De bergvolken komen in opstand; In Kaukasus komt de macht nog steeds uit de loop van het geweer; "De Russen begrijpen de Kaukasus nu eenmaal niet'

De noordelijke Kaukasus, tehuis van een groot aantal bergvolken, is het toneel van een verbitterde strijd om de macht: islamitische nationalisten trachten de oude Russische nomenklatoera te wippen. De oorlog tussen Georgiërs en Abchaziërs werd een knuppel in het hoenderhok.

NALTSJIK/PJATIGORSK, 13 OKT. Op de tweede verdieping van het regeringsgebouw in Naltsjik bevindt zich het kruitvat van Kabardino-Balkarië en wellicht van de hele Noord-Kaukasus. Daar, in de gang op de tweede verdieping van het "witte huis' waar de Kabardijnse president Valeri Kokov en diens Russische vice-president Gennadi Goebin resideren, is de wapenkamer ingericht. Er liggen knuppels, kogelvrije vesten, helmen, handgranaten en karabijnen. Het is het wapentuig waarmee de "zwarte baretten' - de binnenlandse veiligheidstroepen - het regeringspaleis tot een vesting hebben omgebouwd.

De Omon-jongens zijn Russen, gestuurd door de Russische regering. Ze zwijgen als het graf. Hun vocabulaire bestaat uit de woorden “ja” en vooral “nee”. Zeker als je ze vraagt hoe het nu is om in een gebouw te zijn waar de door Jeltsin zo vermaledijde Sovjet-vlag nog in top hangt. Hun missie is niettemin helder: ze zijn in Naltsjik om “de wettig gekozen regering” van Kabardino-Balkarië te verdedigen. Kokov en Goebin worden namelijk bedreigd door de oprukkende islamitisch-nationalistische beweging. En dat is een grote zorg voor Rusland. Moskou ziet in het noorden van de Kaukasus, een altijd turbulent gebied met negen "autonome republieken' en "grensgebieden' die formeel bij Rusland horen, liever dat de gestaalde kaders van vroeger blijven zitten dan dat er een nieuwe elite opduikt die zich door de islam laat inspireren.

De tegenstander heet Confederatie van Kaukasische bergvolkeren, een overkoepelend orgaan waarin de gortsi (bergbewoners) in de Noord-Kaukasus zich hebben verenigd. Onder leiding van president en Kabardijn Joeri Sjanibov probeert de Confederatie overal in de Kaukasus de bestuurders via de straat te wippen. Allereerst in Kabardino-Balkarië. Dat Kokov en Goebin negen maanden geleden rechtsstreeks zijn gekozen, is voor haar geen argument. Integendeel, de wijze waarop generaal Doedajev vorig jaar al in het oostelijker gelegen Tsjetsjenië de oude garde heeft verdreven en zijn land heeft losgemaakt uit de Russische Federatie, is het model. Sindsdien weten de nationalisten weer dat politieke macht en de loop van een geweer nog altijd alles met elkaar te maken hebben. Hun doel is één Noord-Kaukasische staat.

Twee weken geleden heeft het Congres van het Kabardijnse Volk, de subafdeling van de confederatie in Naltsjik, de aanval geopend. Een demonstratie had moeten leiden tot de val van Kokov en Goebin. Het scenario liep echter dood. Kokov en Goebin lieten op de menigte schieten en wisten zo zichzelf en de heersende ex-communistische garde te redden. Kleinere acties (huiszoekingen, ongevraagd bezoek van de antiterreurbrigade) moeten de druk sindsdien op de ketel houden. “Een regering mag niet wijken voor het gepeupel”, aldus Anatoli Maslikov, de naaste medewerker van Goebin.

De Kabardijnse oppositie wacht op de volgende kans. Als het aan Sjanibov ligt komt die heel snel. "Moesa' Sjanibov heeft, sinds hij drie weken geleden werd gearresteerd en vervolgens uit de gevangenis in Rostov-aan-de-Don wist te ontsnappen, een “heldenstatus” verworven. Volgens Moestafa Alijev, vice-president van Dagestan, was die arrestatie een essentiële fout. “Die actie is averechts uitgepakt. Zonder die arrestatie had niemand van het bestaan van Sjanibov geweten. Maar ja, de Russen begrijpen de Kaukasus nu eenmaal niet, ze weten niet hoe je hier te werk moet gaan”.

Fout of niet, Moesa's sympathisanten zijn nu overal in de republiek in de weer om de burgers te winnen voor een tweede stormloop op de machthebbers. Want dat de “communisten” Kokov en Goebin moeten vertrekken, staat voor de nationalisten vast. De komst van de Omon-eenheden naar Naltsjik vermag niet hen te intimideren.

