AVA wil schaalvergroting in Nederlandse doe-het-zelfbranche voortzetten; Duitse opmars in bouwmarkt

ROTTERDAM, 13 OKT. Er wordt wat afgeklust in Nederland. De doe-het-zelfbranche, vorig jaar goed voor een totale jaaromzet van ruim vijf miljard gulden, vaart er al jarenlang wel bij. Juist op het moment dat de doe-het-zelfmarkt verzadigd lijkt en mensen ingrijpende vertimmeringen aan hun huis even uitstellen wegens de economische stagnatie, meldt het Duitse detailhandelsconcern AVA een nieuwe keten bouwmarkten in Nederland te willen vestigen.

AVA heeft grote plannen. Voor 700 miljoen mark (878 miljoen gulden) wil het bedrijf in Nederland investeren. Twintig tot dertig grote bouwmarkten moeten de komende jaren aan de randen van alle grotere steden verrijzen. H. Steenman, voorzitter van de branchevereniging VWDHZ (Vereniging van Winkelketens in de Doe-het-zelfbranche) en directeur van marktleider Intergamma is enigszins verwonderd, maar “sluit niet uit dat het ze lukt, want ze zijn natuurlijk niet achterlijk en het is een groot bedrijf in Duitsland. We moeten ze beslist als een serieuze partij zien; een investering van 700 miljoen mark is niet niks”.

Steenman verwacht geen grote groei meer in de doe-het-zelfmarkt en denkt dan ook dat een Duits marktaandeel ten koste zal gaan van de Nederlandse marktaandelen. De laatste jaren heeft de branche in het teken gestaan van de schaalvergroting: de kleinere, zelfstandige doe-het-zelvers moesten telkens terrein prijsgeven aan de grotere bouwmarkten, vaak gevestigd aan de buitenkant van de stad. Bovendien was er sprake van fusies en overnames. Nederland telt thans circa 4.800 doe-het-zelfzaken. De grotere bouwmarkten, 420 stuks, nemen 44 procent van de omzet voor hun rekening. Marktleider Intergamma (Gamma, Karwei, Lanser, Bouwmaat en Klus) heeft met 180 winkels en een jaaromzet van ongeveer 1,3 miljard gulden een aandeel van 24 procent in handen. De Praxis-Formido-Hubogroep, onderdeel van het KBB-concern, is tweede met 16 à 17 procent en een jaaromzet van ongeveer 800 miljoen gulden.

Toch blijft volgens AVA de ontwikkeling van bouwmarkten in Nederland achter bij die in Duitsland. “Ze vinden de Nederlandse bouwmarkten te klein,” zegt Steenman. “De Duitse zaken zijn groter en hebben vaak een breder assortiment met meer snuisterijen en bijvoorbeeld glas erbij. Het zijn bijna warenhuizen, terwijl het hier meer speciaalzaken blijven. Je kunt natuurlijk heel wat produktgroepen aan de bouwmarkten toevoegen, maar of dat verstandig is, weet ik niet. Nederlanders zijn toch gewend aan een tamelijk fijnmazig detailhandelsnet.”

In de grotere schaal die de Duitsers in het hoofd hebben, ziet Steenman ook een groot praktisch probleem. “Het lijkt me geen eenvoudige zaak, want ze krijgen te maken met het vestigingsplaatsbeleid. Ze willen zaken van 5.000 à 6.000 vierkante meter neerzetten aan de rand van grote steden. Grote bouwmarkten zijn niet geschikt voor detailhandelsgebieden en buiten de bebouwde kom moeten bestemmingsplannen worden veranderd. Daar is de overheid niet zo soepel in. Wij hebben daar al twintig jaar mee te maken.”

Nederlandse bouwmarkten hebben een gemiddeld vloeroppervlak van 2.000 vierkante meter. Van het type bouwmarkt dat de Duitsers in Nederland willen beginnen, bestaan er nog maar weinig. Vendex wilde dertien jaar geleden dat gat al eens opvullen en opende aan de Utrechtse Europalaan een Superdoe-zaak met een vloeroppervlak van 6.500 vierkante meter, een van de grootste Nederlandse bouwmarkten. Sindsdien volgden dertien kleinere Superdoe's.

Assistent-bedrijfsleider M. Wiss van de Utrechtse vestiging legt uit waar de succesformule in zit: “Het is allemaal ruimer en overzichtelijker. We verkopen ook veel produkten die eigenlijk niet in een bouwmarkt thuishoren, maar die wel extra mensen aantrekken. Huishoudelijke artikelen bij voorbeeld, en lijsten. Het maakt een completere indruk.”

Wiss verwacht dat de voorgenomen Duitse bouwmarkten in Nederland vergelijkbaar zullen zijn met de Utrechtse Superdoe. Hij ziet zeker mogelijkheden voor meer van dat soort grootschalige bouwmarkten in Nederland, maar een voorwaarde voor succes is dat de Duitsers “de mogelijkheid krijgen om te gaan zitten waar ze willen. Wij zitten op een perfect punt voor een bouwmarkt, ongeveer in het middelpunt van steden die snel groeien: Utrecht, maar ook Nieuwegein en Houten. Bereikbaarheid en parkeergelegenheid zijn ook heel belangrijk.” Voor de latere vestigingen heeft ook Superdoe problemen met vergunningen gehad. De latere Vendex-bouwmarkten zijn allemaal kleiner, met meestal maar de helft van het vloeroppervlak.

Dat de economische stagnatie erg hard zou doorwerken in de doe-het-zelfbranche gelooft Wiss niet: “Het is even iets slechter gegaan, maar het trekt wel weer bij. Onderhoud aan het huis kan je wel uitstellen, maar niet afstellen.”

    • Frank Kuin