Nostalgische act van Crosby, Stills & Nash

Concert: Crosby, Stills & Nash. Gehoord: 12 okt Vredenburg, Utrecht

“We hebben geen drummer,” zei Steve Stills verontschuldigend, “dus moeten jullie maar een beetje meeklappen.” Wie anno 1992 naar een concert van Crosby, Stills & Nash gaat, krijgt niet meer dan Crosby, Stills en Nash. De magie is allang verdwenen en het drietal dat rond 1970 beroemd werd als de archetypische hippiegroep met de meest ambitieuze vocale harmonieën, teert nog slechts op oude glorie. Een ritmesectie kan er niet meer af en van Neil Young ontbreekt elk spoor, want hij slaagde er als enige in om een succesvolle en artistiek bevredigende solocarrière op te bouwen.

Toch zingen de kogelronde David Crosby, de kalende Stills en stijve hark Graham Nash zo nu en dan de sterren van de hemel. Wie tijdens Wooden Ships of Suite: Judy Blue Eyes de ogen sloot, waande zich misschien heel even op het Woodstock-festival. Totdat de zelfvoldaan ogende Stills een van zijn vervormde gitaarsolo's inzette, als een olifant in een porseleinkast van breekbare akoestische klanken. Hij kwam als enige met een nieuw liedje, waarin hij de naïeve hippiegedachte van zijn protestsong For What It's Worth tevergeefs probeerde over te hevelen naar het Los Angeles van nu.

In de rudimentaire uitvoering klonk Our House als een gezapig kampvuurlied, en werd Crosby een wandelend anachronisme met stoffig hippiejargon over "letting my freak flag fly'. De flauwe grapjes tussendoor deden ingestudeerd aan. De bekeerde drugsverslaafde Crosby sprak over zijn "verplichte vakantie in Texas' en de drie betichtten elkaar van de vergeetachtigheid die komt met de jaren. Als nostalgische act kunnen Crosby, Stills & Nash op deze voet nog jaren vooruit, al was het alleen maar om de temerige Graham Nash avond aan avond te kunnen laten verkondigen dat hij in tijden niet meer voor zo'n fijn publiek heeft gespeeld.

    • Jan Vollaard