De man die een man wilde zijn

Heling van een fiets, dat was tot juni van dit jaar het zwaarste misdrijf dat de 30-jarige Humphrey Schuurmans ooit gepleegd had. Maar nu staat hij bij de Arnhemse rechtbank terecht voor moord of doodslag. Hij zou Enno Witzand met enkele gerichte pistoolschoten opzettelijk het leven hebben benomen. Schuurmans is een kleine, donkere man met een rastakapsel, geheel gehuld in hardroze kledij. Enkele van zijn vrouwelijke familieleden nemen op de achterste rij plaats en kijken bezorgd toe.

Schuurmans is niet bepaald het toonbeeld van de geharde killer, integendeel, hij zit als een angstig dier op zijn stoel, en naarmate de ondervraging door de rechter vordert, begint hij steeds sterker over zijn hele lichaam te trillen. Zijn advocaat noemt hem "een psychisch tengere man, die heel zachtaardig over anderen spreekt'. De gerechtelijke psychiater vond hem nerveus en onzeker, iemand met weinig geestelijke spankracht. En zijn vrouw Lucy gaf toe dat zij de agressieve en hij de vredelievende helft van hun huwelijk vertegenwoordigt.

Toch pakte Schuurmans op 30 juni een pistool en schoot van zeer nabij driemaal op een ongewapende man. Wat bezielde hem? Jaloezie was zijn drijfveer, meent de officier van justitie, mevrouw mr. I. Langenhorst. Zij bedoelt: seksuele jaloezie. Nee, houden Schuurmans en zijn advocaat vol, het was angst, pure angst.

Schuurmans had een maand eerder gemerkt dat zijn vrouw enkele ontmoetingen had gehad met de in Amsterdam woonachtige Witzand. Schuurmans woonde in die periode niet altijd bij zijn vrouw en kind in Arnhem. Hun huwelijk was verslechterd en werd gekenmerkt door wederzijds wantrouwen. Volgens de advocaat wilde Lucy Schuurmans haar man - via de relatie met Witzand - dwingen tot meer aandacht voor haar en hun kind. Op een dag trof Schuurmans in de echtelijke woning Witzand aan. “Wat doe jij hier?” vroeg hij. “Vraag dat maar aan je vrouw”, zei Witzand.

Op 30 juni, toen Schuurmans toevallig weer even thuis was, belde Witzand vanuit Amsterdam. “Blijf van mijn vrouw af”, zei Schuurmans, en hij begon te schelden. “Ik kom naar je toe”, zei Witzand. Schuurmans ging daarop naar zijn eigen woning om een pistool op te halen en keerde terug naar de echtelijke woning waar hij Witzand opwachtte.

“Waarom heeft u dat pistool opgehaald?” vraagt de rechter, mevrouw mr. G. Bige.

“Ik wilde me alleen maar verdedigen. Ik was verschrikkelijk bang.”

“Als u bang bent, loopt u weg.”

“Ik weet het niet.”

“U heeft tegen de politie gezegd dat u het verlies van uw vrouw niet zou kunnen accepteren. Toen Witzand die avond aanbelde, heeft u het pistool doorgeladen voordat u naar de deur liep. Waarom?”

“Ik was radeloos.”

“Als u geen kwade bedoelingen had, waarom nam u dan dat pistool?”

“Ik dacht dat hij ook met een wapen zou komen.”

“Witzand had vóór zijn vertrek uit Amsterdam tegen vrienden gezegd dat u hem in het telefoongesprek gedreigd had met neerschieten of makeri geven.”

“Heb ik niet gezegd.”

“Wat betekent makeri?”

“Surinaams voor ongeluk.”

Schuurmans liet Witzand, een veel grotere, sportieve figuur, binnen in zijn flat. Hij hield het pistool omlaag. Er ontstond een woordenwisseling, Witzand voegde hem toe dat hij geen man was. Witzand ging weer weg, sloot de deur achter zich, maar bleef ervoor staan. Hij riep opnieuw naar Schuurmans dat hij geen man was. Schuurmans opende daarop de deur op een kier en vuurde een waarschuwingsschot af. Witzand liep nu onvervaard op de deur af en stak zijn hand door de kier. Op dat moment vuurde Schuurmans drie schoten op hem af, waarvan er twee doel troffen. Witzand zakte in elkaar en stierf kort tijd later.

Hij schoot in het wilde weg, beweert Schuurmans nu, hij had niet de bedoeling Witzand te doden. Mr. P. Brouns, een van de drie rechters, laat Schuurmans naar de tafel van de rechters komen. Brouns steekt zijn arm naar Schuurmans uit, en vraagt Schuurmans hetzelfde te doen. Hun armen raken elkaar. “Zo moet het gegaan zijn”, zegt Brouns. “U stak uw hand door de deuropening, hij deed hetzelfde. Uw pistool was maar enkele decimeters van hem af. U moest hem wel raken.”

Als Schuurmans weer tegenover zijn rechters gaat zitten, schokt zijn hele lijf.

“U heeft gezegd dat u zich door hem uitgedaagd voelde”, zegt de voorzittende rechter. “Daar blijft u bij?”

“Ja.”

“Waarom schoot u?”

“Ik werd aangevallen en ben in paniek geraakt.”

“Uw verklaringen veranderen steeds. Tegen de politie zei u eerst: "Hij kwam op mij af'. Niks aanvallen dus.'

De rechters en de officier willen weten wanneer hij zich het pistool heeft aangeschaft. “Het lijkt erop dat u het heeft gekregen na de eerste ontmoeting van uw vrouw met Witzand”, zegt een van de rechters. “Uw verhaal is op dit punt heel ongeloofwaardig.”

Na een pauze neemt de advocaat, mr. L. Veldhuijzen, het woord. De verdachte is niet meer aanspreekbaar, hij zit voorover gebogen, bedwongen snikkend, op zijn stoel. En zijn advocaat praat en praat maar door in het welzijnsjargon, dat ook de Nederlandse advocatuur niet onaangetast heeft gelaten.

Het gaat over spanningsvelden, herinneringsmomenten, vraagstellingen, problematieken, ten einde in het kader waarvan... De zon zakt lager en we zien rechter Brouns een ronduit heroïsch gevecht leveren tegen de zoete nevel van de middagdut. Tevergeefs. De kin komt gevaarlijk op de borst te rusten, maar het bovenlichaam - meesterlijke prestatie - blijft voorbeeldig in balans. Hij schrikt nog net bijtijds op uit zijn sluimer om de advocaat ontslag van rechtsvervolging te horen vragen. Schuurmans handelde immers uit noodweer, meent Veldhuijzen.

Niks daarvan, vindt de officier. “Het was de jaloezie die hem obsedeerde, niet de angst.” Ze houdt er wèl rekening mee dat Schuurmans tijdens de daad sterk verminderd toerekeningsvatbaar was, zoals de psychiater heeft geconstateerd. Ze eist vijf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. “Bij volledige toerekeningsvatbaarheid was dat 10 à 12 jaar geweest”, zegt ze royaal.

“Heeft u nog iets te zeggen?” vraagt de rechter.

De verdachte komt half overeind, nog steeds snikkend. “Ik heb niks te zeggen.”

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.