"Ze zijn van lijst twee: niet gevonden'

AMSTERDAM, 12 OKT. “Ze zijn van lijst twee, zeg maar. Overleden maar niet gevonden. Je mag hun namen gerust opschrijven: Graciella en Germo Truideman. Ze zijn in de flat Kruitberg gestorven.” Vier jonge mensen, twee broers en twee zussen, staan tussen de enorme menigte op het zand. Ze dragen hun zondagse kleren. Rouwkleren. Wit, zwart en grijs - zoals in Suriname gebruik is.

Ze zijn 's ochtends uit Dordrecht gekomen om deel te nemen aan de stille tocht voor de slachtoffers van de vliegramp in de Bijlmermeer. Ze zijn gekomen om hun neef en nicht te herdenken. “Mijn oom en tante waren net de flat uitgegaan toen het gebeurde”, vertelt Daniella. De kinderen waren alleen thuis. Graciella zat televisie te kijken. Ze was veertien jaar oud. Germo was op zijn kamer. Hij las een boek. “Gisteren had hij zijn zeventiende verjaardag moeten vieren”, zegt Daniella.

Met haar ene hand wroet ze in haar zak, haar andere ligt in die van haar broer. Het plein om hen heen wordt steeds voller. Een groep reddingswerkers met blauwe overalls en oranje helmen komt aanlopen. Verderop de kleurige gewaden en rode hoofdbanden van de Ghanese gemeenschap. Overal vandaan komen mensen. Alleen en in groepen, met kinderwagens en bosjes bloemen. “Misschien helpt het die mensen een beetje in hun verdriet”, had een oudere vrouw in de metro gezegd. Ze hield een bosje roze anjers omklemd. Haar man naast haar. Ze kwamen uit Purmerend, waren nooit in de Bijlmer geweest, maar ze wilden erbij zijn, bij die stille tocht. “Ik moet er steeds maar aan denken, als ik een kind had verloren en ik zou het nooit dood kunnen zien, zoals veel van die mensen, omdat het nooit is gevonden”, had de vrouw gezegd. Misschien hielp een ceremonie als deze om dat te verwerken. “En we zijn ook gekomen om te laten zien dat we met al die gemeenschappen meeleven”, voegde haar man eraan toe. “We willen niet dat ze zich in een hoek gestopt voelen.”

Duizenden mensen schuifelen over het asfalt. Een vogel krijst. Om half elf beginnen ook Daniella, haar zus en haar broers aan de tocht die burgemeester Van Thijn “de moeilijkste van ons leven” had genoemd. In de verte de dreun van trommels en de Afrikaanse rouwzang van de Ghanezen. Ze lopen gearmd. Zachtjes neuriën ze de deun mee. Hulpverleners met een zwarte rouwband om staan overal langs de route. Een vrouw met een witte hoofddoek op komt naar hen toe. Ze omhelzen elkaar. “Dus u heeft het gehoord, tante?”, vraagt Daniella. “We weten nog niet hoe dat met de begrafenis moet.”

Pag 7: Slachtoffers ramp massaal herdacht

Bij het naderen van de flats begint het te regenen. “De natuur huilt mee”, zegt Daniella's broer Loyd. Hij kijkt naar de bomen waarachter de plaats van de ramp nog verscholen gaat. Loyd maakt zich verwijten. Misschien is hij niet genoeg bij zijn familie in Amsterdam op bezoek is gegaan. “Je leert beseffen dat je de dingen in het leven niet vanzelfsprekend moet nemen”, zegt hij.

Onder de poort van de flat Kikkenstein door. Plots hangt er die vreemde, misplaatste geur van de eau de cologne die door het El Al toestel werd vervoerd. Dan het gat, de geblakerde flats, de was die nog steeds op de balkons wappert. Daniella slaat een hand voor haar mond. “Dit kan toch niet”, zegt Loyd. De stoet schuifelt verder. Stapels bloemen tegen de hekken. “Waar zou onze moeder nu zijn”, vraagt Loyd. Ze was gelijk na de ramp naar de Bijlmer gegaan om voor haar broer en haar schoonzus te gaan zorgen.

Op het Ganzenhoefplein tappen vrijwilligers bekertjes slappe koffie. Verdwaasd kijken Loyd en Daniella om zich heen. Even verderop onder de tochtige gangen ligt het betonnen kantoor van de "projectgroep Ganzenhoef'. Roze muren en overal borden en maquettes waarop de afbraakplannen voor de Bijlmer staan afgebeeld, die drie maanden geleden zoveel protest hebben opgeroepen. Vandaag zijn de plannen tegen de muur aangeschoven. In het midden van het kantoor rouwende mannen en vrouwen met hun handen omhoog. “Halleluja, praise the Lord”, zingen ze op het daverend ritme de muziekband.