Speelplezier ontbreekt bij première Schats stuwende fanfaredans

Concert: Het Brabants Orkest onder leiding van Árpád Joo, met: Mihaela Martin (viool). Werken van Schat, Bartók en Sjostakovitsj. Gehoord 10-10, Schouwburg Casino Den Bosch. Uitzending concert 8-10: Radio 4: 8-11 14.15u.

Het noodlot sloeg hard toe op het eerste concert in Den Bosch in de serie A van Het Brabants Orkest: dirigent Heinz Friesen moest om gezondheidsredenen worden vervangen door Árpád Joo, de vaste dirigent van het orkest, en door een schouderblessure was Maurits van den Berg niet in staat om Bartóks Tweede Vioolconcert uit te voeren. Hij werd vervangen door de Roemeense Mihaela Martin.

Martin begon overtuigend en zette het Verbunkos-hoofdthema (een ritmisch swingende oude recruteringsdans) met glanzende toonvorming neer, krachtig en intensief, een majesteitelijke grandioze opening. Maar in de loop van haar vertolking rezen twijfels. Het eerste zangthema met zijn scheef geplaatste asymmetrische figuren verdroeg nog wel die blijvende spanning, maar het tweede twaalftoons zangthema moet veel geheimzinniger klinken, zoals ook de terugkeer van het hoofdthema in de reprise niet voor niets door Bartók een octaaf hoger is genoteerd: etherisch zwevend.

Dergelijke nuances ontgingen Mihaela Martin volledig, zodat het niet te verwonderen viel, dat de ingehouden kanonische laatste variatie van het middendeel, altijd een ontroerend slot, veel te krachtig en materieel klonk. Aan zigeunerachtige intensiteit, ruig borstelwerk in accoorden en aan spanning in razendsnelle passages kwamen we niets tekort, benauwd klok het allemaal niet. Waarschijnlijk is deze Roemeense eenvoudigweg te temperamentvol om zich waar nodig in te houden.

Dirigent Árpád Joo stond haar zorgzaam terzijde en dempte vaak af waar het niet eens nodig was. Aan de afwerking bleek zorg besteed; met name boden de houtblazers in de variaties gaaf en lyrisch tegenspel. De strijkers bleven aan de grovere kant en klonken veel minder doorzichtig.

Werd in Bartók over het algemeen vrijuit gemusiceerd, zij het door de violiste wat eenzijdig, Peter Schats Opening opus 38 (1991) klonk te voorzichtig. Gelet op allerlei strubbelingen ziet her er niet naar uit, dat deze compositie, die speciaal geschreven is in opdracht van de gemeente Eindhoven ter gelegenheid van de opening van de nieuwe concertzaal, nog in Brabant een kans wordt geboden. De directeur van Het Brabants Orkest, drs. Huub van Werkhoven, verzekerde het werk nimmer meer te zullen programmeren.

De compositie doorloopt diverse fasen van de Toonklok (Schats “harmonieleer”), culminerend in het elfde uur in de natuurdrieklank van C groot. Met zijn hoog uitwaaierende en snel opschietende figuraties herinnert het aan De Hemel, die binnenkort met het Concertgebouw Orkest zal worden vastgelegd op cd. De uitwerking van de 15/16 maat herinnert aan Bartók - goed geprogrammeerd, dit concert - waarbij met name de repeterende fagotten deden denken aan een soortgelijke passage uit Bartóks Laatste Dans in Bulgaars Ritme uit het zesde deel van de Mikrokosmos. Tegen de virtuoze passages in de strijkers ontwikkelt zich een meer lyrische melodie in de trombone, die overgenomen door de strijkers naar weer een nieuw thematish gegeven voert.

Het oplopen in tempo, geleidelijk van moderato naar presto verraadt de bedoeling van dit stuk: een feestelijke openingscompositie waarin het speelplezier centraal staat. Dat het niet van de grond kwam, en er zaterdagavond in Den Bosch meer sprake was van een voortkabbelen dan van een flitsende virtuositeit, was jammer. Een werkelijk belangrijk werk lijkt mij deze aangenaam klinkende en overzichtelijk gehouden, stuwende fanfaredans nu niet (daarvoor bevat het teveel herhalingen), maar juist dán is durf en overtuiging in liefst halsbrekende tempi een vereiste.

    • Ernst Vermeulen