Speculaties over komende rentebeleid Bundesbank

ROTTERDAM, 12 OKT. Ook afgelopen week is de rente in ons land onder invloed van speculaties over een aanstaande Duitse discontoverlaging verder gedaald: het rendement op de 10-jaars benchmark kwam vrijdag uit op 7,7 procent, iets lager dan de week ervoor. Voor de meeste beleggers was het niet zozeer de vraag of de Bundesbank de rente zal verlagen maar veeleer wanneer. Het waren met name de uitspraken van Bundesbankraadslid Issing die hierbij een rol speelden: de cijfers over de geldhoeveelheid M3 zouden als indicator voor het monetaire beleid minder betrouwbaar zijn geworden, en de korte rente zal voorlopig onder de 9 procent worden gehouden, hetgeen in de markt werd uitgelegd als een voorbode op een officiële renteverlaging. De hoop werd nog versterkt door de verlaging van de geldmartktarieven in Duitsland, Nederland en België (niet toevallig de landen met de sterkste valuta) met 0,1 procentpunt. De aanhoudende spanningen in het EMS - momenteel staan het Ierse punt en de Spaanse peseta onder druk - gaven eveneens aanleiding tot speculaties over een op handen zijnde Duitse renteverlaging.

De renteverlaging door De Nederlandsche Bank werd mogelijk gemaakt door de opnieuw grote belangstelling van buitenlandse beleggers voor de guldensmarkt. Hoewel de Belgische frank vorige week de koppositie van de gulden overnam, ligt de gulden tegenover de Duitse mark nog ver boven de spilkoers. Eind vorige week was sprake van een kleine correctie op de rentemarkten van het D-mark blok, nadat de Lire een herstel had laten zien, maar de blijvend sterke positie van de gulden maakt een nieuwe verlaging van de beleningsrente in ons land niet onmogelijk.

Tekenend voor het positieve renteklimaat was de relatief grote belangstelling voor langlopende leningen, mede versterkt doordat voor het eerst sinds maanden de yieldcurve in het lange stuk weer een positief verloop laat zien. Ook op de onderhandse markt was sprake van forse omzetten. De minister van financiën kon in dit marktbeeld zonder enig probleem de resterend benodigde financieringsmiddelen binnenhalen. De vorige week maandag heropende toonbankuitgifte van de 15-jarige 8¼ procent staatslening kon twee dagen later al worden gesloten: deze tweedee tranche bracht 4,5 miljard gulden op, waarmee de totale omvang van deze lening op 11,5 miljard gulden uitkwam. Inmiddels is de Agent op de onderhandse markt al begonnen aan de dekking van de financieringsbehoefte voor volgend jaar.

Speculaties over tijdstip en grootte van een Duitse renteverlaging zullen voorlopig het sentiment blijven bepalen. De rentemarkten zijn vorige week waarschijnlijk iets te enthousiast op deze renteverlaging vooruitgelopen. Niettemin wordt er algemeen rekening mee gehouden dat het onverminderd doorzetten van de conjunctuurvertraging in Duitsland en de valutaire spanningen in het EMS op den duur in een renteverlaging (moeten) resulteren. De uitspraken van een ander Bundesbankraadslid gaven echter aan dat inflatie, geldgroei en begrotingstekort voorlopig een voorzichtig Duits rentebeleid impliceren.

Internationale obligatiemarkten

De Amerikaanse obligatiemarkten worden dezer dagen beheerst door twee aloude en bekende thema's: renteverlagingen en de politiek. Twee weken geleden, toen een serie slechte economische cijfers en een zwakke aandelenbeurs de geruchten over een renteverlaging deden oplaaien, daalden de rentes naar ongekende dieptepunten. De 3-maands rente was 2,65 procent, terwijl de 10-jaars staatslening een rendement liet zien van 6,24 procent. Aan het begin van vorige week werd duidelijk dat een renteverlaging er voorlopig niet inzat. Op dit moment is de verwachting dat de Federal Reserve Board, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, zal wachten tot na de verkiezingen om met een renteverlaging te komen. In ieder geval was het nieuws voldoende om de 10-jaarsrente met 27 basispunten te doen stijgen naar een niveau van 6,52 procent. Dat wil zeggen dat een 10-jaars treasury in één week bijna 2 procent minder waard is geworden.

Het tweede grote thema is natuurlijk de politiek. Mede dankzij Ross Perot is het begrotingstekort één van de centrale thema's geworden van de presidentiële verkiezingen. Dit is nu net het thema wat obligatiehandelaren na aan het hart ligt. Zowel uit oogpunt van de inflatie als uit het oogpunt van vraag- en aanbodverhoudingen op de obligatiemarkt, hechten zij veel waarde aan een gezonde overheidshuishouding. Het is niet zonder meer duidelijk hoe betrouwbaar de verschillende kandidaten zijn als zij verklaren het tekort te zullen gaan dringen. Voorlopig, in ieder geval tot aan de verkiezingen, zullen de obligatiemarkten dus geregeerd worden door onzekerheid.

De Italiaanse regering maakte vorige week gebruik van de ontspanning in Duitsland en de recente sterkte van de lire en verlaagde de korte rente met een half procentpunt naar 16 procent. Het Ierse punt is de enige munt die nog het steeds echt moeilijk heeft. Op het moment van schrijven ligt het Ierse punt nagenoeg op de onderste interventiegrens ten opzichte van de Belgische frank. Toch wil deze munt een gooi doen naar een basisplaats in het eerste team van het EMS. Op basis van de inflatie-ontwikkeling, die in Ierland heel gematigd is geweest, zou dat gerechtvaardigd zijn. De hoge korte rente, de kapitaalrestricties alsmede de intensieve handelsrelaties met het in zware problemen verkerende Verenigd Koninkrijk zullen het de Ieren het hiermee niet gemakkelijk maken.

Bron: Institute for Research and Investment Services, JointVenture Rabobank en Robeco Groep