Normvervaging beheerst debat in Kamer; PvdA, D66 en GPV kritisch over idee van sociale dienstplicht

DEN HAAG, 13 OKT. "Normvervaging' heeft de integratie van minderheden die vorig jaar nog hoog op de agenda van de Algemene Beschouwingen stond van die plaats verdrongen, zo bleek vandaag in de Tweede Kamer.

Fractieleider Bolkestein (VVD), die het afgelopen jaar veel over minderheden heeft gezegd en geschreven, negeerde dit onderwerp vandaag. Fractieleider Wöltgens pleitte echter, net als D66, uitgebreid voor gelijke behandeling van de gezinnen van allochtonen en Nederlanders. Op dit moment is in het kabinet en bij de coalitie-partijen een discussie gaande om meer voorwaarden te verbinden aan de gezinsvorming bij allochtonen. PvdA en D66 zijn daar, net als Groen Links, tegen. De SGP pleitte wel voor een “herijking van het gezinsbeleid”.

VVD-leider Bolkestein toonde zich vandaag vooral bezorgd over de integriteit van de overheid, die “in het geding is wanneer er sprake is van gerommel met nevenfuncties en declaraties, omkoopaffaires, te hard rijden, openbare dronkenschap en vermenging van belangen”. Bolkestein sprak de vrees uit dat het debat over normvervaging zoals de ministers Hirsch Ballin (justitie) en Ritzen (onderwijs) dat voeren “een alibi” wordt om controletaken van de overheid te verwaarlozen. RPF, SGP en Groen Links lieten zich echter positief uit over het initiatief van de twee bewindslieden.

Fractieleider Brinkman (CDA) deed vandaag zijn reeds druk bediscussieerde suggestie om sociale dienstplicht voor jongens en meisjes in te voeren. “Is het nu zo slecht dat jongeren na school wat praktische ervaring opdoen met dingen die niet direct met hun werk te maken hebben?” vroeg hij zich af. Brinkman vond dat over zijn suggestie “lacherig” was gedaan. “Dwangarbeid is het genoemd, maar dat is een karikatuur. Dat is een woord dat voor mij bij oorlogen past”, aldus Brinkman.

Niettemin wezen de partijen die er vandaag op ingingen de suggestie van Brinkman af. Fractievoorzitter Van Mierlo (D66) zei “twijfels” te hebben over de haalbaarheid van het plan. Het GPV vroeg zich af welke rechtsgrond de overheid heeft voor de sociale dienstplicht, die de gereformeerd-vrijgemaakten onvergelijkbaar achten met de militaire dienstplicht. Fractieleider Wöltgens (PvdA) vroeg zich af of de mogelijke opvoedende waarde van de sociale diensplicht opweegt tegen “de last die bijvoorbeeld ouderen kunnen ondervinden wanneer om de paar maanden een nieuwe jongere zonder de vereiste opleiding onvrijwillig de oudere komt helpen”.

Brinkman greep de algemene beschouwingen aan om zich te weer te stellen tegen de kritiek op het zogeheten middenveld van maatschappelijke organisaties, zoals sociale partners, scholen en andere levensbeschouwelijke instellingen. Brinkman wil in zijn pleidooi voor maatschappelijke decentralisatie “het ultieme bewijs” leveren dat deze organisaties niet in leven worden gehouden door subsidies. Daartoe wil hij zogeheten "koppelsubsidies' invoeren: tegenover elke overheidsubsidie zou een behoorlijke eigen bijdrage van de betreffende instantie moeten staan. De overheid zou bijvoorbeeld niet zelf rechtsbijstand moeten financieren, maar een beperkte subsidie moeten geven aan bijvoorbeeld vakbonden, die de rechtsbijstand verder zelf organiseren.

Het debat over normen en waarden keerde terug bij de beschouwingen over de bestrijding van fraude en criminaliteit. Het CDA wil extra middelen scheppen voor het tegengaan van het tekort aan cellen, politie en rechters. Daarvoor willen de christen-democraten de tarieven voor administratieve diensten van de overheid verhogen, zoals bij het bevolkingsregister en de registratie van NV's en BV's.

Ook vroeg fractievoorzitter Brinkman aandacht voor een rapport waaruit blijkt dat de opsporing van fraude bij sociale zekerheid te laks gebeurt. VVD-leider Bolkestein pleitte in dit verband voor een “speciale brigade van sociale rechercheurs die de achterstanden binnen een jaar moet wegwerken.”

Fractieleider Wöltgens wilde meer aandacht voor werkgevers die illegalen in dienst hebben. Hij sprak verder zijn onvrede uit over de lage pakkans en straffen voor milieudelicten. Ook zou de schade die door bepaalde produkten aan het milieu wordt toegebracht, meer in de prijs daarvan tot uitdrukking moeten komen. “In de prijs van een biefstuk of hamlap zijn de maatschappelijke kosten van de mestproblematiek onvoldoende verwerkt”, aldus Wöltgens.