EG-Commissie doet voorstel over haar eigen functioneren; Antwoord op verwijt van "regelmanie'

BRUSSEL, 13 OKT. De Europese Commissie werkt aan een reeks nieuwe voorwaarden aan ingrijpen door de EG in nationale aangelegenheden. Het voorstel zal mondeling worden toegelicht op de ingelaste Europese topconferentie in Birmingham.

Het gaat om een lijst met grondregels waarmee behalve de Commissie en het Europese Parlement ook alle lidstaten moeten instemmen. In het voorgestelde akkoord leggen de EG-instellingen formeel vast dat in beginsel alle macht bij de lidstaten berust, terwijl ingrijpen door de EG uitzondering is. Ook wordt de reikwijdte van het zogeheten "subsidiariteitsbeginsel' gedefinieerd: waar en op welke manier de EG instellingen zich principieel terughoudend moeten opstellen. Als de lidstaten instemmen met dit zogeheten "Interinstitutioneel Akkoord', dan zijn aanvullingen bij het Verdrag van Maastricht in de vorm van een extra protocol of een annex veel minder dringend geworden.

Het gaat in de praktijk om een bescheiden hervorming van bestaande procedures die tot een strengere selectie van wetsvoorstellen kan leiden. De bestaande bevoegdheden blijven onaangetast. De Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, wil voorkomen dat een aantal beleidsterreinen aan de competentie van "Brussel' wordt onttrokken. Bij de Commissie leeft de vrees dat het Britse voorzitterschap de huidige anti-EG stemming in Europa wil gebruiken om de greep van de hoofdsteden op een aantal traditionele EG-terreinen te vergroten. Daarom wil de Commissie alleen praten over het "reguleren' van de bestaande bevoegdheden, niet over een nieuwe verdeling. Volgens de Commissie ligt de verdeling van bevoegdheden binnen de EG vast in het Verdrag van Maastricht.

Vrijdag zullen de regeringsleiders in Birmingham het voorstel van de Commissie bespreken. Maar beslissingen worden pas tijdens de Europese topconferentie in Edinburgh, half december, verwacht. Daar zal de Commissie ook een overzicht geven van oude wetsvoorstellen die niet zouden zijn ingediend als de nieuwe procedure was toegepast en rekening was gehouden met de nieuwe politieke inzichten. De Commissie komt hiermee tegemoet aan de wens van de lidstaten om de als "regelmanie' ervaren richtlijnen uit Brussel aan objectieve criteria te binden, zonder het Verdrag van Maastricht open te breken.

Centraal in het voorstel dat de Commissie gisteravond heeft besproken staan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit, die in "Maastricht' als nieuwe gedragslijn voor wetgeving zijn opgenomen. De EG mag volgens het verdrag “op gebieden die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen” alleen optreden “indien en voorzover” daardoor een beter resultaat aannemelijk is dan wanneer de lidstaten het zelf zouden doen.

De Commissie stelt nu onomwonden vast dat de invoering van de interne markt tot haar exclusieve bevoegdheden behoort. Ook de gemeenschappelijke landbouwpolitiek, het vrije verkeer van goederen, personen, kapitaal en diensten, de vrije mededinging, visserij-, transport-, handelsbeleid, wisselkoersen en monetair beleid behoren tot die terreinen waarop de Commissie niet van "subsidiariteit' wil weten. Het Verdrag van Maastricht geeft de Europese instellingen immers de opdracht om op deze gebieden bepaalde gemeenschappelijke resultaten te boeken. Alleen al daaruit volgt dat individuele lidstaten hier helemaal geen resultaten kùnnen boeken en de vraag naar "subsidiariteit' zich dus niet stelt, aldus de Commissie.

Bij beleidsterreinen waar de EG haar bevoegdheid deelt met de lidstaten stelt de Commissie zich toegeeflijker op. Hier zou de vraag naar de wenselijkheid van een EG-initiatief wel gesteld moeten worden, in verhouding tot de resultaten die de lidstaten individueel zouden kunnen behalen. De Commissie stelt twee criteria voor. 1. De "test van de vergelijkende doelmatigheid': welke instrumenten hebben de lidstaten tot hun beschikking om een vergelijkbaar resultaat te behalen? Is er een mogelijkheid om gedragscodes af te spreken, convenanten vast te leggen of tot andere vormen van vrijwillige nationale afspraken te komen? 2. de "test van de toegevoegde waarde': heeft een EG-maatregel iets extra's te bieden, gezien haar grotere reikwijdte. Wat zijn de kosten als Brussel stil zit? Het gaat dan onder meer om sociaal beleid, milieu, volksgezondheid, onderwijs, consumentenbescherming, cultuur, industrie, onderzoek en vervoersverbindingen.

Ook voor de "proportionaliteit' van de maatregelen heeft de Commissie criteria ontwikkeld. In principe wil Brussel zich voortaan richten op het coördineren en ondersteunen van nationale beleidsprogramma's. Van gedetailleerde harmonisatie-voorstellen voor nationale wetten, die bij de invoering van de interne markt nog als noodzaak werden gezien, wil de Commissie voortaan liever afzien. Als er gekozen kan worden tussen een groot intern wetgevingsproject en aansluiting door de EG bij een bestaand verdrag dan moet voor het laatste worden gekozen. Valt aan wetgeving niet te ontkomen dan wil de Commissie zich beperken tot zogeheten "kader-richtlijnen' waar in algemene termen bepaalde minimum-resultaten worden voorgeschreven.

    • Folkert Jensma