Schoolstrijd

Marc Chavannes haalt zichzelf onderuit met zijn betoog over “een geldige vorm van zoeken naar een onderwijs-identiteit” (NRC Handelsblad, 26 september). Geparafraseerd schrijft hij: "zelfs als gymnasia voor een snobistisch publiek (met plooirokken) zouden zijn, moeten ze blijven omdat snobisme ook een geldige reden is om voor een gymnasium te kiezen. Dit lijkt me niet de beste reden om een achterhaald schooltype in stand te houden'.

Een gymnasium is volgens Chavannes “steeds meer een school voor kinderen die het meeste kunnen”. Dat is denigrerende onzin. Het gymnasium is voor intelligente kinderen die hun school als de hoogste prioriteit (moeten) zien (van hun ouders). Kinderen op andere schooltypen kunnen niet minder, maar zien school misschien niet als het belangrijkste in hun leven. Als universitair student valt mij op dat veel gymnasiasten intelligente, goed onderwezen, maar daarnaast sociaal onvolwassen en rechtlijnige studenten zijn. Het is dus maar de vraag wat je onder het "optimaal ontplooien van talent' wilt verstaan.

Het staat buiten discussie dat het een onzalig plan is om een 3600-koppige legbatterij te willen vestigen en dat ook nog een school te noemen. Zo'n onderwijskundig gruwelkabinet is niet alleen slecht voor het gymnasium, maar ook voor alle andere schooltypen. Chavannes veegt echter LBO, MAVO, HAVO en VWO vrolijk op een hoop schroot in de schaduw van zijn schitterende gymnasium. Dat moet blijven, de rest mag in de legbatterij.

In mijn eigen schooltijd, was een dergelijke strijd niet aan de orde. Ik zat op de Werkplaats Kindergemeenschap van Kees Boeke, waar je van de kleuterklas tot aan MAVO, HAVO en VWO-examen onderwijs kan volgen. Bovendien waren Grieks en Latijn op het VWO extra keuzevakken, waarin ook examen kon worden gedaan. Eigenlijk begrijp ik niet wat er mis is met zo'n geïntegreerde scholengemeenschap.