Kunst van de Belgische schilder Roger Raveel ontstaat uit ongenoegen; Niets saaier dan de gelukzaligheid

Tentoonstelling: Roger Raveel 70. Schilderijen, tekeningen en grafiek. T/m 25 okt. De Beyerd, Boschstraat 22, Breda. Di t/m vr 10-17u, za-zo 13-17u. Catalogus 75.

Kunst ontstaat uit ongenoegen, zei de Vlaamse kunstenaar Roger Raveel (1921) eens in een vraaggesprek. Ongenoegen vanwege het niet intens genoeg kunnen leven. Voor Raveel is kunst een middel om zich uit het grauwe bestaan van alledag te verheffen. Hij ontstijgt er de werkelijkheid mee, maar stijgt niet op naar het Paradijs. Want daar gedijt geen kunst, weet Raveel. Eeuwige gelukzaligheid: wat kan er saaier zijn? Raveel uit zich liever in het schemergebied tussen werkelijk- en onwerkelijkheid.

Deze in Machelen aan de Leie geboren kunstenaar is een man van het krachtig statement die de metafysica niet schuwt. Zijn uitspraken over het Al en het Niets, en zijn verzuchtingen over de Kunstenaar (lees: Raveel) als Miskend Genie wekken een wrevel die zijn werk onrecht doet. Lezers van Raveel zijn op de verkeerde weg: om Raveel op waarde te schatten, moet je kijken naar zijn werk - alleen dat.

Vorig jaar werd Raveel zeventig. Na grote overzichtstentoonstellingen in de jaren tachtig in Gent, Brussel, Eindhoven, en Oostende, leek een groot retrospectief overbodig. Op de expositie die ter gelegenheid van Raveels verjaardag in Oostende werd georganiseerd en die nu De Beyerd in Breda aandoet, zijn daarom alleen schilderijen en objecten uit de afgelopen tien jaar aanwezig.

Op het eerste gezicht lijkt Raveel de schilder van het contrast. Harde primaire kleuren zet hij tegenover duistere aardetinten of fletse pastelletjes. Vierkanten, ovalen, balken en zigzaglijnen doorkruisen als geabstraheerde telefoonpalen, afrasteringen en heggen menselijke figuren en hoofden. Een losse, impressionistische toets staat tegenover strakke, rigide lijnen. Luchthartig gaat hij te werk, denk je aanvankelijk. Maar de titels van zijn werken klinken als cijfersloten: 'Een vensterschildering en een ontmoeting' (1984) of 'Onafhankelijk van de zigzaglijn en de wandeling, het rode vierkant en het koren' (1990).

Raveel beproeft en bespeelt contrasten en onderwerpt ze aan elkaar in een poging om een synthese tot stand te brengen. Deze synthese is Raveels ideëele wereld: een wereld waarin je intens kan leven; een wereld van diepe vervreemding en vervoering. Nu eens zijn z'n menselijke gestaltes scherp omlijnde silhouetten die opeens in een dichterlijke witte leegte oplossen; dan weer zijn het realistisch geklede en geschilderde mannen- en vrouwenfiguren van wie de hoofden op dansende mengsels van kleurrijke vierkantjes lijken.

Hij is een systeembouwer die alles aan alles wil koppelen.

Zolang Raveel zich tot schilderen beperkt, gaat het bouwen hem goed af. Maar hij wil meer, misschien te veel. Raveel wil grenzen opheffen, ook heel extreme zoals die tussen kunstwerk en omliggende ruimte. Daartoe maakt hij gebruik van bekende foefjes als spiegels en trompe l'oeuils. In het werk uit de jaren negentig zijn de geschilderde vierkanten vervangen door spiegelglas. Een zelfportret met spiegeltje op de plaats van neusbrug en ogen (1990) moet de kijker bij het kunstwerk betrekken. Omdat echter het glas niet je eigen gezicht weerkaatst, maar de ruimte waar het schilderij hangt, krijgt het geheel iets lukraaks. Die wazige flakkering in Raveels hoofd frappeert noch ontroert, laat staan dat het de toeschouwer een hallucinatoire sensatie van grenzeloosheid bezorgt.

Ook in het met spiegelglas bedekte 'Karretje van de Ruimte' dat Raveel een jaar later maakt, gaat hij het spel met de ruimte aan. Tussen een zwart omlijnde wolk, een blauw vierkant en een geel/witte rechthoek duiken het vloeroppervlak, het plafond en de wanden van De Beyerd op. Naar believen zijn ze te vervangen door gras, straten of huizen, afhankelijk van waar je het wagentje heenduwt. De vragen die Raveel met zijn ruimtekarretje aan de orde wil stellen, zijn zo voor de hand liggend dat ook hier de kortstondige verwondering omslaat in verveling.

Raveel geeft de omgeving een actieve rol in zijn 'ruimtelijk' werk. Daarin schuilt het manco. Raveel doet een pas en geeft het heft uit handen. Hij doet zichzelf daarmee te kort, als meester van het doek.

    • Lucette ter Borg