Malle muziekjes, dansjes en typetjes

Voorstelling: Deze kant op dames, door Loes Luca en het Willem Breuker Kollektief. Tekst: Ischa Meijer. Regie: Ton Lutz. Gezien: 12/10 in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 17/11.

“O wat is het toch heerlijk om gravin te wezen!” roept een danig opgedirkte Loes Luca geëxalteerd uit - en de stemming zit er meteen al in. Dit wordt een avond van malle typetjes, malle verkleedpartijen, malle teksten, malle dansjes, malle muziek en malle verwikkelingetjes. Deze kant op dames, door Ischa Meijer geschreven voor het Willem Breuker Kollektief plus solo-actrice, is niets dan een uitstalkast voor malligheid en die is des te leuker naarmate men de betrokkenen kent in hun dagelijkse doen.

Zo was het in 1987, toen Dimitri Frenkel Frank een soortgelijke spectacle coupé voor het Kollektief plus Jenny Arean schreef en zo is het nu. Er is sprake van een graaf en een gravin, zijn moeder, hun dochter, zijn matresse en tien muzikanten die spelen dat ze party-gasten zijn en muzikanten. Het verzinseltje omvat voorts nog wat intermezzi, die het Kollektief de kans geven een nummertje te toeteren en Loes Luca om nog weer een typetje te doen. Méér dan dat is er niet aan de hand.

Ischa Meijer heeft in zijn rudimentaire tekstmateriaal ruimschoots met in jokes over de kunst en deszelver subsidies gestrooid, Luca werpt al haar expressie in de strijd, Breuker gooit zich zo te zien met hart en ziel in zijn spreekrollen, Ton Lutz heeft hen aangemoedigd er nòg een schepje bovenop te doen en het orkest barst bij tijd en wijlen los in die unieke, rafelige Breuker-klanken, waarin binnen luttele minuten duizend muzikale invloeden zijn verwerkt: van de Cotton Club-sound via een treurmars tot rhythm & blues, van onvervalste big band swing via de zeven Disney-dwergen tot een cantate. En als er geen danspasjes bij zijn ontworpen, dan toch in elk geval steeds passende jasjes, pruiken en mutsen.

Wat hebben ze een pret gehad!