Kok maakt zich veel zorgen over economie

MAASTRICHT, 13 OKT. “Ik ben geen paniekvogel. Maar misschien zullen we toch moeten kijken waar we tot bijstellingen kunnen komen.” PvdA-leider W. Kok bereidde zijn achterban gisteravond tijdens een werkbezoek aan Limburg voor op mogelijke extra bezuinigingen. Hij zei uiterst bezorgd te zijn over de “niet tot verheuging stemmende ontwikkelingen” die vorige week al werden geschetst door berekeningen van het Centraal Planbureau.

De PvdA-leider, tevens minister van financiën, hield zijn achterban voor dat “een harde gulden geen punt van zorg is”. Kok meent dat een harde gulden wel vraagt om enige aanpassingen, maar voegde er aan toe dat er “collega-ministers van financiën zijn die van ellende met het hoofd tussen de knieën lopen”. Ze gaan gebukt onder een zachte munt die een hoge inflatie voortbrengt en tevens een oplopende werkloosheid. “De sterke gulden is eerder een teken van kracht dan van somberheid.”

Volgens Kok had niemand kunnen vermoeden dat de begroting waarover de Tweede Kamer vandaag debatteert in het kader van de algemene beschouwingen weer ten dele is achterhaald wegens de tegenvallende conjuncturele ontwikkelingen. “Op Prinsjesdag kon niemand de pretentie hebben te weten wat we op dit moment, een maand later, weten. Het bewijst wel hoe snel de wereld verandert.” Kok wilde zijn achterban geen getallen over mogelijke ombuigingen voorhouden, maar hij onderstreepte wel dat het kabinet vasthoudt aan de doelstellingen ten aanzien van het financieringstekort, de overheidsschuld en de collectieve lastendruk.

Kok legde er de nadruk op dat hij wel wil doorgaan met “saneren en gezondmaking” van de Nederlandse economie. “Het is misschien niet populair om te saneren, maar als we vandaag niet orde op zaken stellen, wordt het morgen nog moeilijker. Het schip van staat moet in veilige financiële wateren komen”.

De PvdA-leider vindt dat vooral de sociale partners - op grond van het sombere beeld - zich sterker dan voorheen moeten inzetten voor loonmatiging. Kok relativeerde het begrip “ombuigingen” door te stellen dat een lagere groei ook leidt tot lagere inflatie en matiging van de lonen, die de negatieve conjuncturele ontwikkelingen deels kunnen opvangen. Hij sloot aanvullende bezuinigingen echter niet uit als het Centraal Planbureau in november komt met onderbouwde prognoses.