Een vervelende boodschap van het IMF

Rond middernacht, precies veertien dagen geleden, slaagde premier Dehaene erin een akkoord tot stand te brengen over de federalisering van België. Daarna gingen de ministers nog even door met onderhandelen en werden ze het ook eens over extra bezuinigingen op de overheidsuitgaven.

Deze zomer was al een omvangrijk ombuigingspakket aangenomen. Maar, aldus Dehaene, de tegenvallende (internationale) groei maakt een extra saneringsronde van 21,8 miljard frank noodzakelijk. Daarmee wilde de premier aantonen dat België ernst maakt met zijn toetreding tot de EMU, de economische en monetaire unie. Toetreding is alleen mogelijk als het financieringstekort niet hoger is dan 3 procent van het BNP. Tien jaar geleden lag het Belgische tekort nog boven de 13 procent. Vorig jaar bedroeg het nog 6,3 procent. Dit jaar hoopte men volgens de iets naar boven toe bijgestelde prognoses uit te komen op 5,9 procent en volgend jaar op 5,2 procent.

Helaas voor Dehaene kwam het IMF gisteren met een vervelende boodschap. Volgens het IMF zijn de bezuinigingen wel mooi, maar onvoldoende om volgend jaar de doelstelling van 5,2 procent te halen. Vooral in de sociale zekerheid zou meer gesnoeid moeten worden. De premier toonde zich niet erg onder de indruk van de boodschap. Het IMF maakt in ons land de dienst niet uit, zei hij.

Vermindering van het begrotingstekort is voor België van vitaal belang om iets van de excessieve staatsschuld af te knabbelen. De schuld komt overeen met 125 procent van het BNP, meer dan twee keer zo veel als het gemiddelde in de EG. Een kwart van alle overheidsuitgaven gaat op aan rentebetalingen over die schuld. Steeds dreigt het sneeuwbaleffect dat de rentelasten de schuld verder verhogen.

Voor de Belgische politici betekent het grote rentebeslag dat hun speelruimte om nieuw beleid te ontwikkelen uiterst beperkt is geworden. Zeker als men bedenkt dat het grootste deel van het resterende budget van de nationale overheid vrijwel automatisch wegvloeit als overdrachtsuitgaven in de sociale zekerheid.

De enorme staatsschuld hangt dus als een donkere schaduw boven België. Toch maken de monetaire autoriteiten niet de indruk dat ze erg gebukt gaan onder de zware last. Gouverneur Alfons Verplaetse van de Nationale Bank van België toonde zich de afgelopen weken een uiterst zelfverzekerd man die welhaast met blijmoedigheid commentaar gaf op de gebeurtenissen op de valutamarkten. Dat zelfvertrouwen is niet moeilijk te verklaren: de Belgische frank heeft zich de afgelopen tijd, samen met de Duitse mark en de Nederlandse gulden, gedragen als één van de sterkste munten in het EMS. Met andere woorden: beleggers in de hele wereld "vluchten' graag in de Belgische frank, ondanks de torenhoge schuldenlast van België. Kennelijk schrikt die schuldenlast niet af, en dat is ook zo, zeggen financiële deskundigen in Brussel. “De omvang van de schuld is voor beleggers niet zo belangrijk, wel de kredietwaardigheid. Op dat vlak heeft België een uitstekende reputatie. De overheid komt stipt op tijd zijn schuldverplichtingen na, er is geen enkele reden voor paniek”, aldus een analist.

Ook de Nationale Bank heeft een eenvoudige verklaring voor de ijzersterke conditie van de munt. De hardheid van de frank geeft aan dat er met de fundamenten van de Belgische economie niets mis is. Sterker nog: in vergelijking tot zijn buren scoort België heel goed als het gaat om economische groei en inflatie. De groeiprognose voor dit jaar is recentelijk naar beneden bijgesteld tot 1,6 procent, maar ligt nog steeds boven het EG-gemiddelde. Het inflatiecijfer (2,3 procent) is het laagste in Europa.

Van nog meer belang, legt een woordvoerder van de centrale bank uit, is het "structurele' en "comfortabele' overschot (gemiddeld 2 procent van het BNP) dat België sinds 1986 op de betalingsbalans heeft. Dat overschot weerspiegelt de concurrentiekracht van de Belgische economie. Ook Nederland en Duitsland kennen zo'n overschot. Het is geen toeval dat juist de munten van die landen de sterkste zijn geworden in het EMS. Net zoals het niet toevallig is dat de landen met een tekort op hun betalingsbalans, hun nationale valuta hebben zien wegglijden. Dat geldt voor Groot-Brittannië, Italië, Spanje en zelfs voor Frankrijk.

Ook in ander opzicht boezemt de grote schuldenlast geen angst in. Ongeveer 85 procent van de schuld staat namelijk uit bij beleggers en particulieren in België zelf. Zo bezien is het schuldenprobleem vooral een binnenlands schuldenprobleem, een probleem van inkomensverdeling in het land zelf. Het Belgische begrotingsgevecht is dan ook te beschouwen als een gevecht tussen obligatiehouders en niet-obligatiehouders.

De Belgen blijken weinig problemen te hebben om hun schuldenlast steeds opnieuw te financieren. Ze sparen graag, wat dat betreft zijn ze de Japanners van Europa. Ze investeren hun geld in België, kopen er schuldpapier van de overheid voor en brengen bovendien nog eens een flink deel van hun tegoeden in het buitenland onder.

Dat ook het buitenland vertrouwen heeft in België blijkt niet alleen uit de hardheid van de frank, maar wordt ook geïllustreerd door de cijfers van buitenlandse beleggingen in België. In de lente van 1990 werd de frank officieel gekoppeld aan de D-mark en voerde minister van financiën Maystadt een forse belastingverlaging op effecten door. Het jaar daarvoor ging per saldo nog voor 206 miljard frank aan beleggingen in effecten en schatkistpapier het land uit. In 1990 sloeg de balans al om in een positief saldo van 62 miljard frank. In de eerste acht maanden van dit jaar is dit positieve saldo verder gestegen tot 111 miljard frank, een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Ook die wetenschap draagt bij aan het zelfvertrouwen van gouverneur Verplaetse.

    • Wim Brummelman