Beurs vraagt Pirelli uitleg over koers bij claimemissie

AMSTERDAM, 13 OKT. De Amsterdamse effectenbeurs heeft het bestuur van het bandenconcern Pirelli Tyre Holding gevraagd om uit te leggen hoe koers van de vorige week aangekondigde claimemissie tot stand is gekomen. Dit heeft woordvoerder H.S. de Ranitz vandaag bevestigd.

Pirelli Tyre Holding, dat op de lokale markt staat genoteerd, kondigde aan 465 miljoen nieuwe aandelen uit te willen geven tegen een koers van 10 gulden, terwijl de beurskoers op dat moment 21,10 gulden bedroeg. Na de bekendmaking zakte de beurskoers vrijdag met 42 procent tot 12,70 gulden. Deze week is de koers van het bandenfonds weer enigszins aangetrokken: vandaag noteerde het fonds rond het middaguur 14 gulden. Het verlieslijdende Pirelli Tyre Holding, waarvan bijna 80 procent in handen is van het Italiaanse moederconcern Pirelli Spa, wil op deze manier het eigen vermogen versterken. De bandenproducent wil eveneens middelen aantrekken om te kunnen investeren.

Het beursbestuur heeft vrijdag onmiddellijk schriftelijk zijn verbazing over deze ongebruikelijk lage emissiekoers aan Pirelli overgebracht. Ook de emissieleider, de bankier Pierson, is verzocht klaarheid in deze kwestie te brengen.

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) heeft eveneens laten weten “onaangenaam verrast” te zijn over de gang van zaken bij Pirelli. De VEB vindt de claimemissie van Pirelli qua omvang en grootte uniek. “Zo'n claimemissie past niet binnen de Nederlandse verhoudingen”, aldus de VEB.

Bestaande aandeelhouders hebben een voorkeursrecht. Voor elk aandeel kunnen ze een nieuw aandeel voor 10 gulden kopen. Pirelli Spa heeft toegezegd alle aandelen die niet door andere aandeelhouders worden gekocht, te zullen kopen. De VEB verwacht dat Pirelle Spa op deze manier zijn belang zal uitbreiden tot circa 88 procent, omdat slechts weinig andere aandeelhouders gebruik zullen maken van hun voorkeursrecht. Het voorstel van Pirelli Tyre Holding zal 1 december tijdens een buitengewone aandeelhouders vergadering worden voorgelegd aan de aandeelhouders.

Het half augustus tegen het ingenieursbureau Fugro-McClelland en de bank Pierson ingestelde onderzoek naar de onverhoedse winstval over het eerste halfjaar loopt nog steeds. “Vaak duren dergelijke kwesties erg lang. Er wordt uitvoerig over gecorrespondeerd. Soms roepen de bedrijven er hun juristen bij en dat werkt ook weer vertragend”, aldus De Ranitz.