Een katterig eeuwfeest

Het was Columbusdag gisteren in Amerika. Maar weinig winkels in Washington hielden hun traditionele, feestelijke uitverkoop. Er heerst hier niet alleen een economische, maar ook een spirituele recessie. Sinds een nationaal debat vorig jaar over de ontdekkingsreiziger durven de meeste adverteerders het onderwerp niet meer aan, te pijnlijk, te moeilijk, te omstreden.

Toen president Bush een jaar geleden een speciale wet voor het vijf eeuwen-feest tekende, verwachtte hij een viering van de omvang van het 200-jarig bestaan van de Verenigde Staten in 1976 te kunnen voorzitten, vlak voor zijn herverkiezing. Maar met Pilgrimfather-nazaat Bush is Columbus uit de mode geraakt. Columbusdag is een etnisch evenement geworden. Amerikanen van Italiaanse afkomst vieren hun wereldbekende voorganger uit Genua en de inheemse Amerikanen herdenken de massale aanslag op hun volk.

Een eeuw geleden werd Columbus bij de wereldtentoonstelling in Chicago nog ingehaald als symbool van ontstuitbare vooruitgang, het grote voorbeeld voor de protestantse ondernemer. Gisteren roerden Cheyennes en Cherokees de trom in de National Cathedral van Washington, het grote, witte monument van Amerika's hoogste stam van de White Anglo Saxon Protestants. Hier werden geen bijbelse talenten geëxploiteerd maar kwam een ander protestants element aan bod, gevoel van schuld.

Columbus heeft niet langer Amerika ontdekt, hij kwam het continent tegen, leren veel schoolkinderen nu. Er stonden al mensen aan de andere kant. En hun afstammelingen laten zich gelden. In Denver werd de Columbusoptocht afgelast na felle demonstraties van indianen. In Nevada protesteerden Shoshonen tegen het gebruik van hun vroegere jachtgronden als internationaal nucleair testgebied. Berkeley heeft Indigenous People Day gevierd. En in Boston aten de feestelingen indiaanse stoofpot van wasbeertjes, terwijl ze keken naar inheemse dansen. Philadelphia liet haar beroemde Italiaans Amerikaanse ereburger, Robert Venturi, een obelisk bouwen, die gisteren werd geopend. Maar vóór dat plechtige uur gooiden indianen er rode verf op, uit protest tegen het feit dat de Delaware Avenue is veranderd in Columbus Boulevard.

In New York, voornaamste immigratie-plaats voor Italianen, vond de feestelijke Columbusoptocht plaats onder het moderne motto “eenheid in verscheidenheid”. De indianen hadden de uitnodiging mee te doen, afgeslagen en hielden met de Spanjaarden een tabaksceremonie bij zonsopgang. Daarna trokken ze naar de haven, waar de in Spanje natuurgetrouw nagebouwde Nina, Pinta en Santa Maria lagen. Van een Spaanse overheidsstichting ontvingen ze een oefening van berouw in de vorm van een “verklaring van respect voor de inheemse culturen en naties van het Westelijke halfrond”. De zeilschepen lagen wat verloren op de rede. Een triomftocht langs de Amerikaanse kust werd afgeblazen bij gebrek aan sponsors.

De meeste bedrijven gaven hun werknemers gisteren geen vrije dag. De film Cristopher Columbus met Marlon Brando flopte. Zo ook de grote bloemententoonstelling in het stadje Columbus, Ohio. De voormalig voorzitter van de Nationale Jubileumcommissie voor Columbus wordt nu vervolgd wegens corruptie. Het publieke televisiestation kwam gisteren met een uitzending over de gruweldaden van de Spaanse ontdekkingsreiziger Coronado tegen de Pueblo-indianen.

Een katterig eeuwfeest was het en zeker niet nationaal. Toch ziet een kleine meerderheid van de Amerikanen in Columbus nog steeds een held, al is hij dan niet zo groot als de founding fathers Washington, Jefferson of Lincoln. Men wil de komst van Columbus ook niet meer te luidruchtig vieren, uit angst een minderheidsgroep te kwetsen. Het aantal indianen blijkt bij de laatste volkstelling plotseling sterk te zijn toegenomen. Dat kwam niet door voortplanting maar door toegenomen zelfbewustzijn. Indiaans bloed is geen reden tot schaamte meer. Wie zelfs maar voor een zestiende indiaans bloed heeft, noemt zich al indiaan. Richard Rodriguez, hoofdredacteur van het progressieve radiostation Pacifica, was eerlijker over zijn afstamming. Gisteren zei hij voor de televisie dat hij half van Europese en half van indiaanse afkomst is. De onttroning van Columbus geeft hem maar één probleem: “Voor mij is het met het jaar 1492 begonnen. Anders zou ik er nooit zijn geweest.”