Een kat op het spek

De Vereniging van Effectenbezitters peilde onlangs de stemming onder de leden en hoorde het volk morren over de adviezen van banken en commissionairs. Een bekend geluid: vraag iemand naar die ervaringen en hij zal een pijnlijk gezicht trekken. Hoe komt dat?

Particulieren zien hun financiële instellingen als regisseurs van de beurs die samen dicht bij het vuur zitten en in stilte aan de touwtjes trekken. Daar zit een kern van waarheid in, want grote partijen kunnen met gerichte aan- en verkopen wel eens enkele koersen beïnvloeden, maar niet zo lang. En zeker niet over een breed front. Toch gedragen die bedrijven zich als kenners, autoriteiten die suggereren te weten wat er gaat gebeuren. Dat is schijn. Ook zij moeten leven met onzekerheid en een slag om de arm houden. Een cliënt gaat daar echter niet van uit en verwacht dat zijn gesprekspartner op alle terreinen even ter zake kundig is en wil ook graag profiteren van zijn inzicht. Daarom ben je klant.

Is die onzekerheid niet opmerkelijk vergeleken met andere branches? We leven immers in een tijdperk waarin Nederlanders door vererving van vermogens en de heersende welvaart steeds meer gaan bezitten. Dat vraagt om hulp van deskundigen, want niet iedereen kan met geld omgaan.

In de financiële wereld zijn tal van lieden die willen helpen: belastingadviseurs, accountants, makelaars in onroerend goed, bemiddelaars in hypotheken en verzekeringen en notarissen. Beleggingsadviseurs ontbreken in die opsomming, zij bieden niet altijd een raad voor iedere portemonnee. Of: wie zelf wil beleggen - niet speculeren - kan niet altijd aankloppen bij een bemiddelaar. Die kiest voor een standaard oplossing, klagen de VEB-leden, probeert je warm te maken voor beleggingsfondsen. Allen samen. Andere helpers maken zich er niet zo vanaf. Daar staat tegenover dat die beter beloond worden. Waarschijnlijk heeft al dat gedram over lagere effectenprovisies nu een averechts effect voor particuliere beleggers.

Niet bekend

Eigenlijk wordt het zelf beleggen vanuit de beurswereld niet meer van harte aanbevolen. Je hoort en leest steeds meer over de voordelen van het deelnemen in fondsen; rechtstreeks bij de bank of via unit linked verzekeringen. Ook simpele deposito's en spaarrekeningen worden al in beleggingsfondsen ondergebracht. Het loont om gelden te beheren. Zo verschuiven aandelen- en andere belangen van particulieren naar institutionele beleggers en collectieve regelingen.

Die institutionalisering is strijdig met het voornemen, onder meer van de actiegroep die Amsterdam op moet tillen naar hoog internationaal niveau, om dat aandelenbezit te verspreiden en de kennis van beleggers op te krikken. Vooral met de bedoeling de relatie tussen burgers en bedrijven te intensiveren en te verdiepen.

Moet het deelnemen in een beleggingsfonds even sterk bevorderd worden als de rechtstreekse deelname in een bedrijf door het kopen van aandelen? Die vraag is nooit beantwoord. Het is ook niet duidelijk wie dat zou moeten doen. De beurs? Beleggers? Bedrijven? Verzekeraars? Bemiddelaars?

Beheerders van fondsen, verzekeraars en bemiddelaars zullen knikken op die vraag: “Als deelnemer ben je natuurlijk net zo'n actieve belegger als iemand die zo nodig zelf moet beleggen.” En bedrijven? Die weten nog steeds niet wat ze met particuliere beleggers moeten doen. Ze begrijpen niet dat een aandeelhouder direct belang heeft bij de gang van zaken en als klant van onschatbare waarde is. Daarom moet je hem of haar, bij wijze van spreken, aandelen cadeau geven.

Beleggers en hun belangenorganisaties hebben het fonds- en het zelf beleggen nooit als een dilemma gezien: dat kan naast elkaar bestaan. De beurs houdt van beide richtingen: in Beursplein 5, een uitgave bestemd voor particulieren, heeft Robeco-topman prof. dr J.J. van Duijn, Jaap voor de lezers, sinds kort een column. Een kat op het spek.