Kleinkind

Persoonlijk heb ik aan een vorige voetbalinterland Nederland-Polen de aangename herinnering, dat niet slechts Oranje met 3-0 won, maar dat op het moment dat Frans Thijssen voor het derde doelpunt zorgde - men schreef de 59ste minuut - de telefoon rinkelde en naaste familie mij meldde dat ons eerste kleinkind ter wereld was gekomen. Zijn verbondenheid met de sport is niet dermate hevig, dat hij een voetballer is geworden, maar als hij dit leest kan hij eventueel alsnog tot een bliksemcarrière besluiten. Gezien die veelbewogen avond uit 1975 ben ik zo vrij om dit nieuwe duel met Polen met enig optimisme tegemoet te zien. Dat is meer een kwestie van intuïtie dan van verstand.

Mijn gevoel is overigens niet versterkt door een televisie-interview van collega Evert ten Napel met Marco van Basten. Van Basten staat bekend als moeilijk te interviewen. Hij hanteert meestal een blik, die vrouwen uitstralen als zij door een zeer donker steegje in avondlijk duister lopen. Het heeft veel weg van “blijf van mijn lijf en verlang geen uitwisseling van hartsgeheimen”.

Nu hoeft dat laatste ook niet, maar Van Basten laat zelden emotie blijken en staat te boek als gesloten, op het indolente af. Zijn verschil in karakter met vak- en clubgenoot Ruud Gullit is opmerkelijk. Toch zou ik dit nadrukkelijker gemeld hebben als niet uitgerekend Gullit de laatste weken zeer geheimzinnig doet aangaande de reden van zijn bedanken voor het Nederlands elftal. Een persoonlijke kwestie. Jawel - maar welke dan en is die affaire niet weg te masseren?

Sinds de verloren interlands tegen Italianen en Noren kan de gedachte aan een min of meer grote schoonmaak bij Oranje moeilijk worden onderdrukt. En het is vooral ook Marco van Basten, die daarbij het een en ander zou moeten uitleggen. Dat hij tegenwoordig niet meer scoort in de nationale ploeg is uiteraard opvallend en erger is nog, dat hij in enkele interlands niet bepaald een gretige indruk maakte. Ik kan me ook niet zo gauw voorstellen dat hij een inspirerende aanvoerder is. Natuurlijk wil hij graag winnen - wie niet? - maar een speler van zijn vaardigheden zou eigenlijk in staat moeten zijn om de kar te trekken en zijn ploeg te inspireren.

Sprekende over soortgelijke onderwerpen komt bij hem dan al gauw een Mona Lisa-achtige glimlach tevoorschijn, terwijl zijn ogen niet bepaald vuur schieten. Ook al zou Dick Advocaat over het spreektalent van wijlen Karel Lotsy beschikken (en daar zie ik hem niet voor aan) dan nog lijkt deze zeer beroemde centrumspits niet bevattelijk voor peptalks.

Het moet bij Marco dus zuiver voetbaltechnisch en tactisch gaan lopen en aangezien hij heus wel naar de eindronden van het wereldkampioenschap van 1994 zal willen, wordt het de hoogste tijd dat hij op scherp komt te staan, terwijl hij omringd moet worden door snelle, werklustige medespelers, die openingen voor hem zullen maken. Met zowel Bergkamp als Van Vossen in die rol lijkt er een goede kans, dat dit morgenavond het geval zal zijn. De tijd van het laconieke vertrouwen op eigen reputatie moet voorbij zijn. Een nieuwe nederlaag zou meedoen in de Verenigde Staten hoogst dubieus maken. Ik weiger te geloven, dat alle fut, alle inspiratie en alle vastbeslotenheid in zo korte tijd uit Oranje verdwenen is. Ook kan niet alle talent, alle routine door de gootsteen zijn gespoeld. Natuurlijk zijn met name de Italiëgangers enigszins aangetast door de stress van hun bestaan aldaar. Het is ongetwijfeld af en toe om gek (of versuft) te worden met al die trainingskampen en uitzinnige belangstelling van het calciovolk. Maar als een wereldkampioenschap niet in staat is om te inspireren, wordt het tijd om op dammen over te gaan. Dat kan tenminste zittend worden beoefend. Ik weiger te geloven, dat het zo erg met onze elite is gesteld. Nieuwe kleinkinderen heb ik evenwel niet meer in de aanbieding.

    • Herman Kuiphof