Abrahams offer

Ongehinderd door kennis van zaken levert Max Pam commentaar op enige verhalen uit het Oude Testament en op het voorschrift van de besnijdenis (NRC Handelsblad, 9 oktober).

Het verhaal van de offerande van Isaac syboliseert niet de wreedheid van de oud-testamentische God, het verhaal wil ons in tegendeel laten zien hoe groot de liefde voor de ene God was van Abraham aan wie werd gevraagd om het dierbaarste dat hij had te offeren en van Isaac, die wist wat er stond te gebeuren èn bereid was dat offer te ondergaan. Dit motief: de bereidheid om het leven te geven voor de heiliging van God komt in de joodse geschiedenis steeds weer terug. Dit offer is van heel andere orde dan de mensenoffers die in de tijd dat het verhaal van Abraham zich afspeelt, werden gebracht. Daar werden kinderen geofferd niet uit liefde maar om de afgoden te verzoenen en gunstig te stemmen. Van het verbod van dit soort offers is de offerande een allegorische voorstelling.

Dat het gebod van de besnijdenis bij de joodse man hygiënische en medische redenen als achtergrond heeft kan in onze tijd moeilijk meer staande worden gehouden. Dit is ook niet nodig. De besnijdenis is hèt kenteken van de joodse religie. Ook in onze tijd wisten landwachters, SS'ers en andere jodenvervolgers dat heel goed, wanneer zij op zoek waren naar joodse jongetjes. Aan het gebod van de besnijdenis hebben joden zich gedurende de eeuwen gehouden, ook wanneer hun dat door antisemitische wetgeving vaak vrijwel onmogelijk werd gemaakt. Pam moet goed weten in wier rijen hij zich schaart, wanneer hij ervoor pleit deze besnijdenis te verbieden.

    • Th. Erwteman