdelen. Als het vredesproces stokt en de werkloosheid ondanks mooie prognoses en betere economische vooruitzichten boven de 11 procent blijft, kan Likud, niettegenstaande de crisis die de partij doormaakt, over ruim drie jaar misschien de vruchten van Rabins aarzelingen in de stembus plukken zoals in 1977 na de val van de regering-Rabin gebeurde.