Burger loopt niet warm voor nieuw vrijheidsconcept

J.W. Oerlemans heeft in NRC Handelsblad van 3 oktober opgeroepen tot het formuleren van een nieuw vrijheidsconcept, “nauwkeurig als een precisie instrument”, dat nieuwe definities van de vrijheden van de burger mogelijk maakt. Dit concept zou het uitgangspunt moeten zijn voor de afschaffing van “alle wetten, regels, voorschriften en andere lasten die in strijd zijn met zijn constitutionele vrijheidsrechten”, en die een “aantasting vormen van zijn persoonlijke levenssfeer en waardigheid”. Een voorbeeld van vooral de eerste categorie zou welkom zijn.

Oerlemans noemt een aantal onopgeloste problemen, die volgens hem een symptoom zijn van het feit dat het beleid van de regering en de verdediging daarvan gedegenereerd is tot een waanzinnige rekensom. Hij noemt: wachtlijsten voor ziekenhuizen, overbevolking van het openbaar vervoer en verstopping van de wegen, degradatie van de universiteiten, afbraak van de kennis van Duits en Frans, experimenten met egalitair onderwijs en een rij van andere verschijnselen, die men kan rangschikken onder falend beleid maar die weinig te maken hebben met de burgerlijke vrijheden.

Hij wijt deze misstanden aan de "redelijkheidswaan' van de overheid, maar laat na een duidelijk verband te leggen met de veronderstelde inbreuk op de vrijheden en de rechten van de burger. De degeneratie van het politieke bedrijf kenschetst hij aldus: “De politieke klasse die zich de laatste decennia bijna onopvallend uit de steeds schimmiger restanten van de beginselpartijen heeft opgewerkt heeft de ideologische verbondenheid met de burgerij vrijwel verbroken”, en even verder: “Politieke partijen zijn carrièreverenigingen geworden met een beginselachtige mimicri, belangenclubs, niet in de eerste plaats voor de burgers waaruit zij ooit zijn voortgekomen, maar voor de beroepspolitici die zich van deze holle vaten hebben meester gemaakt”.

Afgezien van de overdrijving is het fraai gezegd, maar het is de vraag of het de kern van de problemen raakt. Evenals op talloze andere maatschappelijke terreinen is "het vak' in handen gekomen van specialisten die hun eigen jargon spreken. Men kan dit betreuren maar deze specialisatie-verschijnselen en de nadelen daarvan doen zich voor op bijna alle gebieden van menselijke activiteit. Het systeem heeft zich in de meeste landen van West-Europa op deze wijze ontwikkeld. Overal is het onvolmaakt maar wij weten allang dat de democratie ipso facto kortzichtig is en alleen maar het minst slechte systeem is.

In een recent tv-programma over controle door de oveheid, werd een voorbeeld gegeven dat te mooi is om niet te citeren. Een automobilist die op gas reed en die om de daaraan verbonden hogere belasting te ontduiken, schriftelijk had verklaard dat hij benzine gebruikte, werd betrapt door een daartoe bevoegde inspecteur en kreeg een verhoogde aanslag en een boete. Hij had het lef bezwaar te maken en kreeg van de rechter gelijk. De bedoelde inspecteur had niet het recht om zonder voorafgaande toestemming de achterklep van de auto te lichten om te kijken of daar een gastank onder zat. De discussieleider vond kennelijk dat de vrijheid om de overheid te bedonderen hier tot in extremo werd geëerbiedigd.

Men moet van de burger niet verwachten dat hij warm loopt voor een nieuw en geraffineerd vrijheidsconcept. Als men nagaat welke overheidsmaatregelen de laatste jaren aanleiding zijn geweest tot massale protesten waaruit zou kunnen blijken dat grote groepen zich bedreigd voelen, komt men terecht bij maatregelen die weinig met persoonlijke vrijheid te maken hebben en die men moeilijk onredelijk kan noemen.

De boeren in Nederland en Frankrijk hebben massaal de wegen geblokkeerd, omdat zij de prijsverlaging van hun gesubsidieerde produkten niet pikten en vervolgens omdat zij de inkomenscompensatie die de overheid bood te min vonden. Het EG-beleid houdt vast aan de opvatting dat de consumenten niet eeuwig moeten blijven betalen voor inheemse produkten die hier duurder geproduceerd worden dan elders. Overeenkomstig zijn de voorbeelden van de vissers die de vangst niet willen beperken en de Franse chauffeurs die door willen gaan met te hard rijden. In al deze gevallen laat de overheid bij de afweging het algemeen belang zwaarder wegen dan het groepsbelang.

Ten slotte het voorbeeld van de dijkverzwaring. Grote groepen burgers en politieke partijen vonden dat een op democratisch wijze genomen regeringsbesluit moest worden herzien, omdat werd ingezien dat de nadelen voor het milieu thans veel zwaarder wegen dan ongeveer dertig jaar geleden. De pers hierbij een zeer duidelijke rol heeft gespeeld en het protest heeft effect gehad, "Den Haag' heeft geluisterd, de bouw wordt geschorst en het probleem wordt opnieuw bestudeerd.

Oerlemans stelt dat vrijheidszin de kern van de democratie vormt, maar hecht niet bijzonder veel waarde aan het feit dat de fundamentele vrijheden in West-Europa behoorlijk zijn gegarandeerd. Het is gemakkelijker voorbeelden te geven waarbij de garantie van de persoonlijke vrijheid tot absurditeiten leidt, dan van wetgeving die leidt tot ongerechtvaardigde inbreuk op persoonlijke vrijheden. Daarbij is het zeer de vraag of overheidsvoorschriften, die sommigen aanvoelen als aantasting van de persoonlijke levenssfeer, wel als bedreiging van de democratie mogen worden afgeschilderd.

De politieke ontwikkeling die Oerlemans hekelt, stemt wel degelijk tot nadenken, maar is min of meer inherent aan de specialisatie en raffinement, die nu eenmaal bij de twintigste eeuw horen. De concrete misstanden die hij noemt, kan men beschouwen als onvolmaaktheden van het systeem die na verloop van tijd voor zover mogelijk zullen worden rechtgetrokken en dan weer zullen worden vervangen door nieuwe problemen.

Oerlemans maakt niet geheel waar dat essentiële "checks and balances' ontbreken en dat een nieuw concept van vrijheidszin een remedie zou zijn voor de genoemde kortzichtigheid en voor de kwalen die binnen zijn referentiekader vallen. Het verband tussen de misstanden die hij noemt en de herbezinning op burgerlijke grondrechten die hij noodzakelijk acht, worden in zijn artikel niet voldoende duidelijk.