Kabardino-Balkarië is de cruciale domino geworden in de Kaukasus. Wat hier gaat gebeuren, zal uitstralen naar de rest van de Kaukasus. De Russen wanen zich daarom weer in de 19de eeuw. Ongeveer honderd jaar had het tsaristische leger nodig voordat de in 1787 gestichte Russische stad Vladikavkaz zijn naam "Heerser van de Kaukasus' eindelijk eer aandeed. Die strijd is in de Kaukasus zowel als Rusland nog altijd een mythe. Voor de Kaukasiërs omdat ze zich na hun nederlaag in deze ghazavat (heilige oorlog) nooit echt gewonnen hebben gegeven. Voor de Russen omdat de Kaukasiërs weliswaar gevaarlijke moslims maar toch ook heldhaftige strijders zijn die zich nimmer onderwerpen.

Ondanks de formele annexatie is de Kaukasus altijd een onbestuurbaar gebied gebleven. De ongekende etnische variëteit - in de Noord-Kaukasus wonen ruim veertig verschillende volkeren, van Tsjetsjenen (bijna 800.000) tot Sjachdagiërs en Oeroemiërs (een onbekend aantal) - heeft elke vorm van pacificatie onmogelijk gemaakt. In Kabardinië alleen al leven veertien volkeren, die elkaar onderling minachten maar één gemeenschappelijke noemer kennen: hun godsdienst. De Russen, Georgiërs, Grieken zijn er de vertegenwoordigers van een christelijke missie. De Kabardijnen, Balkaren en al die andere islamitische volkeren weten zich deel van een groots verleden dat verbonden was met het Turkse Rijk.

De oorlog tussen Georgië en de Abchaziërs is de lont in dit wespennest. Die biedt de nationalistische beweging het heldere politieke handvat dat ze nodig heeft. “Voor de Confederatie is Abchazië een voorwendsel om de interne politieke toestand te destabliseren”, zegt Goebin. “Hun nationalisme is een hypocriet nationaal sentiment. Er is daarbij bovendien een derde macht in de weer, dezelfde macht die de Sovjet-Unie heeft ontmanteld en nu de Kabardijnse kaart speelt om Rusland te destabiliseren. Die derde macht bestaat zowel uit radicale Russische als Turkse nationalisten. Alleen in Turkije wonen al drie miljoen Kabardijnen. Overal zitten nu kooplieden en zakenlieden die met geld strooien”, aldus Goebin.

Voor de Kaukasische nationalisten is er daarentegen geen twijfel over mogelijk bij wie de solidariteit hoort te liggen: bij het “dappere broedervolk” der Abchaziërs dat zich “met de blote handen” teweer stelt tegen het “centralistische” bestuur van de “Georgische lafaards” (hoofdredactrice Nagoetsjeva van nationalistische krant Nart). Dat de Abchaziërs in hun eigen land in de minderheid zijn, is immers het gevolg van “genocide, van tsaristische onderdrukking en van de agressieve demografische politiek van Stalin”, zoals vice-voorzitter Zjantemir Goebatsjikov van het Kabardijnse volkscongres het formuleert. “De Kabardijnen en Abchaziërs zijn één volk.”

Volgens hem zijn er dan ook twee vijanden van de Kaukasische gortsi, de lokale bestuurders en Rusland waar “de democraten van gisteren nu weer aan de zijde der bolsjewieken staan”. “Rusland neemt ten opzichte van de oorlog in Abchazië een onverantwoordelijke neutraliteit in acht maar heeft wel tankdivisies, artillerie en vliegtuigen aan Georgië overgedragen. Hoewel Georgië geen lid is van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten en hoewel Georgië geen wettig gekozen regering heeft maar een bestuur dat het gevolg is van een militaire staatsgreep”.

In een poging te redden wat er te redden valt, hebben de plaatselijke leiders en Rusland nu bij elkaar troost gezocht. Vorige week kwamen ze in het idyllische Pjatigorsk bijeen om onder leiding van vice-voorzitter Ramazan Abdoelatipov van het Russische parlement één lijn te trekken. Een "interparlementaire raad' met representanten van de alle Kaukasische parlementen moet de Confederatie wind uit de zeilen nemen en een poging doen om de oppositionele machtsaanspraken via een “dialoog met alle maatschappelijke organisaties” te verdunnen. Meer is nu nog niet mogelijk. “De assemblee is een pasgeboren kindje. Het heeft melk nodig en eten. Volgens schema, zodat het een normale jongen wordt”, aldus Ramazan Abdoelatipov. Gennadi Goebin: “Het Kaukasische volk is zeer gastvrij, een volk van zout en brood, maar ook zeer zelfbewust. De knoet werkt hier niet. Daarom ijveren wij zo voor een politieke oplossing. Want het volk steunt ons”.

Maar als het er op aan komt, zal Rusland het vermoedelijk toch weer met een bottere bijl proberen. In de wandelgangen van het hotel in Pjatigorsk, waar eind vorige week het spoedberaad werd gehouden, waren de collega's van Goebin in ieder geval veel minder omfloerst in hun commentaar. Vladimir Choebijev, de prefect van Jeltsin in Karatsjajevo-Tsjerkessië: “Die Confederatie? Dat is allemaal onzin. Als het erop aan komt, is de Sovjet-macht zelfs nog sterker dan Russische wodka”. De "zwarte baretten' zijn hoe dan ook al in aantocht om dit destillaat te brouwen.

    • Hubert Smeets