Verdeelde kerk poogt positie in Latijns-Amerika te handhaven

Vijfhonderd jaar nadat voor het eerst het "kruis van Christus' in het Amerikaanse continent werd geplant, is de rooms-katholieke kerk in Latijns Amerika intern verdeeld en wordt zij ook van buiten beslaagd. Onder dat gesternte begint vandaag in Santo Domingo de Vierde Latijns-Amerikaanse Bisschoppenconferentie (CELAM-IV).

SANTO DOMINGO, 12 OKT. De bijeenkomst in Santo Domingo, waaraan de komende twee weken naast paus Johannes Paulus II 34 kardinalen, 226 bisschoppen, 26 priesters en tientallen leken en andere geïnviteerden zullen deelnemen, is het vervolg op eerdere CELAM-conferenties in Rio de Janeiro (1955), Medelln (1968) en Puebla (1979). Vooral de laatste twee conferenties waren van fundamenteel belang voor de manier waarop de "Moederkerk' in dit deel van de wereld opereert. Medelln en Puebla volgden op het Tweede Vaticaanse Concilie dat onder paus Johannes XXIII gestalte had gekregen.

De kerk aan de kant van de armen en de verdrukten, was een marsorder die in de afgelopen twee CELAM-conferenties met groot enthousiasme werd overgenomen en leidde tot meer inbreng van leken, het opzetten van zogenoemde basisgroepen in de kerk en zelfs tot de onverholen politieke participatie van religieuzen in de Latijns-Amerikaanse landen. Er onstond een theologische stroming binnen de rooms-katholieke kerk die de geuzennaam Teologá de la Liberación (bevrijdingstheologie) zou krijgen.

De tijd was er rijp voor. De helft van de driehonderd miljoen Latijns-Amerikanen (die op hun beurt weer een derde van alle katholieken ter wereld vormen) leefde niet alleen in bittere armoede, maar ook onder de laars van de militaire dictatuur. Over het hele continent waren guerrillagroepen actief tegen de repressie. Voor de bevrijdingstheologen betekende solidariteit met de armen vaak de ultieme keuze voor het verzet tegen de heersende militair-financiële elites. Dat was dus een keuze tegen de traditionele bondgenoten van de kerk in Latijns Amerika.

Geïnspireerd door de werken van de Peruaan Gustavo Gutiérrez en de Braziliaan Leonardo Boff kozen in Nicaragua priesters als Ernesto Cardenal en Miguel d'Escoto voor de sandinistische revolutie, en verzette aartsbisschop Oscar Romero in El Salvador zich vanaf zijn kansel tegen de paramilitaire doodseskaders in het land, tot een salvo van zo'n eskader in de kathedraal van San Salvador een einde aan zijn leven maakte. Maar vooral de duizenden anonieme priesters die kozen voor een leven met èn tussen de armen van Latijns-Amerika, in vervallen parochies in Haïti of strohutten in Brazilië, hebben de afgelopen decennia vorm en inhoud gegeven aan het begrip bevrijdingstheologie.

Aan de vooravond van CELAM-IV lijkt het tij weer te keren in Latijns Amerika. Twee recente mutaties in de kerk illustreren dat. De voorzitter van de conferentie is nu de aartsbisschop van Santo Domingo, kardinaal Nicolas de Jesús López Rodrguez, een door en door conservatieve geestelijke en een onvoorwaardelijke bondgenoot van de autoritaire Dominicaanse president Joaqun Balaguer. En in Brazilië kondigde de bevrijdingstheoloog van het eerste uur, Leonardo Boff, een paar maanden geleden aan dat hij zich terugtrekt uit de kerk.

“Je maakt je zorgen over wat er in de kerk gebeurt”, zegt pater Louis Quinn, een 65-jarige Canadese missionaris die al 38 jaar in de Dominicaanse Republiek werkt. In zijn kantoor achter de kerk van het plaatsje San José de Ocoa, omringd door foto's van aartsbisschop Romero, van plaatselijke kinderen, landkaarten en de onvermijdelijke computer, voegt de in stevige bergschoenen gestoken padre daar aan toe: “Maar er is altijd nog de hoop”. Quinn, en met hem vele andere priesters van de zogenoemde basisgemeenschappen in Latijns Amerika, houden evenwel hun hart vast over de lijn die de kerk zal gaan uitzetten tijdens CELAM-IV.

Uit het werkdocument van de conferentie blijkt dat grote nadruk zal worden gelegd op de sociaal-economische omstandigheden waarin het continent verkeert. Weliswaar zijn de militaire regimes nu vrijwel alle vervangen door democratische regeringen, maar de neo-liberale economische herstelpolitiek eist in toenemende mate slachtoffers onder de armen in Latijns Amerika. In die zin zal de “preferentiële keuze voor de armen” van de eerdere CELAM-conferenties in Santo Domingo worden bevestigd. De grote vraag is hoe die keuze gestalte zal gaan krijgen in een snel veranderend continent.

De kerk ziet het vijfhonderd jaar oude primaat bedreigd door de razendsnelle opkomst van de protestants-evangelische sektes in Latijns Amerika. De vooral Noordamerikaanse sektes zijn een uitvloeisel van de jaren van extreme polarisatie op het continent. Een populaire theorie wil dat de ultra-conservatieve sektes destijds met financiële steun van de CIA en behoudende groeperingen in de VS het veld zijn ingestuurd om de radicale invloed van de bevrijdings-priesters te neutraliseren. Feit is dat het de Amerikaanse predikers is gelukt grote aantallen gelovigen weg te lokken van de rooms-katholieke kerk. In een van oudsher volkomen katholiek land als Guatemala wordt geschat dat nu al bijna de helft van de bevolking zich protestants noemt. President Jorge Serrano Elás is de meest zichtbare exponent van deze evangelische stroming.

CELAM-IV heeft onder andere tot doel, aldus het werkdocument, het opstellen van “een globaal evangelisatieplan dat de nieuwe situatie van de Latijns-Amerikaanse volken in acht neemt en een antwoord kan geven op de uitdagingen van vandaag, waaronder in de eerste plaats de toenemende secularistatie (en) het ernstige probleem van de opkomst van de sektes”. Jammer, zegt pater Quinn, “dat gekozen wordt voor de strijd tegen de sektes, terwijl we juist zouden moeten samenwerken om de problemen van dit continent aan te pakken”. Van oecumene is echter nauwelijks sprake in Latijns Amerika.

De beoogde strategie om de sektes te bestrijden is het overnemen van hun werkwijze. Door dichter bij de mensen te gaan staan, hoopt de kerk de kloof te overbruggen die er wèl is tussen de katholieke hiërarchie en de gelovigen, maar kennelijk minder tussen de predikers van de sektes en hun volgelingen. Intern zal de verdedigingstactiek bestaan uit een versterkte centralisering binnen de kerk en een grotere mate van controle op de verschillende onderdelen, zo geloven sommige deelnemers aan de conferentie. De centralisatiedrang komt uit Rome en wordt geleid door paus Johannes Paulus II zelf. Velen vrezen dat als uitvloeisel van CELAM-IV de rol van de basisgemeenschappen zal worden teruggedrongen naar de achtergrond.

    • Reinoud Roscam Abbing